Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Wijsgerig Perspectief nr. 4/2019

De Googlisering van gezondheid

Tamar Sharon

Met de Googlisering van gezondheid lijken de, van nature gescheiden, domeinen van de markt en gezondheidszorg te versmelten. Dit levert de nodige zorgen op bij critici. Tamar Sharon deelt deze zorgen, maar betoogt ook dat we verder moeten kijken dan de dichotomie van markt versus nietmarkt.

Grote consumentgerichte technologiebedrijven, inmiddels de belangrijkste architecten van onze digitale omgeving, zijn zich de laatste tijd in hoog tempo gaan richten op de gezondheids- en biomedische sector. In digitale zorg en gezondheid hebben ze zich een belangrijke faciliterende positie verworven. De ‘ResearchKit’ software van Apple, bijvoorbeeld, maakt het nu mogelijk om klinisch medisch onderzoek te doen met een iPhone. Vooraanstaande medisch-wetenschappelijke instellingen zoals die van Yale en Stanford maken er al gebruik van. Verily, de Life Sciences-tak van Alphabet (de moedermaatschappij van Google) werkt samen met de universiteiten van Duke en Stanford aan een ambitieus project om menselijke gezondheid in kaart te brengen.

In Nederland is Verily partner in een studie van het Radboud UMC naar 650 Parkinsonpatiënten met als doel meer inzicht te verkrijgen in de ziekte op individueel niveau. Alphabet ontwikkelt daarnaast ook kunstmatige intelligentie met een medische toepassing om bijvoorbeeld harten vaatziekten, oogziekten, borstkanker en longkanker te kunnen voorspellen. Ook Amazon legt zich in toenemende mate toe op het domein van gezondheid en werkt sinds kort samen met de nationale gezondheidszorg in het Verenigd Koninkrijk. Recentelijk is een aantal van deze bedrijven zich ook gaan toeleggen op elektronische patiëntendossiers, gezondheidszorg voor werknemers en zorgverzekeringen.

Deze zogenaamde ‘Googlisering van gezondheid’ roept natuurlijk de nodige vragen op bij kritische volgers van digitale ontwikkelingen. Dat gaat van bescherming van privacy en data (worden persoonlijke gezondheidsdata gedeeld met adverteerders, zorgverzekeraars of werkgevers?) tot wat het betekent dat allerlei medische gegevens en persoonlijke gezondheidsdata winst kunnen opleveren (hoe gaan dit soort bedrijven hun investeringen te gelde maken?). De onderliggende gedachte is dat met de Googlisering van gezondheid twee domeinen in het menselijk bestaan dreigen te versmelten die van nature of uit normatief principe als gescheiden worden gezien: de markt en de gezondheidszorg. Zoals de economische socioloog Viviana Zelizer (2011) stelt, gaat het hier om de doctrine van ‘gescheiden domeinen’ of ‘vijandige werelden’: de Met de Googlisering van gezondheid lijken de, van nature gescheiden, domeinen van de markt en gezondheidszorg te versmelten. Dit levert de nodige zorgen op bij critici. Tamar Sharon deelt deze zorgen, maar betoogt ook dat we verder moeten kijken dan de dichotomie van markt versus nietmarkt. f gedachte dat het domein van de markt apart staat van de andere domeinen in het maatschappelijk bestaan en dat dit moet zo blijven.

Ook ik maak me zorgen over de Googlisering van gezondheid. En hoewel ik sympathiseer met de normatieve intenties achter de doctrine van ‘vijandige werelden’, zou ik willen stellen dat ze niet voldoet om grip te krijgen op het fenomeen van de Googlisering van gezondheid. Ten eerste omdat vooral gezondheidsdata vermarkt worden, maar niet zozeer gezondheidszorg en medische kennis. En wat deze vermarkting precies inhoudt, is ook niet duidelijk: zijn data een goed en in welk domein zou dit goed dan thuishoren? Ten tweede omdat de bedrijven die een rol spelen in de Googlisering van gezondheid consequent putten uit niet-marktgerelateerde normen en waarden. Hierdoor overlappen een grote hoeveelheid domeinen elkaar; iets wat wegvalt in de dichotomie van markt tegenover nietmarkt.

