Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 10/2020

Achterdocht

René ten Bos

Filosofie is voor iedereen,’ las ik laatst in een Engelstalige krant. Het argument was eenvoudig: omdat iedereen weleens filosofische vragen stelt, zou je kunnen zeggen dat filosofie in feite overal thuishoort. Je zou dit een gemeenschapsopvatting van filosofie kunnen noemen, die er een beetje van uitgaat dat wij allemaal, omdat we mensen zijn, met filosofische vragen zitten. Iedereen is een filosoof.

Tegelijkertijd wordt er naar die filosofie ook met wantrouwen gekeken, niet alleen op de universiteit, maar ook daarbuiten. Met filosofie, zo waarschuwden mijn ouders mij al toen ik reeds op jonge leeftijd door muizenissen werd bevangen, kun je geen geld verdienen. Dat weten ze inmiddels ook op de universiteit. De filosofiefaculteiten zijn er verdampt of opgegaan in bredere faculteiten die samen met filosofie ook letteren of theologie of iets anders uit de humaniora aanbieden. Filosofie wordt dan niet langer gezien als iets dat essentieel met onze menselijkheid van doen heeft, maar als iets dat niet rendabel is en in die zin bedreigend voor het welzijn van de gemeenschap.

Toch is het plutocratische monster niet de enige reden voor de achterdocht jegens de filosofie. Mensen die vrolijk beweren dat filosofie voor iedereen is, vergeten hoe hardnekkig filosofen geprobeerd hebben bijvoorbeeld vrouwen uit de filosofie te weren. Wie over de ziel leest bij de oude Grieken, leest vooral over de mannenziel. Diezelfde oude Grieken maakten natuurlijk ook duidelijk dat filosofie, hoe belangrijk ook, evenmin voor veel andere mensen is weggelegd. Ze is niet voor het gewone volk, ze is niet voor de barbaren, ze is niet voor slaven en ze is vanzelfsprekend ook niet voor kinderen. Over dieren zwijg ik.

Filosofie is niet voor het gewone volk.

Kortom, op die gemeenschapsopvatting van de filosofie valt wel het een en ander af te dingen. Daarom misschien hebben universiteiten ook lang gedacht dat de filosofie dienstbaar zou moeten zijn aan andere disciplines. In de Middeleeuwen werd ze geacht de dienstmaagd van de theologie te zijn en nu heb je mensen – zogenoemde analytisch filosofen – die vinden dat ze de dienstmaagd moet zijn van de wetenschap. Wat betekent dat? Filosofen mogen uitleggen hoe wetenschap werkt of wat wetenschappers eigenlijk aan het doen zijn. Dan ben je als filosoof in elk geval nog een beetje nuttig. Al het andere is onzin.

Veel eer is er dus niet te behalen voor een filosoof. De filosofie verdedigen met een beroep op wijsheid klinkt tegenwoordig erg ouderwets. Er zijn zelfs mensen – meestal aan zichzelf twijfelende filosofen – die zeggen dat wijsheid iets is dat gemeten moet worden. Misschien dat daarmee een therapeutische waarde gegarandeerd kan worden. Of een advieskundige waarde of iets dat waardevol is voor managers. Maar filosoferen om wijsheid zelf, daar kun je beter niet aan beginnen. Dat is nu juist níét voor iedereen.