Home Kunst De jager romantiseert de natuur niet
Kunst

De jager romantiseert de natuur niet

Door Claudia Galgau op 25 maart 2019

De jager romantiseert de natuur niet
Cover van 04-2019
04-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Is de jacht een wrede bezigheid? Fotograaf Isabella Rozendaal leerde van jagers hoe we ons als mens eerlijk en empathisch tot de natuur kunnen verhouden.

‘Ik zag de natuur vroeger als de esthetische achtergrond waar je nooit echt deel van uitmaakt. Om die barrière te doorbreken wilde ik meer leren over jagen’, zegt de Nederlandse fotograaf Isabella Rozendaal, die tien jaar lang de wereld af heeft gereisd om jachtrituelen te documenteren.

Rozendaal verbleef bij jagersgemeenschappen in onder andere het Zuiden van de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten en de Braziliaanse Amazone. De portretten die ze maakte hangen nu in een gedimd verlichte kelder in het Fotomuseum in Den Haag. De tentoonstelling Isabella Hunts bestaat daarnaast ook uit Facebook-gesprekken van jagers, essays over natuurmythes en Amerikaanse kookboeken over gejaagd vlees (game) – een rijke selectie van wat de fotograaf allemaal tegenkwam tijdens haar diepgravende onderzoek.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Rozendaal kwam op het idee om jagersgemeenschappen te fotograferen toen ze aan een serie over Amsterdammers en hun huisdieren werkte. Tijdens deze serie werd ze zich bewust van de hypocrisie waarmee stedelingen naar dieren kijken. Aan de ene kant beschouwen mensen hun huisdieren als onderdeel van de familie, terwijl de andere dieren waarmee ze in aanraking komen vaak slechts een onherkenbaar consumptieproduct zijn waar ze niet over nadenken. Voor iets daartussenin is doorgaans weinig ruimte. ‘Hierdoor begon ik me af te vragen wat als mens mijn plaats in de voedselketen is’, zegt Rozendaal.

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: Isabella Rozendaal

Ze ontdekte al snel dat mensen die jagen dieren niet op dezelfde inconsequente manier bekijken, maar dat ze zich juist eerlijker en intiemer tot de natuur en dieren verhouden. Zo is de dode eekhoorn die het meisje op de foto vasthoudt een vanzelfsprekend deel van haar jonge leven, omdat haar ouders, grootouders en vriendjes eens per jaar allemaal samen gaan jagen tijdens de zogenoemde opening van het eekhoornjachtseizoen in Louisiana. Deze dag is zo populair dat de meeste scholen gesloten blijven, ook al is dat volgens de wet illegaal. Voor deze gemeenschappen is jagen dus geen romantische ervaring waarin je voor je plezier de wildernis opzoekt, zoals het vaak wordt afgeschilderd, maar een feestelijke, sociale gelegenheid. Jagers zelf omschrijven de jacht als een pragmatisch en belangrijk onderdeel van het leven. ‘De essentie van het leven is goed en heilig eten vinden. It’s so simple it’s stupid’, schrijft de Republikeinse activist Ted Nugent in een kookboek over wild. Uit deze quote spreekt een basale filosofie: het leven is niet ingewikkeld, en wij mensen moeten het niet gecompliceerder maken dan het is.

Het pragmatisme waarmee jagers de natuur omschrijven is heel anders dan het transcendentale en onverwoestbare beeld uit National Geographic-documentaires. ‘De “Natuur” die door het antropoceen zogenaamd is weggevaagd heeft volgens velen nooit bestaan’, schrijft ook geograaf Jamie Lorimer van het Oxford Future of Food Institute. ‘Er is nooit een “pure” natuur zonder de mens geweest, en dat moeten we in ons milieuactivisme niet vergeten.’

Volgens Rozendaal zijn jagers zich het meest bewust van de invloed van de mens op de natuur. ‘Het best kun je dat zien in de Amazone’, zegt ze. ‘Mensen gebruiken de rivier om te vissen, maar ook om zich erin te wassen; ze drinken het water en ze gooien hun afval erin. Als je de rivier zo intensief gebruikt, blijft de hele consumptieketen zichtbaar. Omdat ze hun invloed op de natuur zelf van zo dichtbij meemaken, doden mensen ook alleen de dieren die ze echt nodig hebben. Dieren doodschieten voor je plezier is geen jagen, maar massamoord.’

Rozendaals visie op de jacht doet denken aan de manier waarop de Indiaanse filosoof Jiddu Krishnamurti een meditatieve staat omschrijft: als het punt waarop tijd niet meer bestaat. De activiteit op zich is allesbehalve spannend of mysterieus; je moet vooral heel lang kunnen wachten. ‘Het eerste halfuur van het jagen ben ik ervan overtuigd dat de natuur niks voor mij is, maar voor andere, betere mensen, en dat ik maar doe alsof’, schrijft ze. ‘Maar na een halfuur laten mijn gedachten hun grip los, worden ze zacht en gaan ze nergens meer heen. Ik stop met denken en zit daar maar. Het is zo saai dat het niet eens meer een ervaring te noemen is. Maar de tijd houdt op met bestaan, en ik weet niet meer of ik er één uur of vijf uur heb gezeten.’