De doctrine van ‘vijandige werelden’ kan ons zeker bewust maken van risico’s wanneer de logica van de markt zich opdringt aan de wereld van zorg en gezondheid, maar ze schiet tekort als het gaat om het herkennen van inmenging van andere logica’s. Het domein van zorg en gezondheid maakt nu een transitie door naar een technologisch bepaald en datagedreven domein van kennis- en handelingspraktijken. Om de normen en waarden van zorg en gezondheid te bewaken, hebben we daarom behoefte aan een beter analytisch kader.

VIJANDIGE WERELDEN
Wat Viviane Zelizer de doctrine van ‘vijandige werelden’ of ‘gescheiden domeinen’ noemt, identificeert in het maatschappelijk bestaan twee domeinen die gescheiden zijn en ook zo zouden moeten blijven. Enerzijds is dit het domein van economische transacties, anderzijds het domein van intieme sociale relaties. Elk domein is daarbij georganiseerd volgens eigen onverenigbare uitgangspunten, waarden en doelstellingen. Variaties op dit model hanteren een uitgebreidere of nader gespecificeerde definitie van één of meerdere domeinen tegenover de markt: het domein van gezin en vriendschap, van onderwijs, wetgeving, zorg en gezondheid, democratische politiek, enzovoort. Zo ontstaat er een dichotomie van markt tegenover niet-markt die het domein van de markt tegenover alle andere domeinen van het maatschappelijk bestaan zet.

Het model van gescheiden domeinen stelt niet alleen dat het domein van de markt geheel buiten alle niet-markt domeinen staat. Ook stelt het model dat er sprake is van morele besmetting als deze domeinen wel met elkaar in contact komen. Als de logica van de markt vat heeft op goederen die het best tot hun recht komen in het niet-markt domein wordt niet alleen de waarde van die goederen ondermijnd, maar raken ze ook gecorrumpeerd. Daarom worden de domeinen niet zozeer als gescheiden maar als ‘vijandig’ gekenschetst en is het belangrijk de kwetsbare grenzen zorgvuldig te bewaken en te beheersen.

De doctrine van vijandige werelden heeft een lange traditie in westerse, sociale theorie en filosofie. Rousseau stelde dat als burgerplichten tot verhandelbare goederen worden gemaakt, dit de zorg vrijheid van burgers ondermijnt. Marx veroordeelde de rol van het kapitalisme, omdat daarin alle traditionele waarden en instituten eroderen en het menselijk bestaan wordt teruggebracht tot het leveren van arbeidskracht. En zowel romantische als behoudende critici van de Industriële Revolutie betreurden hoe kapitalisme het vermogen had om vanzelfsprekende hiërarchieën en traditionele waarden uit te hollen. Deze visie op kapitalisme, en tegenwoordig ook op neoliberalisme wordt gezien als een onbedwingbare en onoverwinnelijke kracht. En wordt door hedendaagse pleitbezorgers van gescheiden domeinen, zoals Elizabeth Anderson (1990), Michael Sandel (2011) en Wendy Brown (2015), nieuw leven ingeblazen.

Bovendien wordt deze doctrine vooral in het domein van zorg en gezondheid hartstochtelijk omarmd. Het menselijk bestaan, en daarmee het lichaam en lichaamsdelen, zouden buiten de orde van economische berekeningen moeten vallen. De gezondheidszorg of deelname aan medisch onderzoek zijn in deze visie goederen die, eenmaal gezwicht voor het marktdenken, bloot staan aan moreel verval. Plato stelde al dat het de ware aard van een arts is om zieke mensen te genezen, niet om geld verdienen. Zelfs zijn cynische Thrasymachus geeft hem hierin gelijk.

UITHOLLING VAN WAARDEN
In de twintigste eeuw is de studie van Richard Titmuss (1970) naar bloeddonorschap op vrijwillige dan wel commerciële basis misschien wel de sterkste verdediging van het gescheiden houden van domeinen. Zijn empirische onderzoek laat zien dat als bloedbanken op commerciële basis werken, dit kan leiden tot uitbuiting van mensen die het geld het hardst nodig hebben. Bovendien zijn bloedbanken op commerciële basis uiteindelijk minder efficiënt dan systemen op vrijwillige basis. Zijn grootste bezwaar heeft echter een ethische grondslag. Als bloed geven een verdienmodel wordt, zo stelt hij, demoraliseert dit de praktijk van vrijwillig bloeddonorschap. Een verdienmodel leidt er namelijk toe dat bloeddonoren verwachten dat ze aanspraak kunnen maken op een beloning. Dit kan, aldus Titmuss, leiden tot de uitholling van breed gedragen waarden van altruïsme, broederschap en burgerplicht. Dit geldt niet alleen in het domein van gezondheid, maar ook in de andere domeinen van het maatschappelijk bestaan.

