Home Liefde Denkers om het warm van te krijgen: Louise Labé
Liefde

Denkers om het warm van te krijgen: Louise Labé

Door Simon J. Bellens op 23 maart 2018

Denkers om het warm van te krijgen: Louise Labé

Louise Labé (1524-1566) 
‘Kus me nog, kus me en blijf me kussen’ (Sonnet XVIII)


Louise Labé is de schatrijke stiefdochter van een koninklijk notaris. Louise Labé is de onconventionele feministe. Louise Labé verkleedt zich als man. Louise Labé is als een engel zo schoon en zo kuis. Louisé Labé is een prostituee of een hooggeplaatste courtisane. Louise Labé bestaat niet, tenzij als een dichterlijk verzinsel. Als zoveel geruchten over jou de ronde doen, moet je wel heel belangrijk zijn. We hebben haar ophefmakende gedichten, dat volstaat.

Afkomstig uit de opkomende bourgeoisie, vindt Louise Labé haar weg in de intellectuele kringen van Lyon tijdens de renaissance. Ze doet alles wat haar tijdgenoten niet van een vrouw verwachten. Ze studeert, ze schrijft, ze weigert de rol op te nemen die de samenleving van haar eist en ze moedigt andere vrouwen aan hetzelfde te doen. Vrouwelijke seksualiteit, als actief verlangend subject, niet als passief object van de male gaze is een weerkerend thema. Door te verlangen en te schrijven vanuit het verlangen – verbloeming is haar niet genegen – stelt ze een voorbeeld voor de vrouwen van haar tijd. De mannen van haar tijd weten niet hoe ze zich bij haar moeten gedragen. Ze vinden er niets beters op dan het gerucht te verspreiden dat ze een hoer was.

Snel komt ze met haar branie en talent terecht in een humanistische groep literatoren, de École de Lyon. Haar literaire collega’s zijn in de ban van haar intelligentie en worden niet zelden verliefd. De Lyonese school is schatplichtig aan Petrarca. In zijn werk bezingt de Italiaanse grondlegger van het humanisme de voortdurende liefde voor de schone Laura, die gehuwd was en dus onbereikbaar. De menselijke (mannelijke) beleving en het persoonlijke zielenleven staan plots centraal. Vol smart en lust kan enkel in een onaardse zielenwereld, buiten dit leven, de Platoonse liefde voor de onbereikbare vrouw tot voltooiing komen. In deze poëzie is de vrouw steeds het object van verlangen, maar ook de oorzaak van bedrog en hartzeer. Ze is als het ware een genadeloze meesteres waarnaar een nietig man hunkert. Nu neemt een vrouw zelf die onderwerpen ter handen. Labé draait de rollen helemaal om. Hoe verandert de vrouwenstem deze petrarkistische thematiek? Waar mannelijke auteurs uiteindelijk berusten in dichterlijke metaforen, in het heil van de kunst, neemt Louise Labé geen vrede met een gedicht. Ze verlangt steeds naar een werkelijke intieme verstrengeling met haar geliefde.

Hoe stout is dit smachten van haar? Nemen we twee vertalingen van de eerste zin uit Sonnet XVIII: ‘Baise m’encore, rebaise moi et baise’. Paul Claes maakt daar ‘Kus mij, kus mij opnieuw en blijf mij kussen’ van. In een brutalere vertaling (Rokus Hofstede) klinkt dat: ‘Neuk me nog eens, neuk me en blijf me neuken.’ Inderdaad heeft baiser de dubbele betekenis ‘kussen’/‘neuken’. En in alle eerlijkheid is vooral de tweede betekenis gebruikelijk. Het is maar wat je er van maakt, maar het is in ieder geval plus chaud que braise, oftewel: heter dan kolen.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Relevante berichten