Home Toerist naar de sterren

Toerist naar de sterren

Door Leon Heuts op 22 april 2001

04-2001 Filosofie magazine Lees het magazine

De 60-jarige Amerikaan Dennis Tito gaat alleen al om curieuze redenen de geschiedenis in: hij is de eerste ruimtetoerist. De multimiljonair betaalde het Russisch Ruimtevaartagentschap 20 miljoen dollar en vliegt mee naar het Internationale Ruimtestation ISS – ondanks protesten van Amerikanen en ‘beroeps’kosmonauten. Overigens onderzoeken wereldwijd tientallen bedrijven de haalbaarheid van massatoerisme in de ruimte. Cultuurfilosoof Lieven de Cauter, verbonden aan de KU Leuven, ziet daar meer in dan slechts curiositeit. Volgens de filosoof, werkend aan een roman over een toekomstige ruimte-exodus, is het een eerste stap op weg naar ruimtekolonisatie.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Hoe weet u dat met de vlucht van Dennis Tito de kolonisatie van de ruimte is begonnen?
‘Gezien de lijn van de technologische ontwikkeling kan dat bijna niet uitblijven. Daarom is voor mij die reis van Tito een belangrijke historische gebeurtenis. Het is het begin van de eenentwintigste eeuw zoals de regisseur Stanley Kubrick dat voorspelde: 2001, a space odyssee. Niet alleen getrainde astronauten, maar ook gewone stervelingen kunnen nu naar de ruimte. Eigenlijk startte die odyssee al veel eerder: toen Thales van Milete, de eerste filosoof, in een put viel terwijl hij naar de sterren staarde. Of toen Kepler, Copernicus en Galilei hun blik richtten naar de sterren. Het zit in de exploratiedrang van de mens. Wij zijn hemelbestormers, grensverleggers. The sky is voor ons not the limit. Als de technologie en de markt, hoe cynisch dat ook klinkt, het ons mogelijk maakt de ruimte te koloniseren, dan zullen we dat doen.’

Volgens de Duits-joodse filosoof Günther Anders is de mens groter en kleiner dan zichzelf. Met zijn technische apparaten overtreft hij zichzelf; met zijn verantwoordelijkheidsbesef blijft hij bij zichzelf achter. Valt er hier op aarde niet genoeg te doen voordat we met raketten de ruimte intrekken?
‘Immanuel Kant zei dat de mens een dier is dat leiding nodig heeft omdat hij anders zijn vrijheid misbruikt en zijn voorrecht onrecht wordt. Maar de mensheid in zijn geheel zou er toch in slagen zijn natuurlijke driften te beheersen en zich moreel te verbeteren. Ik vind dit een ontroerende gedachte, maar deel dat verlichingsoptimisme niet. De techniek gaat met ons op de loop; de komende ecologische en sociale catastrofes bewijzen dat politiek besef en technologie ver van elkaar zijn verwijderd.’
‘In mijn roman, die zich afspeelt in 2072, saboteert een vrouw een grote Exodus-raket waarin juist een groot deel van de mensheid op weg wil gaan om de ruimte te koloniseren. Zij vindt het immoreel dat zij vertrekken, terwijl de aarde op het punt van vergaan is. Dat zegt genoeg over mijn optimisme.
Zou ik zelf gaan? Ik niet, maar het hoofdpersonage in mijn roman, een Italiaanse sociaal geograaf die deelneemt aan een wereldconferentie over catastrofebeheer, moet van zichzelf toegeven dat hij stiekem hoopt dat zijn dochters een plaatsje bemachtigen in een volgende Exodus-raket.’

Volgens Anders is de ruimtevaart de twintigste-eeuwse vorm van mystiek. Mag ruimtetoerist Tito hopen op een mystieke ervaring?
‘Als ik in een vliegtuig zit, en ik kijk door een patrijspoort naar het wolkenlandschap, dan valt het me op hoe ontgoocheld ik ben dat ik dat niet subliem vind. Het zou mij niets verbazen als Tito, terwijl hij door zijn raampje naar de aarde kijkt, ook is ontgoocheld. De techniciteit van de capsule verijdelt het sublieme, lijkt mij. Maar ik weet het niet. Misschien is het spektakel van de blauwe planeet zo overweldigend, dat het sublieme door de patrijspoorten heen breekt. En bij terugkomst kan hij toch zeggen dat hij naar de sterren is geweest.’

De mens is onverzadigbaar, met de techniek als hulpmiddel.
‘Die stelling zou je kunnen omdraaien: de techniek is onverzadigbaar, met de mens als hulpmiddel. Dat is het catastrofale probleem van de mensheid: de aarde is eindig en er is geen enkele politieke instantie om de techno-kapitalistische ontwikkeling bij te sturen.’