Meer recent worden kritische studies naar huidige processen van dataficering ook getypeerd door de doctrine van ‘vijandige werelden’. Het delen van data wordt dan zowel geframed in termen van financieel gewin, als in termen van maatschappelijk nut. In deze optiek dreigt data, gegenereerd door personen en publieke instellingen in de niet-markt domeinen, in toenemende mate als handelswaar ten prooi te vallen aan de wetten van de commercie. Domeinschending gebeurt in deze context op twee manieren: als de commercie aan de haal gaat met persoonlijke data die vrij toegankelijk zijn in het publieke domein en (vaak als reactie hierop) als er eigendomsrechten worden toegekend aan persoonlijke data zodat er aan verdient kan worden. In het geval van data in de context van zorg en gezondheid, wordt de doctrine van vijandige werelden Het menselijk bestaan zou buiten de orde van economische berekeningen moeten vallen ingezet om de commodificering en exploitatie van bijvoorbeeld online patiëntenervaringen, genomische data, en self-tracking data aan de kaak te stellen. In lijn met de stellingname van Titmuss over bloeddonorschap, zou de commodificering van dergelijke data leiden tot uitholling van de norm om dergelijke data uit altruïsme te delen.

NIEUWE DOMEINBESMETTING
In deze lange traditie van vijandige werelden, dreigt de Googlisering van gezondheid op te doemen als een nieuw voorbeeld van domeinbesmetting. Maar in hoeverre is deze doctrine eigenlijk wel van toepassing op de Googlisering van gezondheid?

De doctrine van vijandige werelden stelt niet dat de markt geen goederen mag leveren, alleen sommige goederen niet. Hoe wordt dan bepaald wat wel en niet via de markt mag lopen? Waar lopen de scheidslijnen tussen domeinen? Dit begint met vaststellen wat de aard van het goed is. Dit houdt een analyse in van wat allemaal tot het oogmerk en de intentie van het goed behoort, en wat de bijbehorende waarden zijn. Ook wordt bepaald welke waarden beter in het ene domein gerealiseerd of geborgd kunnen worden dan in het andere. Toegepast op de Googlisering van gezondheid zouden we er snel uit zijn als het alleen ging om zorg en gezondheid als goed. In de Googlisering van gezondheid zijn de goederen, zoals eerder gezegd, niet zozeer zorg en gezondheid, maar vooral digitale gezondheidsdata. Vanuit de regulering, of economisch en filosofische invalshoeken is er nog lang geen consensus in het debat over de aard van digitale data, en van persoonlijke gezondheidsdata in het bijzonder.

De discussie gaat als volgt: ten eerste is een rubricering van data als al dan niet gerelateerd aan gezondheid een tamelijk nutteloze exercitie. Met behulp van Big Data Analytics kan namelijk nieuwe informatie worden verkregen door verschillende datasets te integreren of met elkaar te linken (Aicardi e.a. 2016). Vandaag de dag kunnen allerlei persoonlijke data, zoals consumptiepatronen, gebruik van sociale media, locatiegegevens, enzovoort, in combinatie met andere data worden gebruikt om informatie over iemands gezondheid te achterhalen. Vrijwel alle data kunnen dan als gezondheidsdata beschouwd worden, waarbij het vrijwel ondoenlijk is om voor al deze potentiele gezondheidsdata een intrinsieke bedoeling of oogmerk vast te stellen.

Ten tweede is de gangbare gedachte over data dat ze fundamenteel anders zijn dan economische of privégoederen, omdat ze ‘niet rivaliserend’ en ‘niet schaars’ zijn. Verschillende partijen kunnen de informatie ‘consumeren’ zonder dat ze op raakt. Zo bezien, lijkt het alsof data dezelfde kenmerken bezit als een publiek goed. Dat zou het probleem op kunnen lossen, want publieke goederen mogen niet door de markt verspreid worden. Maar juist deze opvatting over data wordt tegenwoordig van verschillende kanten betwist. Sommige wetenschappers betogen dat de definitie van data als publiek goed de internetgiganten in de kaart speelt. De facto kunnen ze zich data dan probleemloos toe-eigenen en om dit tegen te gaan moeten we data als privébezit Data lijken dezelfde kenmerken te bezitten als een publiek goed zorg zien (Purtova, 2015). Anderen stellen dat data noch een publiek goed, noch een privaat goed zijn, maar een gemeenschapsbezit. Deze wetenschappers promoten als oplossing voor huidige dataasymmetrieën zogenaamde ‘data commons’.

