Home Luisteren naar ruis

Luisteren naar ruis

Luisteren biedt een andere toegang tot de wereld dan zien, stelt Aldo Houterman. Aan de hand van de filosofie van Michel Serres en de muziek van de Amerikaanse band Low stelt Houterman dat de wereld vaak niet helder en welonderscheiden aan ons verschijnt, maar juist vol zit met geruis, gesis en gekraak. Hoe kunnen we naar die ruis leren luisteren? En wat brengt dat ons?

Door Aldo Houterman op 25 augustus 2022

Luisteren naar ruis
wijsgerig perspectief 03 2022
Wijsgerig Perspectief nr 3/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Veel filosofische theorieën over kennis, onder andere die van Plato en Descartes, zijn gebaseerd op waarnemen door te zien. In die theorieën blijft de waarnemer relatief onafhankelijk en wordt kennis voorgesteld als een licht dat objecten helder en welonderscheiden aan ons toont. Leggen we echter de nadruk op luisteren als toegang tot de wereld, dan valt op dat we de wereld ook leren kennen vanuit de schaduw of de duisternis, vanuit een afhankelijke houding en wanneer de dingen niet direct aanwijsbaar zijn, maar ambivalent of ambigu.

Luisteren als toegang tot de wereld en als model van kennis is een belangrijk thema in de het werk van onder anderen Arthur Schopenhauer, Susanne Langer, Peter Sloterdijk, Hartmut Rosa en, in Nederland, Hub Zwart. Volgens de Franse wetenschapsfilosoof Michel Serres (1930-2019) zijn we zelf onderdeel van een netwerk van geluiden, trillingen, melodieën en ruis. In Les cinq sens uit 1985 vergelijkt Serres ons lichaam met de complexiteit van het oor. Net als onze oren is ons lichaam een labyrint vol kamers, gangen en wentelingen waarin geluiden weerkaatst worden. Ons lichaam ontvangt geluiden, verwerkt ze en zendt zelf ook weer geluiden uit.

Opmerkelijk in Serres’ werk is het belang van geroezemoes, gesis en gekraak: ruis is niet alleen een interruptie van geluid, maar ook het begin van, of een voorwaarde voor klank, melodie of ritme. Ook in de muziek van de Amerikaanse band Low speelt ruis een belangrijke rol. Op de laatste twee albums van Low wordt het geluid van herkenbare instrumenten steeds afgewisseld met gekraak en gezoem. In interviews geven de bandleden aan dat deze ruis is verbonden met politiek, gezondheid en technologie.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In dit artikel onderzoek ik aan de hand van de filosofie van Serres en de muziek van Low het belang van ruis voor onze interactie met de wereld. Hoe kunnen we luisteren naar ruis? Welke betekenissen heeft ruis? En wat leert een filosofisch perspectief op ruis ons over ­muziek, politiek, technologie en gezondheid?

Interferentie

Exact vijftig jaar geleden werden de idealen van vrede en ongelimiteerde vrijheid van de jaren zestig geconfronteerd met hun schaduwzijde. 1972 was het jaar van het rapport De grenzen aan de groei van de Club van Rome, Bloody Sunday, de arrestatie van de Baader-Meinhof-groep en de gijzeling van acht Israëlitische sporters tijdens de Olympische Spelen door de Palestijnse terreurgroep Zwarte September. In dit turbulente jaar verscheen ook het hoofdstuk ‘Musique et bruit du fond’ in het boek Hermès II: L’Interférence van Michel Serres, dat vandaag de dag beschouwd wordt als een sleutelwerk in zijn omvangrijke oeuvre.

In L’Interférence onderzoekt Serres de mogelijkheid van filosofie na de kritiek die filosofen als Foucault, Derrida en Deleuze in de jaren zestig leverden op het subject als uitgangspunt van kennis. Serres grijpt deze kritiek aan om inzichten uit de wetenschap en ontwikkelingen in de technologie te betrekken op ons zelfbegrip. Het traditionele subject daalt volgens Serres neer in een netwerk van objecten die met elkaar communiceren, zoals moleculen en cellen, maar ook instituties, straten, gebruiksobjecten, machines en planeten. Serres ontwikkelt in ­L’Interférence naar eigen zeggen ‘een filosofie van communicatie zonder substantie, dat wil zeggen zonder vaste grond of vaste referentie’ (Serres 1972:13).

