Home Film De filosofische videotheek: Alles van waarde
Film

De filosofische videotheek: Alles van waarde

Door Jacques de Visscher op 10 november 2014

Cover van 04-2012
04-2012 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

De filmische uitbeelding van een politiek en sociaalkritisch dispuut tussen vader en dochter krijgen we zelden te zien. Als het scenario thema en personages in beperkte banen houdt en als de regie de gesprekken binnen de geijkte vorm van een tv-interview opneemt, kan dit lukken zonder in dramatiek en sentimentaliteit te vervallen. Een mooi voorbeeld is Alles van waarde (2011), een documentairefilm die zijn opzet niet voorbijschiet en die blijft boeien van het begin tot het einde. Sterker nog: we maken echt kennis met de protagonisten en kunnen met hen sympathiseren. Het familiale kader is concreet: vader en dochter vertolken gewoon een stuk uit hun leven. Dat lijkt op een plot met een probleemstelling. De vader, cameraman en filmmaker Frans Bromet (68) en zijn volwassen dochter Laura Bromet (41), voor GroenLinks fractievoorzitter in de gemeenteraad van Waterland en moeder van vier kinderen, zijn het politiek-filosofisch met elkaar oneens. Vader Bromet is een grappige en wat onhandige mopperaar. Hij is boos over de managermaatschappij die verantwoordelijk is voor de verstikkende schaalvergroting. Dochter Bromet, zowel ernstig als goedlachs, verwijt haar vader dat hij aan de kant blijft staan. ‘Als je alleen maar boos bent, heb je daar niets aan.’ Vader Bromet heeft daarop geen antwoord, maar komt af met de waarschuwing: ‘Je wil de wereld veranderen, maar daar komt niets van.’ Om dit te tonen trekt hij naar ergerniswekkende doelwitten: de zorgsector, het onderwijs, de bedrijven die slechts aan ‘groeien’ denken. ‘Groei die niet stopt, noemen we kanker,’ zegt hij. Klantvriendelijk zijn die bedrijven niet, zoals de cameraman laat zien in de scène waarin een tandarts, door een vergissing beroofd van haar telefoonaansluiting, in een telefooncel vergeefse pogingen onderneemt om een helpende ‘instantie’ van de telefoonmaatschappij te contacteren. Ze moet telkens allerlei andere cijferconnecties proberen om terecht te komen bij een persoon die zich verontschuldigt dat hij haar uiteindelijk niet kan helpen. Bromet interviewt vervolgens een manager van Tele2 die keurig en tegelijk virtuoos koel en rustig blijft bij de vragen van de verontwaardigde cameraman en die ten slotte de nooit te weerleggen stelling verkondigt dat in zo’n gigantisch bedrijf met vele tienduizenden klanten sommige uitzonderingen pech hebben. Het algemeen belang van het ‘efficiëntievoordeel’ haalt het op het particuliere ongeluk.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘Efficiëntievoordeel’ is een woord als ‘kwaliteitsimpuls’: het wekt ergernis bij wie het te horen krijgt als slogan om ongevraagde hervormingen af te dwingen. Leraren en verplegers kennen dit vanuit hun ervaringen waarin ze ‘van bovenuit’, van managers, niet gehinderd door enige onderwijs of zorgervaring, allerlei richtlijnen krijgen over hoe ze hun gecodeerde en ‘getimede’ prestaties zo moeten plannen dat ze de even formeel gecodeerde doelstellingen halen. Zo heet verzorging ‘product 20’ en begeleiding ‘product 71’. Een douchebeurt bij een bejaarde thuis mag niet meer dan twintig minuten in beslag nemen, gemeten van bij het aanbellen tot het verlaten van de woning van de zorgbehoevende. De scènes tijdens vergaderingen met leraren en hun manager en met verplegers met hun ‘coach’ zijn hilarisch, maar tegelijk zo eng. Alleen de administratie vaart er wel bij dat de echte betrokkenen geen eigen initiatief kunnen nemen.
Dit systeem verlamt Laura Bromet niet. Ze is somber noch grimmig. Ze wil stap voor stap vooruit. De slogan voor een campagne van haar partij luidt: ‘Klaar voor de toekomst.’ Vader Bormet vindt dit maar niets en stelt als alternatief: ‘Weg met de managercultuur.’ De positieve en vooral constructieve houding van de dochter is opvallend. Ze bereidt haar tussenkomst of die van haar collega’s in de partij zorgvuldig voor. In de gemeenteraad houdt ze onvermoeibaar vast aan wat ze voorstelt, schuwt geen emotionele argumenten in haar tussenkomsten en is zich bewust dat grote successen niet voor het oprapen liggen. Ook zij is niet gelukkig met de schaalvergroting om louter financieel-economische redenen, maar ze beperkt zich niet tot het stellen van een diagnose, een interpretatie van de toestand. Bovendien is ze het niet met haar vader eens als hij meent dat alle kwalen tot die schaalvergroting te herleiden zijn. Het is niet omdat de kille organisaties domineren dat de mensen in alle omstandigheden van die schaalvergroting last hebben. Ze was zelf voor een kwetsuur in het ziekenhuis en vond dat ze heel aardig en deskundig werd verzorgd. Ze leert uit ervaring.

De tegenstelling tussen vader en dochter is deels herkenbaar in de zo vaak geciteerde elfde stelling over Feuerbach van Karl Marx: ‘De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen’ (‘Die Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern’). Dat de oudere Frans irriterende toestanden door de cameralens bekijkt, typeert zijn afstandelijke positie. Laura geeft de interpretatie niet prijs. Gesterkt door wat ze hoort en meemaakt, gaat ze over tot de actie. Ze is in de politiek gestapt om uiteindelijk iets te veranderen, een praxis die Frans Bromet duidelijk en zakelijk door het oog van de camera laat zien. De vader tracht zijn dochter ook bij te brengen dat zij wel eens gerecupereerd zou kunnen worden. Daarvoor huurt hij de leraar geschiedenis Chris van der Heijden in, die alle onderwijsellende in Het zand in de machine heeft beschreven. De auteur blijft echter, tot Frans Bromets verbazing, in de geleidelijke verbetering geloven. Dat mensen iets doen aan de gemeenschapsvorming, dat laat Laura ten slotte verwoorden via de bevindingen van de dominee van Zuiderwoude, die erop wijst dat de zwart- wittegenstelling (grootschalig/kleinschalig) niet zo radicaal is en ook niet aan de werkelijkheid beantwoordt, want in zijn gemeente hij kan mensen van diverse pluimage samenbrengen.

Laura’s successen zijn niet spectaculair. Een behaald resultaat in haar gemeenteraad is, na vijf jaar strijd, de aanleg van een fietspad in Overbeek. Vader en dochter zeggen, een beetje gelaten, na afloop van de stemming van een geamendeerd voorstel: ‘Het is lastig om iets te veranderen in deze wereld. Het blijft een kwestie van een lange adem en van macht.’ Alles van waarde is weerloos, lezen we bij Lucebert.