Home Tijd Bert Keizer: Eeuwig
Tijd

Bert Keizer: Eeuwig

Door Bert Keizer op 30 januari 2018

Cover van 02-2018
02-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Door de eeuwen der eeuwen’, hoorde je vaak in de katholieke kerk. Het leek me erg lang, en als je erover nadacht volkomen onbegrijpelijk. Toch zijn we al eeuwen gek op Eeuwigheid. Er gaat niks boven iets blijvends. Alles wat voorbijgaat had er net zo goed niet kunnen zijn. Dat zijn twee onhoudbare beweringen, hoewel ik het over die tweede straks nog wel even wil hebben. Niks boven iets blijvends? Bij kiespijn, regen of verdriet is het juist de wetenschap dat het weer voorbijgaat die je op de been houdt. Bij liefde, trouw en roem is de suggestie dat het weer over zal waaien verpestend, treiterig, of misschien zelfs cynisch. Wie zegt er nou tegen een kind dat het onderweg is naar het graf? 

Ah, we naderen het bezit dat we het meest gretig met eeuwigheid omhangen hebben, en vaak nog steeds omhangen: ons eigen leven! En dat terwijl de ervaring van alle levende mensen die ik ken vooral is dat het leven heel erg snel voorbijgaat. 

Plato is de eerste filosoof die begrippen als ‘Eeuwig’ en ‘Onveranderlijk’ op een troon in de lucht zette. En dat niet alleen uit afkeer van het voorbijgaande, maar ook om onze bijzondere aard te benadrukken: wij hebben deel aan iets dat Eeuwig en Onveranderlijk is. Biologen als Frans de Waal ondergraven dat bijzondere, maar het is nog steeds niet helemaal weg. Raymond Tallis, de Britse arts-filosoof die graag de kachel aanmaakt met de suggestie dat we eigenlijk een soort aap zijn, zei in een interview in Medisch Contact: ‘Ik heb niets met het bovennatuurlijke, maar ik bestrijd dat we louter natuur zijn.’ Dat klopt niet. Het klinkt als: ik ben van de drank af, dus ik drink alleen nog de betere Franse wijnen. 

Maar je begrijpt wel wat hij bedoelt. In de formulering van Samuel Butler: ‘Er is iets in ons dat zonder ons kan.’ Als katholiek jongetje dacht ik dat God dat was. Later hechtte ik erg aan het idee dat iets als ‘het getal 1’ er altijd zou zijn, ook na de laatste mens (Plato). Maar dat ben ik nu weer kwijt. Wat blijft is de wetenschap dat we niet als de dieren zijn. Wij sterven wel precies zoals dieren dat doen. Maar datgene wat zonder ons kan sterft niet? Het besef dat we geen dier zijn, blijft dat dan overeind na de laatste mens? Zo, en wie gaat dat beweren als er geen mensen meer zijn? Shakespeare zei: ‘Het is beter een liefde te moeten betreuren dan nooit te hebben liefgehad.’ Is het ook beter geleefd te hebben en te zijn gestorven dan helemaal nooit geleefd te hebben? Wat is uiteindelijk het verschil als alles wat voorbijgaat er net zo goed niet had kunnen zijn?

Nee ik snap het ook niet goed, maar ik sta elke morgen zonder enige weerzin op. 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.