Het woord interferentie verwijst naar communicatie tussen (‘inter’) verschillende kennisdomeinen (‘referenties’), maar ook naar hinder of ruis. Volgens Serres is het de taak van de filosofie om kennis tussen verschillende wetenschappelijke domeinen te vervoeren, vertalen en verzenden: filosofie transporteert als het ware informatie tussen verschillende secties in de encyclopedie van de wereld. Het traditionele subject is bij Serres getransformeerd tot een passage tussen de dingen, een tijdelijk resultaat van informatie-uitwisseling: ‘Wie ben ik? Niets anders dan de onderschepper van informatie, niets dan het embryonale geruis tussen de objecten’, schrijft Serres in de inleiding van L’Interférence. Wetenschappelijke objectiviteit staat bij Serres niet voor het ontwikkelen van één universele maat om de dingen te begrijpen, maar voor het traceren hoe objecten uit verschillende domeinen met elkaar communiceren.

Dit model van universele communicatie is volgens Serres ook van toepassing op geluiden en muziek. In ‘Musique et bruit du fond’ schrijft hij dat ons begrip van muziek vaak slechts gaat over de gestileerde culturele uitingen ervan, en niet over haar oorsprong, namelijk de universele communicatie tussen de dingen van de wereld, zoals sterren, vulkanen, watervallen, vogels, bliksem en wind. Deze bronnen van geluid wijzen op een lange muziekgeschiedenis vóór de mens. Ruisen gaat vooraf aan toonsoorten en -hoogtes, ritme en melodie, klinkers en medeklinkers. Daarom moeten we ons volgens Serres afvragen welke geluiden de dingen maken zonder (menselijke) sortering, filtering of onderscheiding. Al het geluid begint met ‘de brute werveling, de fluctuatie van de deeltjes, en de schok van gedistribueerde dingen’ (Serres 1972: 189-90). Ruis doordringt alle communicatie, taal en muziek, stelt hij.

De muziek van Low

Bijna een halve eeuw na de verschijning van Serres L’Interférence, klinken de albums Double Negative (Sub Pop, 2018) en HEY WHAT (Sub Pop, 2021) van de Amerikaanse band Low als een metamorfose van de popmuziek. De duidelijk herkenbare geluiden van de gitaar, drums en de harmonische samenzang van Mimi Parker en Alan Sparhawk vallen vaak uiteen in ruis. Die ruis meldt zich abrupt met gebonk, gekraak, geronk en gesuis, waarna er weer nieuwe ritmes en melodieën ontstaan. Krachtige gitaarakkoorden of een breekbare zanglijn verworden tot iets wat klinkt als het stuiteren van deeltjes, het elementaire gebrom van dingen die tegen elkaar botsen.

When you think you’ve seen everything / You’ll find we’re living in days like these’, ­zingen Sparhawk en Parker tijdens het eerste couplet van Days like these, aanvankelijk nog harmonisch. Precies op het moment dat de zang aanzwelt voor het tweede couplet, is het alsof je versterker ontploft. De zanglijn is nu gefragmenteerd, de ruis heeft zich gemeld en de organische zang lijkt uit een haperende machine te komen. Als luisteraar vraag je je door deze effecten steeds af waar de geluiden vandaan komen en naar welke geluiden je moet luisteren.

In een podcast-interview verklaarde de band het album Double Negative te hebben opgenomen vlak nadat Donald Trump eind 2016 tot president van de Verenigde Staten werd verkozen. De albumtitel verwijst naar Donald Trump die in 2018 terugkwam op zijn eerdere uitspraak dat hij, in tegenstelling tot de CIA en de FBI, niet geloofde dat Rusland had getracht de verkiezingsuitslag van 2016 te beïnvloeden. ‘De zin had moeten zijn: “Ik zie geen enkele reden waarom het niet Rusland geweest zou zijn”’, aldus Trump, waarna hij vervolgde met: ­‘Sort of double negative.’