De Googlisering van gezondheid stelt het model van vijandige werelden in meerdere opzichten op de proef. Een antwoord op de vraag wat persoonlijke gezondheidsdata eigenlijk zijn, is er nog niet. En zelfs als we dit wel kunnen bepalen, blijft het de vraag hoe we de discussie over welke data in welk domein thuishoren moeten voeren. Wetenschappers zoals Anderson (1990), Sandel (2012) en Walzer (1983) die de doctrine van vijandige werelden aanhangen neigen naar een communitaristische en/of pragmatieke benadering. Tot welk domein een goed behoort, wordt dan bepaald door een breed gedragen maatschappelijk begrip van de waarden en betekenis van het goed. Het duurt even voordat zo’n begrip en de praktijk in overeenstemming zijn. Een zekere sociaal-culturele cohesie is er ook voor nodig. Bij een nieuw goed zoals persoonlijke gezondheidsdata, is er nog geen sprake van een stevig verankerd begrip van de betekenis ervan, zelfs niet van de verschillende inzichten erover.

VRIJHEID EN ALGEMEEN BELANG
De doctrine van ‘vijandige werelden’ behelst een dichotomie tussen de markt en de rest; wijst specifieke goederen, normen en praktijken toe aan het ene domein of het andere; en doet dit ook voor morele waarden. De meeste morele waarden worden daarbij gezien als niet-marktgerelateerd, met als uitzondering twee waarden die juist als typerend voor de markt worden gezien: vrijheid en algemeen belang. Daarentegen wordt de markt gezien als een domein waar het mensen vrij staat om – voor zover wettelijk toegestaan – te kopen en te verkopen waar ze maar zin in hebben, of het nu appels of nieren zijn, schoonmaakdiensten of seks. Vrijheid is in dit opzicht een libertair moreel argument ten gunste van de markteconomie. Het tweede morele argument, algemeen belang, is utilitair van aard. Handel, waarbij goederen worden verkregen door degenen die er de hoogste waarde aan toekennen, levert in markteconomisch opzicht alle betrokken partijen voordeel op. Het verhoogt daarmee ook het algemeen belang of maatschappelijk nut. Hoewel de moraliteit van de markt door aanhangers van de doctrine van ‘vijandige werelden’ onderkend wordt, plaatsen zij hier wel kanttekeningen bij. Tegen het libertaire argument wordt bijvoorbeeld ingebracht dat het de vraag is of keuzes in de markt in volle vrijheid gemaakt worden of dat er een bepaalde vorm van dwang of noodzakelijkheid is. Het utilitair wegen van voorkeuren zonder er een oordeel over te vellen, ofwel alle goederen volgens dezelfde schaal meten, is gezien de wezenlijke verschillen tussen goederen dubieus. Door sommige goederen economisch te waarderen, worden ze juist minder waardevol en raken ze vervuilt.

De doctrine van ‘vijandige werelden’ overtuigt in haar kritiek op de ethiek van de markt, maar is problematisch in het geval van de Googlisering van gezondheid. In mijn onderzoek naar de argumenten die bedrijven inzetten om De meeste morele waarden worden gezien als niet-marktgerelateerd hun activiteiten in het domein van zorg en gezondheid te verklaren, komt naar voren dat de marktgebonden waarden vrijheid en utiliteit tegen de verwachting in vrijwel afwezig zijn. Daarentegen worden wel andere waarden ingezet om deze nieuwe bedrijfsactiviteit te rechtvaardigen. Apple noemt bijvoorbeeld waarden als empowerment en gelijkheid in de ontwikkeling van gezondheidstechnologie. Het zou daarbij gaan om de democratisering van medische kennis ten behoeve van patiënten; politieke vrijheid in plaats van de vrijheid van de markt, zou men kunnen zeggen. De ecg-functie die recent is toegevoegd aan Apple Watch is, volgens de vicepresident van de Apple Health-tak, een manier om ‘de klant meer macht te geven en informatie werkelijk democratiserend beschikbaar te maken.’ De CEO van Apple, Tim Cook, onderschrijft het belang van democratisering van data: ‘We democratiseren data. Wat tot nu toe was afgeschermd, komt nu ter beschikking aan individuen die daarmee hun eigen gezondheid kunnen managen.’ Cook appelleert hiermee aan de politieke vrijheid van ‘voice’, niet de marktvrijheid van ‘exit’.

