Home De auteur van…Thorbecke. Een filosoof in de politiek

De auteur van…Thorbecke. Een filosoof in de politiek

Door Pieter Hoexum op 26 maart 2013

09-2004 Filosofie magazine Lees het magazine

Johan Rudolf Thorbecke, de man van de grondwet van 1848 en aartsvader van het liberalisme, blijkt een enthousiast aanhanger van de idealistische filosofie en het daarbij horende romantische levensgevoel. Biograaf Jan Drentje: ‘Hij had plannen zich in Berlijn als filosoof te vestigen, naast Hegel.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In de net verschenen bundel Ode aan de vrijheid, waarin vooraanstaande hedendaagse liberalen hun helden presenteren, prijst Jozias van Aartsen Thorbecke als een daadkrachtige, markante persoonlijkheid. Maar hij moet ook concluderen dat Thorbecke een raadselachtige figuur is, naar wiens drijfveren het gissen blijft. Van Aartsen verzucht tot slot dan ook dat het tijd wordt voor een uitgebreide biografie.
‘Dan wordt hij door mij op zijn wenken bediend!’

Ja, vooral ook omdat u expliciet onderzoek deed naar die diepste drijfveren. Wat was de uitkomst van uw onderzoek?
‘Kort gezegd: Thorbecke was geïnspireerd, om niet te zeggen “begeesterd” door de Duitse idealistische filosofie van post-Kantianen als Fichte, Hegel, en vooral Schelling. Hij nam daarmee in zijn tijd in Nederland een volstrekt unieke positie in omdat hier op Kant en alles wat daarna kwam eigelijk een banvloek ruste; filosofie werd in Nederland destijds nog geacht de dienstmaagd van de theologie te zijn.’
 
Waarom presenteert u het in de vorm van een biografie?
‘Voor een eerdere biografische studie onderzocht ik de privé-aantekeningen en correspondentie van Thorbecke, waarin zijn filosofische aspiraties duidelijk naar voren kwamen. Je kunt zijn politieke carrière wel ongeveer begrijpen zonder kennis van zijn metafysische denkraam, maar niet zijn persoonlijke ontwikkeling.
De familie Thorbecke kwam oorspronkelijk uit Duitsland en hoewel ze al enkele generaties lang in Zwolle woonden, waren ze nooit helemaal ingeburgerd. Toen bleek dat Thorbecke uitzonderlijk goed kon leren, stimuleerde zijn vader hem naar Duitsland te vertrekken. Tussen 1820 en 1824 verbleef Thorbecke in Duitsland. Hij werd geacht zich vooral te verdiepen in het Duitse bibliotheeksysteem, maar de filosofie had hem al vroeg te pakken gekregen en eenmaal rondreizend langs Duitse universiteiten maakte hij zich binnen de kortste keren de idealistische filosofie en het daarbij horende romantische levensgevoel eigen. Hij heeft plannen gehad zich in Berlijn als academisch filosoof – naast Hegelte vestigen, maar dat mislukte. In de Nederlandse context kon hij vervolgens weinig van zijn filosofische aspiraties laten blijken, de “wilde” filosofie van de Duitse idealisten werd hier als een gevaarlijke vorm van mystiek gezien. In de brieven aan vrienden en geestverwanten in Duitsland kon hij zich wat dat betreft beter laten gaan.’
 
Thorbeckes belangrijkste, filosofisch gevormde motivatie blijkt te zijn geweest dat hij ‘etwas für sich’ wilde zijn. Wat is dat?
‘Volgens Thorbecke hebben mensen een goddelijke, wezenlijke “wortel”; die zuivere kern is tijdloos. Het is een innerlijke ruimte die het individuele van een mens uitmaakt. Dit individuele drukt zich vervolgens uit in de tijd, al kan dat nooit volledig omdat de essentie uiteindelijk buiten de tijd ligt. Thorbecke’s individualisme en, daarmee samenhangend, zijn liberalisme, was dus geen vrijblijvend zwaktebod maar op impliciet gelaten filosofische uitgangspunten gebaseerd. Overigens moet niet vergeten worden dat Thorbecke bepaald geen “zwever” of kamergeleerde was, maar juist zeer daadkrachtig, een pragmaticus ook.’
 
Sluiten pragmatisme en visie elkaar dan niet uit?
‘In Nederland wordt pragmatisme al snel opgevat als een weinig principieel schikken en plooien. In dat opzicht was Thorbecke eerder een radicaal, volgens hem bestond de Nederlandse politiek grotendeels uit pappen en nathouden. Dat kon hij ook zijn, omdat hij altijd een relatieve buitenstaander bleef die zich oriënteerde op het buitenlandse, met name het Duitse en Franse intellectuele en politieke denken.’
 
U omschrijft Thorbecke als ‘compromisloos’, ‘anti-oligarchisch’ en ‘de schrik van bestuurlijk Nederland, maar populair bij de middengroepen’. Dat doet denken aan Fortuyn, of is die vergelijking geforceerd?
‘Nee, beiden waren buitenstaanders die de gevestigde orde tegen zich in het harnas wisten te jagen. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Thorbecke meende dat de rede grenzen moet stellen aan de driften, dat emotie en ratio elkaar in evenwicht moeten houden. Juist emotie-politiek, het inspelen op volkssentimenten zag hij, met de ontsporingen van de Franse Revolutie voor ogen, als een gevaar. Wettelijke kaders moesten de bedding zijn voor de moderne vrijheid. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, om met Thorbeckes idool Goethe te spreken.’

Thorbecke. Een filosoof in de politiek, door Jan Drentje, uitg. Boom, Amsterdam 2004, 671 blz., € 35,-