Volgens de bandleden van Low articuleerde Trump met deze woorden de catastrofale effecten van zijn beleid, gebaseerd op hate-speeches, tweets vol zelfverheerlijking, fake news en minachting voor vrouwen, migranten en de planeet. De albums van Low zijn niet zozeer een directe reactie op Trump, maar eerder het begin van een zoektocht naar een antwoord op de vraag: hoe te leven in Amerika na deze catastrofale wending in de geschiedenis? De muziek wordt uit elkaar getrokken, gefragmenteerd en gedistribueerd, alsof intimiderende tweets en hate-speeches daarmee ook kunnen worden afgebroken. De gitaar en drums lossen vaak op in ruis om daarna weer helder te klinken, alsof we even kennis hebben gemaakt met de microgolven waar ze uit zijn opgebouwd.

Hoewel het rumoer van de menigte hate-speeches vaak versterkt, kan ruis een toespraak ook ruïneren. Ruis levert een paradox op: het verstoort en versterkt de lelijkste boodschap, maar ook de mooiste. Niet het sociale contract tussen mensen, maar de ruis tussen de dingen is de oorsprong van de politiek, aldus Serres. De politieke vraag die Low stelt is: hoe gaan we gezamenlijk om met ruis? Naar welke ruis luisteren we? Is ruis een verstoorder of een versterker van de politieke boodschap?

De titel van het album HEY WHAT uit 2021 klinkt voorzichtig positiever (‘Hey’), maar verwijst ook naar verwarring en onderbreking (‘What?’). Het album laat zich onder meer beluisteren als een documentatie van alle miscommunicatie tussen mensen tijdens de lockdown. Beelden die plotseling wegvielen, vertragingen van het geluid, links die niet openden, nog niet geïnstalleerde updates en ongeldige wachtwoorden vormden de ruis. ‘Hey, what?’ is het begin van menig Zoomgesprek. Toch worden de nummers op het album niet meer alleen uit elkaar getrokken of in secties gehakt, ze worden door de interferenties en het gezoem ook weer voorzichtig aan elkaar geweven. Het album eindigt zelfs met een rocknummer, It must be wearing off: de dingen moeten slijten. De brute werveling van de deeltjes kan ook weer leiden tot harmonie, als we goed leren luisteren.

Ruis en informatie

In zijn werk na 1972 wordt ruis steeds meer het object van aandacht voor Serres. ‘De wanorde is er altijd al’, zo begint hij zijn werk Hermès IV, ‘dat wil zeggen wolk of zee, onweer of ruis, mengsel of menigte’ (Serres 1977: 10). Serres laat zien dat ook sprookjes, klassieke romans, mythologie en de Bijbel regelmatig draaien om de vraag hoe om te gaan met deze ruis. Hedendaagse natuurwetenschappelijke theorieën over chaos, vrije energie en kwantumfluctuatie sluiten dus aan op een eeuwenoud thema: hoe is communicatie mogelijk als er altijd ruis is?

Een belangrijk element in de communicatie tussen objecten is het koppel signaal/ruis dat we kennen uit communicatiemiddelen zoals de telefoon, radio, televisie en internet. Hoe langer de kabel (het kanaal) tussen twee telefoons, hoe minder signaal er aan het eind van de kabel overblijft. Het probleem is dus hoe een helder signaal aan het andere eind van een lange draad te krijgen. Om dit op te lossen, ontwikkelden Shannon en Weaver in 1949 een wiskundige theorie van communicatie. Ze keken hierbij niet naar de kwaliteit van het signaal, maar naar de kwaliteit van signaalverlies. Het verschil tussen het verzonden signaal en het aangekomen signaal noemden Shannon en Weaver ruis. Door ruis als begrip te introduceren, maakten Shannon en Weaver het mogelijk om berekeningen met ruis uit te voeren en er een herstelprocedure op toe te passen. De ontvanger ontvangt altijd een gerepareerd signaal en krijgt de indruk dat het geen ruis bevat.

