Home Dierlijke Christus

Dierlijke Christus

Door Marianne M. van Dijk op 26 april 2011

Cover van 04-2011
04-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Dit is Jezus niet, dit is een beest!’ Dat was de eerste reactie van toeschouwers op De rode Christus (1922) van schilder Lovis Corinth. Filosoof Mieke Boon vertelt hoe het werk een nieuwe visie op geweld toont.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Corinth schilderde rond 1880 nog zacht gekleurde naakten en andere ingetogen portretten, maar na een beroerte in 1911 werd zijn werk expressionistisch en minder lieflijk. Hij gebruikte ineens krachtige kleuren en geweld werd een belangrijk thema voor hem. De rode Christus, een verbeelding van de kruisiging, behoort tot dit latere werk van Corinth. Mieke Boon, wetenschaps- en techniekfilosoof aan de Universiteit Twente en auteur van Filosofie van het kijken, schaart het onder haar favorieten.

Waarom wilde Corinth een kruisiging schilderen, daar zijn er toch al zo veel van?
‘Dat klopt, maar Corinth voegt iets toe aan de manier waarop Jezus wordt afgebeeld. Op de alleroudste werken van de kruisiging, daterend van de negende eeuw, is Jezus afgebeeld als een icoon, als iemand die goddelijk is en aanbeden moet worden. Later wordt hij meer afgebeeld als een mens, maar een die groter is dan andere mensen omdat hij het lijden zo goed kan dragen. In Corinths schilderij is dat allemaal niet het geval.
Je ziet hier een gepijnigde Jezus, geschilderd in heftige penseelstreken met veel bloederig rood. De zon maakt het geheel extra zinderend. Weliswaar zien we zoals gebruikelijk Maria en Johannes de Doper naast Jezus, en de soldaat die een speer in Jezus’ zij steekt komt ook uit het klassieke Bijbelverhaal. Maar de manier waarop Jezus is afgebeeld is nieuw. Hij is hier op geen enkele manier sereen; hij is zo’n woesteling dat hij haast dierlijk lijkt, als een beest in het nauw dat geslacht wordt. Daarom is het werk een toevoeging aan eerdere schilderijen met kruisigingen: na eerst als een god en een verheven mens te zijn afgebeeld is Jezus hier ontmenselijkt, een dierlijk mens.’

Waarom heeft Corinth Christus zo dierlijk afgebeeld?
‘Dit werk is net na de Eerste Wereldoorlog gemaakt. Die oorlog zorgde voor een andere blik op geweld en lijden. Volgens de Bijbel overkomt geweld je met een reden; je hebt waarschijnlijk een zonde begaan als je daar mee te maken krijgt. Daarom moet je je lijden met waardigheid dragen. In de Eerste Wereldoorlog leidde de hulpeloosheid van de vele slachtoffers ertoe dat geweld meer iets leek dat mensen zomaar overkomt. Veel jonge mannen hadden een offer gebracht voor de zonden van anderen en om mensen te redden. Misschien dat zij de verschrikkingen die ze moesten ondergaan, en de pijn die ze hebben geleden niet altijd konden dragen met de waardigheid die aan Christus werd toegeschreven. De invloed van dat idee is in De rode Christus terug te zien. De heftigheid van het lijden en de angst van Christus krijgen de nadruk in plaats van zijn sereniteit. Je ziet de gewelddadigheid ook terug in de omgeving: de rode gloed van bominslagen en de verschroeide aarde.’

Is kijken naar dit schilderij daardoor vergelijkbaar met kijken naar een horrorfilm, om van te gruwelen?
‘Dat hangt ervan af hoe je kijkt. Veel mensen zijn snel tevreden met dit schilderij vanwege het sublieme, de combinatie van het angstwekkende en het grootse ervan. Zelf heb ik echter moeite met het idee dat kunst in de eerste plaats emoties moet opwekken. Veel mensen denken namelijk dat de emotie die een werk bij je teweeg brengt je authentiek maakt, maar dat is naar mijn idee niet zo. Als je een unieke uitwisseling wil met een werk moet je actief kijken, wat betekent dat je even parkeert wat iets in eerste instantie aan emoties of ideeën oproept. In het geval van dit werk kan er bijvoorbeeld door je heengaan: ‘Wat bloederig’, ‘Ik vind dit niet mooi’ of ‘Alweer een christus’. Als je die ideeën even aan de kant zet kun je opnieuw kijken. En dan gaat een schilderij je iets vertellen, het gaat voor je leven.
Zo zag iemand ineens dat er een tweede gezicht in dit werk zit. Dat zie je als je kijkt naar Jezus’ rechterschouder, van ons uit gezien. Tegen zijn gezicht aan lijkt een stel lippen te zitten. Het linkeroog blijft hetzelfde als bij het eerste gezicht, het rechteroog zit daar schuin rechts boven. Als je goed kijkt zie je zo een gedraaid gezicht, dat een stuk kalmer oogt dan het eerste. Wie een schilderij als onderzoeksobject ziet, kan dat soort dingen ontdekken.’