Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 12/2020

Influencer

Alicja Gescinska
filosoof, schrijver

Leg je lot niet in handen van mensen wier moreel kompas bepaald wordt door wat ze betaald krijgen. Het is een stelregel om te onthouden, bijvoorbeeld bij politici die zich door belangengroepen en lobbyisten laten leiden. En ook, zo bleek onlangs, wanneer men influencers inschakelt in de strijd om een maatschappelijk en moreel goed.

In Nederland was al duidelijk dat je op de integriteit en betrokkenheid van influencers niet te veel moet rekenen in de strijd tegen corona. Even later bleek dat ook in Vlaanderen. Een initiatief om een jongere doelgroep te bereiken en zo meer respect voor het naleven van coronamaatregelen te kweken, bracht aan het licht dat maar liefst 70 procent van de influencers daar niets voor voelt. Dit nota bene op een moment dat België het epicentrum van de coronacrisis in Europa is, en het zorgsysteem dreigt te imploderen.

Influencermarketing is een heel typerend gegeven voor onze op consumptie gerichte ‘ikkige’ tijd – om het met de term van psychiater Dirk De Wachter te zeggen. Alsof ze een levend reclamebord zijn, afficheren influencers zichzelf via anderen en via anderen zichzelf. Wanneer bedrijven de geldbuidel opentrekken, dan maken ze wel een vlog of blog ter promotie van datgene wat werkelijk hét leukste
goedje ter wereld is.

Maar met geld koop je geen waarden, en als we waarden werkelijk van waarde vinden, moeten we kritischer omspringen met de invloed die we aan sommige individuen toekennen. Want invloed is niet iets wat een individu bezit; het is iets wat door anderen verleend wordt. Niemand kan invloedrijk zijn wanneer anderen dat niet mogelijk maken.

Een samenleving kan niet genoeg voorbeeldfiguren en rolmodellen hebben. Ze zijn een object van inspiratie en aspiratie. Dat was een centrale gedachte in de waardenleer van de Duitse filosoof Max Scheler. Weinig gediplomeerde filosofen lazen zijn werk. Nochtans pende Scheler in de jaren tien en twintig van de vorige eeuw een omvangrijk en relevant oeuvre bijeen. Hierin beargumenteert hij de grote betekenis van Vorbilder en Führer (dat laatste woord had toen nog een heel andere connotatie): morele groei en maatschappelijke vooruitgang worden aangedreven door rolmodellen en voorbeeldfiguren.
Aan haar rolmodellen kent men een samenleving. Wat een maatschappij naar waarde schat, weerspiegelt zich in de mensen die ze op een voetstuk plaatst: de idolen, sterren, vedetten die op handen gedragen worden. Een hedonistische samenleving die vertier, vermaak en consumentisme als hoogste goed beschouwt, zal mensen verheerlijken die precies dat in de aanbieding hebben. Of dat voor morele groei en maatschappelijke vooruitgang zorgt, is een andere vraag.