In de communicatietheorie van Shannon en Weaver wordt ruis benaderd als hinder die moet worden weggemoffeld zodat de luisteraar denkt te luisteren naar een heldere boodschap. Serres’ filosofie van ruis geeft hierop twee belangrijke bezwaren. Ten eerste geven Shannon en Weaver een geïdealiseerd model van communicatie. Het is een aseptisch model dat uitgaat van purificatie, verbanning en rationalisatie, terwijl er altijd verval is en kronkelingen en haperingen op de lijn zijn. Sterker nog, wij zijn zelf ook een kronkeling of hapering, een tijdelijke afwijking van de natuurwet. Ten tweede sluit het idee dat ruis onderdrukt moet worden volgens Serres uit dat ruis ook constituerend is voor communicatie. Signaal komt voort uit ruis, signaal is een uitzondering op de altijd aanwezige ruis. Inbreuk op zo’n signaal zorgt juist weer voor nieuwe manieren van communiceren.

Toch is de communicatietheorie van Shannon en Weaver erg belangrijk voor Serres, omdat zij ons in staat stelt om de wereld op een andere manier te zien. Ieder object bestaat namelijk uit vier operaties: informatie zenden, ontvangen, opslaan en verwerken. Als ik geluid maak, zend ik informatie; als ik luister, ontvang ik informatie. Serres: ‘Als ik informatie opgeslagen heb, is zij niet dood, maar zij leeft. En ik kan, dankzij wat ik heb gehoord, tijdens het verwerken van informatie andere dingen ontdekken’ (Serres 2016: 143). De processen van informatie ontvangen, opslaan, verwerken en zenden vinden we ook terug bij de zon, de maan, een rivier, een stad en een huis: ‘Daarmee verdwijnt het subject-objectonderscheid volledig omdat ik geen fysieke objecten ken, geen levende wezens, geen menselijke gemeenschappen die niet bestaan uit deze vier operaties’ (Id.)

Serres’ visie op informatie en ruis stelt hem in staat om de relaties tussen mens en natuur en mens en techniek veel nauwer te denken. We leven niet in een samenleving van productie, maar van communicatie: mensen wisselen informatie en ruis uit met elkaar, maar ook met bijvoorbeeld de planeet en met apparatuur. Over de ruis en het geroezemoes in de klaslokalen door de aanwezigheid van de telefoon en laptop, schrijft Serres in 2012 enthousiast: ‘De nieuwe chaos, primitief als elk tumult, kondigt aan dat er een kentering nadert’ (Serres 2014: 48). Hiermee bedoelt hij dat de nieuwe communicatiemiddelen zullen zorgen voor een transformatie in ons denken over onderwijs, kennis, wetenschap en onszelf. Kennis komt niet meer uit één centraal punt, een leraar of een boek, maar is overal beschikbaar: uit het hoofd heeft plaatsgemaakt voor onder de duim.

Verdwijnende horizon

Lang voor de ontwikkeling van digitale communicatiemiddelen was ruis al een duidelijk begrip op zee. De begrippen ruis, transport en kanaal uit de moderne communicatietheorie zijn afkomstig uit de zeevaart. Varen betekent meegaan met de wind en het geschommel van de boot en navigeren met de wervelingen van het water. Naar Low luisteren lijkt ook een nautisch experiment: net zoals op zee is er geen rechtlijnige koers en komen de geluiden vaak van heel ver. In het nummer Tempest op het album Double Negative spartelt de kwetsbare, voorzichtige gespeelde melodie in monotone ruis om niet te verdrinken. Varend op zee hoor je niets zo goed als het ruisen van de golven, kalm of driftig. ‘That disappearing horizon, it brings cold comfort to my soul’, luidt de tekst van het nummer Disappearing.

Op de muziekwebsite Pitchfork legt bandlid Alan Sparhawk de ruis in de muziek van Low uit als een abstractie:

De abstracties komen altijd voort uit het liedje. Dat is een van onze grote ontdekkingen over onze laatste twee platen. Hoe meer we proberen te fragmenteren en ­abstraheren – zelfs om te zien hoe ver we kunnen gaan totdat het geen muziek meer is – hoe ­interessanter het voor ons wordt.

