Filosofie is ook makkelijker als je leest. Goed leest. Filosofische bronteksten zijn niet altijd even makkelijk te begrijpen. Daarom helpen we je in een close reading op weg met extra context en commentaar bij deze tekst van David Hume over het wonder.
Een wonder*1 is een inbreuk op de wetten van de natuur. Omdat deze wetten gestaafd worden door een stabiele, onveranderlijke ervaring, is het bewijs tegen een wonder uit de aard van de zaak even afdoend als een bewijs op grond van ervaring maar zou kunnen zijn. Waarom is het meer dan waarschijnlijk dat alle mensen moeten sterven*2, dat lood niet uit zichzelf in de lucht blijft hangen of dat vuur hout verteert en door water wordt geblust? Toch omdat men vaststelt dat deze gebeurtenissen overeenkomen met de wetten van de natuur en er een inbreuk op deze wetten, of met andere woorden een wonder, voor nodig is om ze niet te laten plaatsgrijpen. Niets wordt als een wonder beschouwd zolang het past in de normale loop van de natuur. Het is geen wonder als iemand die ogenschijnlijk in goede gezondheid verkeert, toch plotseling overlijdt; zo’n sterfgeval is ongebruikelijker dan andere, maar men heeft het toch al vaker zien voorkomen. Maar dat een dode opnieuw tot leven komt is een wonder*3, omdat het nooit in enig land of in enige tijd is waargenomen. Daarom moet alle ervaring eensluidend tegen iedere wonderbaarlijke gebeurtenis pleiten, anders zou die gebeurtenis die naam niet verdienen. En omdat een eensluidende ervaring gelijkstaat met een bewijs, is hiermee uit de aard van het feit zelf een direct en onbetwistbaar bewijs tegen het bestaan van welk wonder dan ook gegeven. En zo’n bewijs kan niet worden weerlegd of het wonder geloofwaardig gemaakt, tenzij door een tegengesteld bewijs dat het eerste in overtuigingskracht overtreft*4.

De uitgelezen Hume
David Hume
vert. Joost van Brussel en Frans van Zetten, inl. Patricia De Martelaere
Boom | Lannoo
392 blz.
