Home Mens en natuur Bernard Stiegler: ‘De mens is een probleem voor de mens geworden’
Mens en natuur

Bernard Stiegler: ‘De mens is een probleem voor de mens geworden’

Door Florentijn van Rootselaar op 29 september 2016

Bernard Stiegler: ‘De mens is een probleem voor de mens geworden’
Cover van 10-2016
10-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Bernard Stiegler over de chaos die de wereld bedreigt (‘De mens vernietigt de voorwaarden voor zijn eigen bestaan’), en de uitweg die we juist in die nieuwe chaos kunnen vinden. 

Nee, ik ben niet tevreden met mijn antwoord. Als ik nog iets beters bedenk, stuur ik u een mail.’ De uitspraak typeert Bernard Stiegler: zijn oprechte poging om een zinvolle bijdrage te leveren – aan de wereld, maar net zo goed aan het leven van een enkel individu. Dat is ook de inzet van zijn werk als techniekfilosoof aan het Centre Pompidou in Parijs – waar hij directeur is van het door hem opgerichte Institut de recherche et d’innovation – en zeker ook van zijn filosofieschool Pharmakon in het Franse plaatsje Epineuil-le-Fleuriel, waar iedereen gratis lessen kan volgen (dit jaar gaat het over ‘weer leren leven in de tijd van het Antropoceen’).

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De vraag aan de Franse denker, aan het eind van het interview – we staan nog even na te praten in de kloosterzaal waar die dag de conferentie over het Antropoceen plaatvond: heeft hij een advies voor mijn zesjarige zoon? Hoe moet hij leven, in het Antropoceen, het tijdperk waarin overal de sporen van de mens te zien zijn? De tijd ook waarin het voortbestaan van de Homo sapiens op aarde wordt bedreigd. Stiegler diagnosticeert ons tijdvak zo: ‘Het evenwicht dat altijd heerste op aarde, gaat verloren. De mens is een roofdier geworden, dat ook zichzelf kan vernietigen. De mens is een probleem voor de mens geworden: hij vernietigt de voorwaarden voor zijn eigen bestaan.’

Stiegler denkt groots – erg groots soms. Hij koppelt allerlei fenomenen aan elkaar die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben. Het interview is ook een poging om dat grootse denken op de proef te stellen, te testen. 

Een voorbeeld van dat grootse denken. Het Antropoceen is voor hem meer dan een geologische periode. Het is de tijd van de entropie, van de chaos – op alle terreinen: de vertraging van de Golfstroom, met mogelijk grote gevolgen voor de temperatuur in West-Europa; het broeikaseffect; maar net zo goed de tijd van Brexit en het op hol geslagen kapitalisme, zelfs ‘een algehele proletarisering die verdergaat dan Marx voorzag’. 
 

Toekomst

De gevolgen van het Antropoceen voor de mens zijn groot, legt Stiegler uit aan het begin van het gesprek. Niet alleen is er een dreiging van het naderende einde, ook verandert onze relatie met de wereld op een fundamentele manier. Als er geen vaste patronen meer zijn, als de wereld voortdurend op een onvoorspelbare manier verandert, is het gevolg volgens Stiegler dat mensen niet meer kunnen anticiperen op de toekomst. ‘Mensen zullen niet meer investeren in de toekomst, ook niet in economische zin. Ze speculeren nog wel in de economie, maar investeren niet meer op een echt duurzame manier. Dat leidt tot een stagnatie van het leven, maar ook van politieke projecten als Europa.’ 

Het Antropoceen heeft een breuk tot gevolg tussen generaties door een ondermijning van onze kennis. En voor Stiegler, in navolging van Karl Marx, is kennis cruciaal voor de mens; niet alleen de kennis waarvoor de universiteit het domein is, maar ook levende kennis, kennis die een rol speelt in onze alledaagse handelingen, kennis die we kunnen aanpassen door ervaringen en gesprekken. ‘De overdracht van kennis is niet meer mogelijk, want wat is de betekenis daar nog van in een chaotische wereld? Ouders en grootouders worden angstig. Ze zijn niet meer in staat om hun kinderen iets bij te brengen en te onderwijzen. Terwijl het steeds belangrijker wordt om het leven en het kennen over te dragen op een volgende generatie als je dichter bij de dood komt. Dat maakt je sterfelijkheid draaglijker. Ik zeg dat allemaal omdat ik zelf oud word; ik kom dichter bij de dood. Ik zeg dat als vader en grootvader – ik heb negen kinderen en kleinkinderen.

Overdracht van kennis wordt ook moeilijk door het kapitalisme van webplatforms zoals Google, Facebook en Amazon, die voortdurend de aandacht van onze kinderen gevangenhouden. Die platforms leiden verder ook tot een disruptie bij ons. Als we op een dergelijk platform zijn, worden onze interacties bijna met de snelheid van het licht berekend. Wat we doen wordt vergeleken met eerdere interacties, er wordt een link gelegd met het netwerk van onze relaties. Ze weten veel sneller dan wijzelf wat we eigenlijk willen. Ze doen althans de suggestie dat ze weten wie we zijn. Want de belofte van het web mocht dan wel een ongebreidelde vrijheid zijn, de praktijk getuigt eerder van eenvormigheid.’ 