Sparhawks omschrijving van abstractie is opmerkelijk: abstractie betekent voor hem niet dat de noten en melodieën naar een overzichtelijk model worden gevoegd, maar dat de ruis en de breuken worden teruggevonden in de muziek waar ze altijd al onderdeel van zijn geweest. Low keert muziek als het ware om door melodie en ritme te laten ontstaan vanuit ruis, gebrom of gekraak. Zo hebben de geluidsgolven van I Can Wait verschillende tempo’s. Sommige geluidsgolven worden turbulent en maken schuim in je oren. Andere spatten uit elkaar in scherven en gruis en laten je maag en voeten trillen.

Door gebruik te maken van technologie en elektronica laat Low horen dat harmonieuze samenzang het onvoorspelbare, het onbegrijpelijke en het geagiteerde met zich meedraagt. ‘Technologie is snel en kan alles doen, dus het is interessant om technologie zo ver te krijgen dat zij zichzelf begint te breken,’ aldus Sparhawk. ‘Ik wil horen hoe technologie uit haar algoritme geschopt wordt en al spartelend probeert het weer terug te vinden. Misschien is het wraak: ik wil technologie net zo kapot zien gaan als ze mij kapot heeft gemaakt.’ De beeldspraak van het zichzelf brekende en spartelende algoritme ontvouwt een manier van denken waarin niet alleen de digitaal geproduceerde muziek, maar ook de muziekproducerende technologie kan worden begrepen als iets dat worstelt met haar eigen ruis.

Ziekte en gezondheid

In de filosofie van Serres is ook het menselijk lichaam een communicatienetwerk van verschillende systemen. Onder deze systemen vallen het ademhalingsstelsel, het hart en vaatstelsel, het zenuwstelsel, het systeem voor hormoonhuishouding en het immuunsysteem. Deze systemen bestaan weer uit organen, weefsels, cellen en moleculen die chemisch op elkaar reageren en zo informatie aan elkaar zenden. Aangezien het lichaam van een volwassene uit 30.000 miljard cellen bestaan, betekent dit dat het lichaam astronomisch veel ruis produceert. ‘De wolk van kleine percepties, extern en intern, zou ons zeeziek moeten maken, het zou ondragelijk moeten zijn,’ schrijft Serres in Hermès IV uit 1977. En toch merken we niets van deze ruis van ons lichaam – hoewel we soms onze oren horen suizen
of onze buik horen rommelen.

Hey, we didn’t get past Michigan and Lake, before we found ourselves beneath the weight’, zingen Parker en Sparhawk in het nummer Hey tijdens een klotsende techno-sample, die uiteindelijk uiteenvalt in geborrel en geschuim. Onder het gewicht (‘the weight’) van de solide objecten vinden we het onvoorspelbare gerommel van de golven, de transmissie en de agitatie. Low schreef Hey tijdens de coronapandemie en de Black Lives Matter-protesten naar aanleiding van de dood van George Floyd in 2020. Volgens Parker beschrijft het nummer de chaos die het leven met zich meebrengt. Protest als onderbreking, maar ook als omkering van orde. In het nummer More is het geluid van de gitaar vervormd tot een bijna over de toeren geraakte cirkelzaag of piepende machine. Het geluid wordt bruut afgekapt om daarna weer een duet te vormen met de heldere zang.

I gave more than what I should have lost’, zingt Parker, dan net hersteld van eierstokkanker en een halfjaar lange chemotherapie. Over haar ziekteproces zegt zij in een podcastinterview met Sheroes Radio:

Als je denkt dat je alles op orde hebt, dan komt er onvermijdelijk iemand die je volledig door elkaar schudt. We zijn allemaal onderhevig aan gebeurtenissen die willekeurig zijn. De ziekte heeft mijn perspectief ook volledig veranderd: waarom zijn we hier? Waarom gebeuren deze dingen? Dat het album in deze heftige periode uitkwam was heel positief voor mij.

De prachtige zang van Mimi als protest tegen het machinale gedreun zet aan het denken over de relatie tussen gezondheid en ziekte.

