Home Een collage voor gelijkgestemden

Een collage voor gelijkgestemden

Door Koen Schouwenburg op 16 juli 2021

Een collage voor gelijkgestemden
07-2021 Filosofie magazine Lees het magazine

Sebastien Valkenberg keert zich tegen oprukkende politieke correctheid, maar een prikkelend betoog is het niet.

Auteur Koen Schouwenburg

Als we filosoof Sebastien Valkenberg moeten geloven is politieke correctheid een groot probleem. In zijn nieuwe boek Policor in de polder. Hoe politieke correctheid Nederland dom maakt zet hij de aanval in op medeleven, gevoeligheid en wokeness – mensen moeten zich niet zo snel gekwetst voelen en wat eelt op hun tere zieltjes kweken.

‘Politieke correctheid,’ schrijft Valkenberg, ‘is een mengsel van moralisme en intolerantie.’ Na deze definitie van ‘policor’ (de afkorting van politieke correctheid) aan het begin van zijn boek, volgt een stortvloed van voorbeelden die het moralisme en de intolerantie moeten bewijzen. Valkenberg richt zich in Policor in de polder op de universiteiten, want die zijn volgens hem ‘de belangrijkste epicentra’ van politieke correctheid, met als ‘stuwende krachten’ ‘diversiteitsbeleid, identiteitspolitiek en veiligheidsmaatregelen’. In navolging van de richtlijnen van de universiteit Yale pleit hij voor de houding ‘om het ondenkbare te denken, het onbespreekbare te bespreken en het onbetwistbare te betwisten’. Dus geen meningen verbieden door ze te cancelen, maar alles aanhoren, hoe lelijk ook, want ‘met de toegenomen vrijheid komen er ook miskleunen mee, vuilspuiterij, hele en halve leugens. Het is de prijs die we betalen voor een ongebonden zoektocht naar waarheid.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Met instemming citeert hij uit Over vrijheid van John Stuart Mill: ‘Elk stilleggen van een discussie is een aanmatiging van onfeilbaarheid.’ Valkenberg heeft volgens mij gelijk in dat het niet vruchtbaar is om mensen met een onwelgevallige mening bij voorbaat de mond te snoeren, al blijft wel de vraag of alles is geoorloofd in de queeste naar waarheid. Daarnaast heeft hij nog een ander belangrijk punt: ‘Politieke correctheid neemt geen genoegen met excuses, ze wil offers.’ Dat is een tendens waar we niet te lichtzinnig over moeten denken, want misschien is dat wel de grote gelijkmaker: niemand is onfeilbaar.

Was Valkenberg zich maar wat meer bewust geweest van wie hij zelf is: een witte man

Zou er voor genieën als Copernicus, die andersdenkende maar bepalende astronoom, wel plaats zijn in onze huidige cancel culture? Zou een witte man als Albert Einstein door het diversiteitsbeleid op de universiteiten wel de mogelijkheid hebben om zich te ontplooien? Valkenberg vraagt het zich hardop af. Naast diversiteitsbeleid is er die andere bekende boosdoener, identiteitspolitiek: ‘In plaats van bevrijdend werkt identiteitspolitiek geflirt als een keurslijf.’ Het gaat volgens Valkenberg niet om wie je bent, maar om kwaliteit: te worden beoordeeld op verdiensten en merites. Maar niemand ontkomt aan identiteit, ook witte mannen niet. Zo schrijft Valkenberg: ‘Wie we zijn werkt vanzelfsprekend door in wat we vinden. Juist daarom is identiteit volgens mij wél van belang: vooral in de geesteswetenschappen speelt de identiteit van de docent onmiskenbaar een rol in de colleges.’

Was Valkenberg zich maar wat meer bewust geweest van wie hij zelf is: een witte man. Maar hij zegt zich niet te willen verantwoorden ‘voor twee zaken waarop ik geen invloed heb: mijn ras en geslacht.’ Het klopt dat hij daar geen invloed op heeft, maar het is naïef om te denken dat zijn ras en geslacht niet mede zijn positie in de maatschappij bepalen. ‘Tolerantie is de deugd van tot tien tellen,’ schrijft Valkenberg, en deze mening is vooral het gevolg van zijn identiteit: als je één keer per jaar wordt uitgemaakt voor rotte vis, kun je makkelijk tot tien tellen. Maar als politici je dag in dag uit brandmerken als tuig, onbeschaafd en niet welkom, is dat niet zo makkelijk. Over discriminatie schrijft hij: ‘Omdat het thema voor hoogoplopende emoties zorgt, vraagt dat om de koelte van de ratio.’ Dat kan alleen iemand schrijven die nooit slachtoffer is geweest van racisme en discriminatie.

Het probleem met Policor in de polder is vooral dat het geen prikkelend essay is, maar een dorre collage van voorbeelden en voorvallen. Het bezwaar dat Valkenberg uitte over een ander betreft ook hemzelf: ‘Om te beginnen valt op hoeveel gewicht er aan anekdotiek wordt toegekend: die moet ons ervan overtuigen dat het goed mis zit.’ En wat hij filosoof Marli Huijer verwijt, geldt wederom voor zijn eigen boek, want Policor in de polder is nooit echt een onderzoek geweest – de eindconclusie was van tevoren al bekend: ‘Vervolgens is het slechts een kwestie van voorbeelden zoeken die het gelijk ervan bewijzen. Dat heet hineininterpretieren, naar de gewenste uitkomst toe redeneren.’ En daarmee is Policor in de polder vooral een boek voor gelijkstemden.

Policor in de polder

Policor in de polder. Hoe politieke ­correctheid Nederland dom maakt
Sebastien Valkenberg | Ambo Anthos | 220 blz | € 21,99