Facebook en Google sturen onze verlangens, door te wijzen op de producten die we zouden willen kopen, door suggesties te doen voor virtuele vriendschappen. ‘Ze voorkomen dat we onszelf in de toekomst projecteren, omdat die technologie dat al voor ons doet. Dat leidt tot een gevoel van vervreemding van jezelf, tot een nihilisme waarin niets meer van waarde is omdat ze door een algoritme voor ons berekenen wat ons verlangen zou zijn. Dat gaat zelfs zover dat ik mijzelf niet meer bezit, zelfs niet meer in mijn meest intieme leven. Voor sommigen – die louter een seksueel leven hebben via internet – creëert het web een ernstig gevoel van leegte, van betekenisloosheid, van entropie.’ 

Het Antropoceen beslaat bij u zo ongeveer alles, van broeikaseffect tot politiek en het dagelijks leven. Dat is wel erg veel… Is er een meer fundamentele band tussen al die vormen?
‘Daarvoor moet je teruggaan naar 1943, het jaar waarin de Oostenrijkse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Erwin Schrödinger, die beroemd werd door zijn bijdragen aan de kwantummechanica, in  zijn boek What Is Life het begrip “negatieve entropie” introduceert: de poging van elk organisme om de chaos in zichzelf te bedwingen.’ Sinds die tijd werd het een gevleugeld begrip in vele wetenschappen, zoals risicomanagement. Het idee is telkens dat er een kracht is die de chaos tegengaat. 

Stiegler: ‘Negatieve entropie is het proces dat de tendens tot chaos van het universum reduceert. We wisten in theorie – de oerknal – al dat het universum neigt naar wanorde, wat werd bevestigd door de observaties van de ruimtetelescoop Hubble. Het universum is een voortdurende expansie.’ Waar de wereld sinds de oude Grieken als een harmonieuze kosmos werd beschouwd, een ordening waarin alles zijn plek had, is diezelfde kosmos nu te veranderlijk om nog te kunnen denken in vaste plekken. Waar het ‘Ken uzelve’ van de oude Grieken betekende dat je op zoek moest naar de vaststaande plek in de wereld, hebben we tegenwoordig afscheid genomen van het idee dat er zoiets als een vaste plek voor de mens is.

‘Lokaal zijn er in de biosfeer bewegingen die de entropie tegengaan, zo zei Schrödinger. Niet door die te onderdrukken, maar door energie te verzamelen en te behouden, zoals het menselijk organisme bijvoorbeeld doet. Je moet je zo’n proces zo voorstellen: gewassen zetten dankzij fotosynthese de energie van de zon om in suikers. Die stellen de dieren in staat om zich te voeden, en bijvoorbeeld proteïne te produceren, waarna de mens door landbouw en jacht het dier kan eten. Dat is een proces dat de entropie tegengaat, dat er een organisatie tegenover stelt. En de mens – als organisme, als organisch geheel – heeft een organisatie nodig.
Onze aarde maakt die negatieve entropie of negentropie mogelijk. Het Antropoceen is het moment waarop onze natuurlijke omgeving juist entropie zal gaan voortbrengen. De voorwaarden voor het leven worden vernietigd, met als gevolg de zesde massa-extinctie van de soorten, waar we nu middenin zitten.’ 

Het bijzondere aan de mens is dat hij louter als biologisch wezen die chaos tegengaat. ‘Hij produceert ook andere, meer complexe vormen van negentropie. De mens is het wezen dat omgeven wordt door een kunstmatige structuur, die hij zelf heeft geproduceerd. Taal bijvoorbeeld, een bepaalde maatschappelijke ordening, politiek. Dat noem ik de kunstmatige organen van de mens. 

Dankzij die kunstmatige organen kan de mens de entropie tegengaan, maar net zo goed kunnen ze een nieuwe en sterke chaos veroorzaken. Je moet de zaken die we als mens maken zien als een farmacon, een woord dat Socrates gebruikte voor zaken die ons zowel kunnen genezen als vergiftigen. De mens heeft al zijn kunstmatige organen nodig om te kunnen overleven in de chaos, en zelfs om de chaos te bedwingen; tegelijkertijd brengen die organen een nieuwe chaos. Internet is daar een voorbeeld van. Het droeg de belofte in zich van vrijheid, en een nieuwe manier van negatieve entropie, een nieuwe manier om ons als organisme vorm te geven. Maar het blijkt ons nu dankzij de connectie met grote bedrijven te vervreemden van onszelf en van onze kennis.’ 

