Er hangen drie diepzinnige spreuken aan de wand:
- Een kompas wijst de weg niet
- Een pijl buigt de boog niet
- Een klok heeft geen geduld
De spreuken zijn afkomstig van drie filosofen: Aristocurus, Botinus en Coparchus. De filosofen komen uit de eerste, de tweede en de derde eeuw na Christus, maar je weet niet wie wanneer leefde. Wat je wel weet, is het volgende: de uitspraak over de pijl komt uit de tweede eeuw; Coparchus is ouder dan Botinus; de uitspraak over het kompas werd eerder gedaan dan de uitspraak over de klok; Aristocurus leefde als laatste van de drie. Welke spreuk is van welke filosoof?
Oplossing
3 is van Aristocurus, 2 van Botinus, 1 van Coparchus. Aangezien de uitspraak over de pijl uit de tweede eeuw komt en de uitspraak over het kompas (1) eerder werd gedaan dan de uitspraak over de klok (3), moet het zo zijn dat uitspraak 1 uit de eerste eeuw komt, uitspraak 2 uit de tweede eeuw en uitspraak 3 uit de derde eeuw. Aangezien Aristocurus de laatste is en dus uit de derde eeuw komt, hoort uitspraak 3 bij Aristocurus. Botinus is jonger dan Coparchus, dus de uitspraak uit de tweede eeuw (uitspraak 2) hoort bij Botinus. Dan blijft uitspraak 1 over voor Coparchus.