Een belangrijke overtuiging binnen de geneeskunde is dat gezondheid de afwezigheid is van pijn. Gezondheid is de stilte van de organen, aldus de Franse neuroloog René Leriche. Daarmee doelde hij op een lichaam dat zich in gezonde staat niet opwerpt als hindernis of protest, maar de stille achtergrond is van ons handelen, denken en communiceren. De ruis in de muziek van Low laat echter de geluiden horen van de continue sluimering van pijn, ­desintegratie en miscommunicatie tussen de organen. Serres bekritiseert in zijn boek Le parasite (1980) Leriches opvatting over gezondheid:

Er is nooit stilte, strikt genomen. De grondruis is altijd daar. Als gezondheid gedefinieerd wordt als stilte, dan is er geen gezondheid. Gezondheid blijft het koppel ­boodschap-ruis. Systemen werken omdat ze niet werken. Niet-functioneren blijft essentieel voor ­functioneren. (Serres 1980: 144)

Precies omdat er altijd ruis is, kan er communicatie zijn tussen de verschillende systemen van het menselijk lichaam. Destabilisatie, sterven en ziekte zijn processen die continu aan de gang zijn in ons lichaam. Vaak denken we bijvoorbeeld aan sport als iets gezonds, maar sport gaat in de regel ook gepaard met tijdelijke verzuring, uitdroging en blessures. Als sport gezond is, komt dit niet door de afwezigheid van pijn, maar door de transformatie die het lichaam ondergaat door inspanning. Serres wil voorbijgaan aan de dichotomie tussen ziek en gezond. Hiermee maakt hij ruimte voor een begrip van gezondheid dat zich richt op een lichaam dat continu transformeert.

Ruis is hiervoor van cruciaal belang: voortdurende desintegratie zorgt voor ­niet-functioneren, waaruit weer nieuwe manieren van functioneren kunnen ontstaan.
Volgens dit perspectief zou kanker, de ongecontroleerde deling van lichaamscellen, geen inbreuk zijn op een gezond lichaam, maar eerder wijzen op een toenemende onmogelijkheid van de lichaamssystemen om nieuwe signaal/ruis-verbindingen met elkaar te vinden. Pijn in je schouders is ruis voor het vele werk dat je nog hebt liggen, maar de pijn is ook een signaal: het protest is al bezig strategieën tot herstel te verkennen.

Ruis als oorsprong

Meer dan het oog levert het oor ons volgens Serres toegang tot de ruis van de wereld, de ruis van de politieke gemeenschap en de ruis van ons lichaam. Het geluid van muziek, een gesprek, ademhaling en het gerommel van onze maag verstommen in de aanwezigheid van een sirene, harde wind, gejuich of het geknetter van een motor. Ruis laat horen dat de dingen langzaam bewegen, informatie naar elkaar zenden en uit elkaar vallen. Ruis doordringt alles: technologie en natuur, subject en object, muziek en luisteraar.

Ruis is het afval van informatie, een protest ertegen en een omkering ervan. Door te luisteren naar Low ontdekken we dat ruis geen bijproduct is, maar een abstractie die wijst op de mogelijkheidsvoorwaarde voor alle muziek. Low durft het embryonale geborrel van de dingen aan de oppervlakte te laten komen, soms ten koste van de melodie. Tegelijkertijd schept ruis in de muziek van Low de voorwaarden voor een nieuw couplet. Melodie en ritme zijn daarom niet het tegendeel van gebulder en gekraak, maar zijn de ruis zelf. Na de verstoring volgt soms een omkering, een metamorfose. De albums Double Negative en HEY WHAT zijn een verandering in de muziek omdat ze teruggaan naar haar oorsprong: het embryonale gebrom tussen de dingen. De muziek van Low is ruis die zichzelf als ruis herkent.

Literatuurlijst
• Serres, M. (1972), Hermès II: L’interférence. Parijs: Les Éditions de Minuit.
• Serres, M. (1977), Hermès IV: La distribution. Parijs: Les Éditions de Minuit.
• Serres, M. (1980), Le parasite. Parijs: Éditions Grasset et Fasquelle.
• Serres, M. (1985), Les cinq sens. Parijs: Bernard Grasset.
• Serres, M. (2012), Muziek. Vert. Jeanne Holierhoek, Amsterdam: Boom.
• Serres, M. (2014), De wereld onder de duim: lofzang op de internetgeneratie. Vert. Jeanne Holierhoek, Amsterdam: Boom.
• Serres, M. (2016), Pantopie ou le monde de Michel Serres: de Hermès à Petite Poucette. Parijs: Le Pommier.