Het Antropoceen bedreigt daarom, aldus Stiegler, niet alleen de biodiversiteit, maar net zo goed – zoals hij het noemt – de noodiversiteit: de diversiteit van het leven van de geest, van de wetenschappen, de kunsten. Dat zijn bij Stiegler niet alleen gebieden waar de wetenschapper of de kunstenaar zich mee bezighoudt. Ieder mens zal zich in zijn leven moeten verbinden met die kennis om een zinvol leven te leiden. Juist die noodiversiteit is kenmerkend voor de mens: naast de biosfeer – waarin de mens leeft als biologisch wezen – wordt de aarde bedekt door een noosfeer, een laag van kennis, maar ook van technologie, waarin de mens floreert als het kennende wezen dat hij is. ‘Het kennen van de mens wordt bedreigd in onze tijd; dat is een volgende stap in de proletarisering van de mens waar Marx al over schreef. Die zei al dat de machines waar mensen sinds de industriële revolutie mee werken beschikken over het weten. De mens zelf weet niet meer. Waar eerst een ambachtsman zelf de kennis had om bijvoorbeeld schoenen te maken, hoeft de mens tegenwoordig alleen nog maar te gehoorzamen aan de machine en een deel van het proces uit te voeren, bijvoorbeeld de schoenen inpakken. Niet alleen raakt de mens zo vervreemd van de kennis, ook verandert het karakter van het weten: het wordt een dood weten als het geen rol meer speelt in het leven van mensen, als het niet open meer is voor discussie door die mensen. Kennis verandert in informatie. Dat proces noemde Marx proletarisering.

Die proletarisering is tegenwoordig uitgebreid. Niet alleen de arbeider heeft zijn kennis overgedragen aan de machine, ook de manager en de arts moeten tegenwoordig met vaste protocollen werken. Maar ook buiten het werk grijpt die proletarisering om zich heen, de laatste jaren door de marketing op het web. Wie surft op internet, merkt dat woorden door Google worden aangevuld als je nog maar een halve zoekterm hebt ingevuld, waarmee ze worden omgezet in linguïstisch kapitaal zoals Frédéric Kaplan [hoogleraar Digital Humanities in Lausanne] aantoonde. Het zijn woorden die ons naar producten leiden. Het leven van de geest in al zijn levendigheid en veelvormigheid – de noodiversiteit – raakt zo aangetast. Het vermogen om de entropie tegen te gaan verdwijnt daarmee.

De huidige economie is zelfs gebaseerd op het tegengaan van echte kennis, op een verhoging van de entropie. Juist dankzij die entropie, en niet door langetermijndoelen, verkrijgt de aandeelhouder zijn winst. De entropie als gevolg van werk wordt nog eens verhoogd door een vernietiging van de natuur door de eindeloze productie en het gebruik van hulpbronnen. De toename van de automatisering – en het verdwijnen van banen – leidt daarbij nog eens op zeer korte termijn tot de instorting van de economie.’ 

Wat te doen?
‘Wij ondersteunen in onze onderzoeksgroepen de ontwikkeling van een nieuwe economie die de entropie tegengaat. De automatisering moet in dienst gesteld worden van de negatieve entropie. Dat doen we nu in Saint-Denis bij Parijs, waar we een smart city bouwen waar mensen weer een betekenisvol leven kunnen leiden.’ 

Dat klinkt heel mooi, maar heeft dat nog enige zin nu we leven in een tijd waarin onze biosfeer wordt bedreigd?
‘Ja, dat is ook een oplossing voor het Antropoceen opgevat als bedreiging van onze biosfeer. Als de mens weer in staat is kennis te vergaren die de chaos tegen kan gaan, zal dat een eind maken aan het huidige ultraconsumentistische gedrag. Die consumptie is het gevolg van het gevoel dat je dankzij kopen kunt bestaan. De leegte van het bestaan die het Antropoceen met zich meebrengt, moet opgevuld worden met de aanschaf van een nieuwe gadget. Ik ken mensen die een auto kopen van 30.000 of 40.000 euro en geen geld hebben om hun kinderen op te voeden. Ze willen een nieuw model om het gevoel te krijgen dat ze bestaan. Maar dat leidt alleen maar tot frustratie, want dat is allesbehalve bestaan: in een grote auto rondrijden. Het is net als heroïne: hoe meer je ervan consumeert, hoe meer je het gevoel verliest te bestaan. Daar komt bij dat het een gif is voor de omgeving.

Als mensen nieuwe waarden vinden in hun leven, zal dat die tendens tegengaan. Dan zal er een nieuwe, op echte waarde gebaseerde economie kunnen ontstaan. Ik zeg nadrukkelijk een nieuwe economie, want er is geen sprake van louter een afname van de groei van de bestaande. Die nieuwe economie berust op de waardering van weten, van kennis in het leven van de mens, of het nu gaat om programmeren of andere kennis. Op die manier kunnen we de noodiversiteit herscheppen.’ 

Stiegler moet echt gaan, zegt hij. Maar we kunnen nog wel even doorpraten terwijl hij zijn spullen pakt – hij gaat weer naar Frankrijk. 

En hoe moet mijn zesjarige zoon leven in die tijd? 
‘Uw zoon moet vooral doen wat hij wil… maar dan wat hij echt wil. Tot zijn twintigste heeft hij de tijd om te exploreren; hij kan sporten, voetballen, schaken, muziekmaken, schilderen, koken. Alles wat een negentropie produceert. Alles wat de chaos tegengaat.’