Home De correspondenten: Duitsland en Europa

De correspondenten: Duitsland en Europa

Door Leon de Bruin op 10 november 2014

Cover van 04-2012
04-2012 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Net zoals in Nederland draait het publieke debat in Duitsland vandaag de dag voornamelijk om de Eurocrisis. Moet Griekenland de eurozone verlaten? Of juist niet? Welke gevolgen heeft een zogenaamde ‘grexit’ voor de rest van Europa, met name voor landen als Spanje, Italië en Portugal? En niet te vergeten: wat gaat dit ons allemaal kosten, en wie gaat wat betalen? Met name deze laatste vraag houdt de gemiddelde Duitser bezig. Immers, van alle eurolanden levert Duitsland verreweg de grootste bijdrage aan het Europese steunfonds ESM.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Er zijn grote meningsverschillen over wat nu precies de beste manier is om de Eurocrisis te beteugelen. Zo is de Duitse
bondskanselier Angela Merkel van mening dat Griekenland de eurozone in geen geval mag verlaten. Hoewel Griekenland geen derde hulppakket hoeft te verwachten, lijkt ze het land meer bewegingsruimte te willen geven met betrekking tot de zeer strenge afspraken die het is aangegaan met Europa en het Internationaal Monetair Fonds. Een aantal Duitse topeconomen daarentegen is ervan overtuigd dat Griekenland de eer aan zichzelf moet houden en vrijwillig de eurozone dient te verlaten. Alleen dan kan het land weer concurrerend genoeg worden om de economische crisis te bestrijden. Een snelle uittreding van Griekenland uit de eurozone lijkt ook de wens te zijn van het merendeel van de Duitse bevolking, zo wijzen recente peilingen uit.

Tegelijkertijd wordt in Duitsland ook een stevig debat gevoerd over de toekomst van Europa. Met name het essay ‘Zur Verfassung Europas’ van de Duitse filosoof Jürgen Habermas, dat eind vorig jaar is verschenen, heeft behoorlijk wat stof doen opwaaien. Habermas, die door Der Spiegel ook wel ‘Der letzte Europäer’ wordt genoemd, stelt dat er maar één echte oplossing is voor de Eurocrisis: een verdere politieke integratie van de eurozone. De ‘weeffouten’ die destijds gemaakt zijn bij de totstandkoming van de euro kunnen alleen worden hersteld door de vorming van een politieke unie. Hierbij dient het niet in eerste instantie te gaan over wat het ‘nieuwe Europa’ de noordelijke landen mag kosten, maar veel meer over de vraag hoe we haar uiteindelijk willen vormgeven. Habermas stelt zich een Europa voor waarin de soevereiniteit van de lidstaten wordt gecombineerd met het recht tot wetgeving op supranationaal niveau.

Het kernidee is dat de lidstaten bepaalde terreinen van wetgeving ‘delegeren’ aan Europa en daarmee dus macht afstaan, maar dat de uiteindelijke legitimiteit van Europa nog steeds ontleend wordt aan de soevereiniteit van de verschillende lidstaten.
In de Duitse media heeft Habermas nogal wat kritiek over zich heen gekregen. Collumnist Jan Fleischhauer van Der Spiegel schrijft dat Habermas thuishoort in het kamp van de ‘apocalyptische hysterici’. Hij is niet alleen veel te vaag, maar houdt zich ook nog met de verkeerde dingen bezig. De Eurocrisis is namelijk niet gevolg van een achterblijvende democratisering en een halfbakken politieke unie, maar van het ontbreken van een Europees schuldenbeleid. Volgens Die Zeit heeft het Europa van Habermas al zijn hoop gevestigd op een ideale, niet-bestaande politicus: een kruising tussen Brandt, Schmidt en Fischer met wat Schäuble-trekjes.
In Nederland zijn soortgelijke geluiden te horen. Adriaan Schout komt in een reactie op Habermas in het Financieel Dagblad tot dezelfde conclusie als Fleischhauer: het probleem van de Eurocrisis ligt niet in een gebrek aan democratische controle, maar in het ontbreken van onafhankelijk toezicht. Frits Bolkestein kwalificeert het idee van Habermas als de ‘barre onzin van een op hol geslagen studeerkamergeleerde’. Hij stelt dat de transnationale democratie onmogelijk gerealiseerd kan worden, aangezien de loyaliteit van de
Europese bevolkingen primair bij de nationale staat ligt.

Maar volgens Habermas is verder doormodderen is in ieder geval geen optie. In een artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van vorige maand schrijft hij samen met filosofe Julian Nida-Rümelinen econoom Peter Bofinger dat er maar twee mogelijkheden zijn om de Eurocrisis te overwinnen: een terugkeer naar de oorspronkelijke munteenheid, wat in feite neerkomt op een overgave aan de financiële markten, of een verdere politieke integratie van de eurozone, inclusief het ontwerp van de broodnodige instrumenten om de financiële markten weer onder de duim te krijgen. Meer smaken zijn er niet. Wel denkt Habermas dat er een belangrijke rol voor Duitsland is weggelegd als initiatiefnemer van deze eenwording. De cruciale vraag is uiteraard of de Duitse bevolking dit ook zo ziet.