Home Succesvolle straatdans

Succesvolle straatdans

Door Marianne M. van Dijk op 26 februari 2013

03-2013 Filosofie magazine Lees het magazine

‘We kunnen op straat heel succesvol bewegingen op elkaar afstemmen. Het gaat zelden mis’, zegt filosoof Ike Kamphof. Het is moeilijk om dit meteen te zien, maar de video Damrak van kunstenaar Michal Butink helpt.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Damrak is vlak bij de Bijenkorf in Amsterdam opgenomen, maar dat zie je niet, want de achtergrond is volledig wit. Van links en rechts schuiven voorbijgangers het beeld in, zonder geluid, net als bij een webcam. Alleen zie je de passanten hier van dichtbij en lopen ze in een lichte slowmotion. Ze zijn allemaal onderweg, gewapend met een tas, niet van plan ergens te blijven hangen.

De video wekte de belangstelling van Ike Kamphof, als filosoof verbonden aan de Universiteit Maastricht en auteur van Iedereen voyeur, een boek dat onder andere gaat over kijken in de openbare ruimte. ‘Vroeger vatte ik de openbare ruimte op als een soort lege ruimte waar je doorheen moest; nu geniet ik meer van de nabijheid van anderen.’

Het lijkt niet alsof de mensen in de video erg van elkaar genieten. 
‘Klopt. De openbare ruimte heeft – en dat zie je in de video ook – twee kanten. Aan de ene kant zitten we in ons eigen hoofd en zijn we bezig met waar we naartoe gaan. We zien anderen amper, of slechts als anonieme objecten. Dat maakt het ook mogelijk dat er geweld plaatsvindt op straat, dat we anderen niet als personen behandelen. We oordelen snel over de mensen die we tegenkomen. Maar deze problematische kant van de straat wordt al benadrukt in debatten over de openbare ruimte. Wat je in Damrak dankzij de vertraging heel goed ziet, is allereerst hoe fysiek nabij mensen eigenlijk zijn op straat. Je ziet de details van iemands jas, van het haar van de persoon voor je. Je kunt zien of iemand roos op zijn schouders heeft – dingen die de ander kwetsbaar maken. Ik realiseerde me dat die details op een bepaalde manier ontroerend zijn, en dat we helemaal niet altijd iedereen veroordelen, dat we het grootste deel van de tijd goed in staat zijn om elkaar te laten bestaan, en er ook voor kiezen om gezellig met z’n allen in een stad te gaan wonen.’

We laten de ander dus, maar is er ook contact in deze video?
‘Zelfs als we niet kijken is er communicatie, omdat mensen samen hun bewegingen coördineren. Je ziet wat de intenties van anderen zijn en anticipeert daarop, wijkt uit of versnelt. De Franse filosoof Merleau-Ponty zegt dat we niet alleen kijken met ons hoofd, maar met ons hele lichaam. Daardoor weten we ook wat er achter ons is en kunnen we zonder bewust na te denken door een menigte laveren. Dat laat deze video ook zien: we kunnen eigenlijk heel succesvol bewegingen op elkaar afstemmen. Het gaat zelden mis, behalve misschien als we in een heel ander ritme zitten, bijvoorbeeld als mensen die naar hun werk onderweg zijn botsen met mensen die winkelen. Deze video laat de succesvolle kant van ons gedrag in de openbare ruimte zien, en door de vertraging krijgen de bewegingen een bepaalde schoonheid; ze vormen een soort dans. We lijken ineens bij elkaar te horen.’

Schuilt in dat bij elkaar horen ook een verantwoordelijkheid?
‘Ja. Ik heb mijn kinderen bijvoorbeeld geleerd dat zolang ze nog op de stoep fietsen, ze met name aan bejaarden ruim van tevoren moeten aangeven hoe ze de ruimte innemen, en alvast moeten uitwijken. En als iemand papier op straat gooit, kan ik beslissen er niets over te zeggen, maar dan moet ik daar niet thuis over gaan mopperen. Maar ook de keuze om überhaupt de straat op te gaan of niet is bepalend. Ik loop hard in een park bij mij in de buurt, en dat doe ik liever niet als het ’s ochtends nog donker is. Maar zodra het bij het opstaan schemert, ga ik daar lopen, omdat je daarmee ook aangeeft aan anderen: dit is geen eng park. Je articuleert de openbare ruimte zelf.’
 
Damrak (1999)
Michal Butink
www.michalbutink.com