Andere waarden die deze bedrijven vaak naar voren schuiven zijn efficiëntie en expertise. Het gaat dan niet om de efficiëntie van de markt – twee partijen in een marktsituatie weten elkaar snel en effectief te vinden – maar om efficiëntie van databeheer. Zo kan een enorme aanwas van gezondheidsdata in de zorg gestroomlijnd worden. De mission statement van Verily is bijvoorbeeld om ‘gezondheidsinformatie bruikbaar te maken zodat mensen een gezonder leven kunnen lijden’. Informatie is dan ook de rode draad in alle zorggerelateerde projecten van Verily, aldus de medisch directeur van Verily. Ze stelt dat artsen, patiënten en gezondheidsdiensten te maken hebben met een exponentieel groeiende berg aan datasets en dat Verily de instrumenten biedt om deze data te managen. In een blogpost geeft Verily aan de rol op zich te nemen om de ‘ernstige informatiekloof’ in de verslavingsgeneeskunde te dichten met hun expertise in het bouwen van platforms voor gezondheidsdata.

Dit doet Verily door een partnership aan te gaan met een afkickkliniek voor opiatenverslaving. Ook wordt het principe van ‘bijdragen tot het algemeen belang’ veelvuldig en expliciet gebruikt. De top van zowel Apple als Alphabet geeft overduidelijk aan dat ze in dringende maatschappelijke kwesties, waaronder gezondheidszorg, verwachten impact te maken. Demis Hassabis, oprichter van Google DeepMind, verwacht dat technologie beter in staat is maatschappelijk welzijn te bevorderen dan mensen zelf: ‘Als je kijkt naar de uitdagingen die onze maatschappij vandaag de dag het hoofd moet bieden (…), dan gaat het op geen enkel gebied snel genoeg. Ofwel menselijk gedrag, ofwel de technologie, dienen sterk te verbeteren.’ Het unieke aan Apple, stelt Tim Cook, is de wil en inzet die het bedrijf duidelijk heeft om ‘de wereld te veranderen’ en een ‘kracht van het goede’ te zijn door te focussen op ‘waar mensen verder mee kunnen komen en niet zozeer op hoe het bedrijf het meest kan verdienen’. Dat gaat ook op voor de interesse in gezondheid die het bedrijf tegenwoordig aan de dag legt. Veel van de initiatieven op het gebied van zorg en gezondheid zijn volgens Cook niet gedreven door winstbejag. De software van Waarden worden ingezet om nieuwe bedrijfsactiviteiten te rechtvaardige zorg ResearchKit bijvoorbeeld ‘kent geen businessmodel. Echt, we verdienen er niets aan. Maar we dachten, dit heeft maatschappelijk nut en daarom hebben we het ontwikkeld’.

RETORISCHE MISLEIDING
Binnen de doctrine van ‘vijandige werelden’ wordt de mobilisering van niet-marktgerelateerde waarden door actoren in de markt afgedaan als retorische misleiding. Een misleiding die nietsvermoedende burgers verleidt om hun gezondheidsdata beschikbaar te stellen voor maatschappelijk welzijn, maar in feite wordt alleen de bedrijfswinst omhoog gestuwd. In het tijdperk van digitaal kapitalisme gebeurt dat natuurlijk ook. De kanttekening hierbij is dat dezelfde waarden ook gehanteerd worden in uitspraken van de niet-bedrijfsgebonden actoren in de Googlisering van gezondheid, waaronder onderzoekers en instellingen in de publieke sector, patiënten die aan de onderzoeken deelnemen, en beleidsmakers die zich bezighouden met digitale gezondheid. De veronderstelling dat ze allemaal onwetend of gehersenspoeld zijn is niet alleen aanmatigend maar ook onwetenschappelijk.

De doctrine van ‘vijandige werelden’ biedt onvoldoende houvast om de morele focus in het debat over de Googlisering van gezondheid te duiden. In plaats van poneren dat de markt handig gebruikt maakt van niet-marktgebonden waarden, werpt de benadering van Luc Boltanski en Laurent Thévenot (2006), waarin waarden deel uit maken van ‘morele repertoires’ of ‘verschillende ordes van waarden’, meer vruchten af. Zij spreken vanuit verschillende optieken over algemeen maatschappelijk belang en bespreken elke optiek met een eigen, samenhangend vocabulaire van argumenten en rechtvaardiging.

Wanneer bijvoorbeeld gesproken wordt over de democratisering van medische kennis en een bijdrage leveren aan de maatschappij, dan wordt er geput uit het repertoire van ‘burgerschap’, waarin algemeen belang geconceptualiseerd wordt in termen van maatschappelijke waarde en collectief nut. Wanneer gesproken wordt over de expertise in databeheer die bedrijven kunnen verschaffen, wordt er geput uit het ‘industriële’ repertoire, waar algemeen belang geconceptualiseerd wordt in termen van meer efficiëntie. Andere waarden, zoals ‘buiten vaste kaders denken’, ‘radicaal anders’ en een ‘nieuwe kijk op zorg en gezondheid’, laten zien dat er geput wordt uit een ‘project repertoire’, waarbij algemeen belang geconceptualiseerd wordt in termen van innovatie en activiteit. Boltanski en Thévenot onderscheiden in totaal acht van zulke repertoires waar mensen aan appelleren als ze hun stellingname en handeling willen rechtvaardigen.

Er is bij deze auteurs dus sprake van meer dan één repertoire. Zo’n ‘repertoire’ is niet hetzelfde als een domein, maar een uitdrukking van de gang van zaken en manier van denken die karakteristiek zijn voor dat domein. De gang van zaken in het domein van democratische politiek vindt uiting in een burgerlijk repertoire, het domein van familierelaties uit zich als een repertoire van huis en gezin enzovoort. Zo bezien zijn er niet slechts twee domeinen, maar meerdere. De doctrine van ‘vijandige werelden’ ziet, wanneer toegeEr zijn niet slechts twee domeinen, maar meerdere repertoires 40 Wijsgerig Perspectief past op de Googlisering van gezondheid, slechts markt of niet-markt (of het nu gaat om de persoonlijke relaties, gezondheid, democratische politiek of alle drie samen). Repertoires bieden een ander kader. Het morele landschap wordt complexer en laat toe dat er meerdere ordes van waarden, elk een uitdrukking van een andere morele oriëntatie op de wereld, aan het werk zijn.

VOORBIJ AAN DE DICHOTOMIE
Waarom is het van belang de aandacht te richten op de veelheid aan elkaar overlappende repertoires en domeinen in de Googlisering van gezondheid? Om te beginnen omdat dit tot een betere vaststelling van de feiten leidt. Belangrijker nog omdat het gevaar dat de ene wereld de andere binnendringt misschien niet alleen een dreiging vormt op het raakpunt tussen de wereld van de markt en niet-markt, maar op de raakpunten van alle domeinen. Om de opgang van niet-marktgerelateerde repertoires in het domein van zorg en gezondheid te begrijpen, hebben we een beter instrumentarium nodig. Pas dán is een goed debat erover mogelijk. Dan kunnen we ons de vragen stellen die ertoe doen: wat gebeurt met zorg en gezondheid als het repertoire van de industrie, waarin efficiënter databeheer en uitsluitend technologische oplossingen de hoofdrol spelen, dominant wordt? Of, wat gebeurt er met zorg en gezondheid als het dominante repertoire over gezondheidsdata een burgerlijk repertoire is? Gaat de burgerplicht en het vrijwillig beschikbaar maken van persoonlijke data dan mogelijk ten koste van privacy en individuele autonomie? Zal een dominant ‘vitalistisch’ repertoire dat gezondheid bovenmatig waardeert en de bijdrage van technologiebedrijven aan de zorg toejuicht, nog verder ten koste gaan van democratische controle in de oprukkende dataficering?

Nu zorg en gezondheid steeds meer door technologie gemedieerd wordt en de datadichtheid blijft toenemen, is het nodig het debat over de verschillende afwegingen op te schroeven. Een eerste stap is de beperkingen van de dichotomie van markt versus niet-markt achter ons laten. We moeten bepalen met welke normen zorg en gezondheid het best tot hun recht komen. Om te weten welke uitvoeringspraktijken schadelijk zijn en waarom, moet ook bepaald worden welke repertoires en concepten van algemeen belang zijn als organiserend principe. Alleen los van de dichotomie ontstaat ruimte voor andere morele gezichtspunten die in de Googlisering van gezondheid vorm krijgen. Erkenning van de dynamiek van verschillende domeinen en de heilzame inbreng van sommige repertoires in het domein van zorg en gezondheid, helpt ons voorwaarden vast te stellen om schadelijke transgressies te voorkomen.