Home Filosofisch kwintet: 3 waarden voor de nieuwe generatie

Filosofisch kwintet: 3 waarden voor de nieuwe generatie

Door Adinda Akkermans, Els Onink en Tjebbe Venema op 27 mei 2015

Cover van 06-2015
06-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Welke waarden staan onder druk en verdienen het om behouden te blijven? Hoe ijken we die waarden? Drie denkers over de duurzame waarden die we volgens hen moeten overdragen aan volgende generaties.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Gemeenschapszin 
Mathieu Segers, Universitair hoofddocent Europese integratie aan de Universiteit Utrecht

‘Op materieel vlak loopt Europa misschien voorop, maar op het gebied van identiteitsbewustzijn is het hier armoe troef. We hebben nauwelijks nog een gemeenschappelijke morele bodem. Na de Tweede Wereldoorlog is in de westerse wereld een heel groot vertrouwen gegroeid in beleid dat gebaseerd is op rationaliteit: we definiëren een probleem, maken een kosten-batenanalyse en zoeken naar een praktische oplossing. Politici zijn populair als ze beloven problemen op te lossen, en niet als ze zeggen: ik heb ideeën. Dat instrumentalisme zonder moraal leidt uiteindelijk tot grote willekeur, waardoor niemand meer begrijpt wat de gezamenlijke basis is van waaruit de samenleving functioneert.’

‘Religieuze waarden waren heel lang een bindende kracht, maar die zijn verdwenen. We zijn op het punt beland dat de samenleving te klinisch is geworden. Wat we nu meemaken – met bijvoorbeeld het geweld van IS en het geweld in Oost-Oekraïne – doet denken aan de periode van moord en doodslag ver voor de Koude Oorlog. Dat maakt dat we niet meer zozeer behoefte hebben aan meer materiële middelen, maar aan troost en houvast. Wat we delen in Europa is dat we allemaal koortsachtig op zoek zijn naar méér dan instrumentalisme en rationaliteit alleen.’

‘We zien nu een mismatch tussen politieke vraag en aanbod. Burgers van vandaag vragen meer dan louter oplossingen van de politiek. Zij vragen ook om ideeën. Rationaliteit en instrumentalisme zijn niet voldoende om het hoofd te bieden aan de ideologische krachten van bijvoorbeeld IS. Maar die ideeën zijn er niet. Dat zag je ook tijdens de discussie over bed, bad en brood. De vraag had moeten zijn: wat zijn de voorwaarden voor een menswaardig bestaan? En niet: is dit een probleem dat kan worden opgelost, en wat kost dat? Goed en fout hebben te maken met cultuur, achtergrond en morele opvattingen, en kun je niet berekenen. Je hebt een moreel fundament nodig om je koers te vinden in deze complexe werkelijkheid. Om dat fundament te ontdekken zijn zelfkennis en zelfbewustzijn vereist, en juist daarmee is het zorgelijk gesteld in Europa. Hoe langer dit duurt, hoe gevaarlijker het wordt.’
 

Bildung 

Maarten Doorman, filosoof, criticus en essayist

‘Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst heeft het boek in onze cultuur een onwaarschijnlijk belangrijke rol gehad. In boeken komen ideeën samen en krijgen gedachten een podium, waardoor ze verspreid kunnen worden. Veel van onze idealen hebben vorm gekregen in boeken, waarna ze uitkristalliseerden in het onderwijs en het publieke debat. Vervolgens konden ze geïnternaliseerd worden. Het boek – het grote voertuig van de humanistische traditie – is nu op een radicale manier aan het verdwijnen. Dat is zo’n ingrijpende verandering dat ik overweeg er – paradoxaal genoeg – een boek over te gaan schrijven.’

‘Natuurlijk blijven e-books bestaan, boeken worden nog geschreven en zullen ook nog wel als papieren boeken uitgegeven worden, maar het media-aanbod is op zo’n radicale manier aan het veranderen dat veel mensen niet meer de rust zullen vinden om die boeken te lezen. Boeken vragen om een zekere inspanning. De lezer moet zich langere tijd concentreren op een samenhangend verhaal. Dat is anders bij digitale media, die ons continu prikkelen zonder dat we ons er veel bij hoeven voor te stellen. Een goed boek of een goede roman neemt je mee in een zelfgecreëerde wereld of een zorgvuldig opgebouwd argument. Daar is verbeelding voor nodig.’

‘Zonder verbeelding wordt het lastig om de toekomst van de samenleving vorm te geven. Hoe kun je streven naar een andere wereld als je je daar geen voorstelling van kunt maken? Literatuur creëert een ruimte waarbinnen we het over gevoelige onderwerpen kunnen hebben. Dan gaat het om allerlei vormen van rechtvaardigheid. Denk aan het kinderwetje van Van Houten uit 1874. Schrijvers als Charles Dickens hebben daar een belangrijke rol in gehad, omdat ze ons gevoelig hebben gemaakt voor kinderarbeid. Er is geen een-op-eenverband, maar boeken hebben wel een enorme invloed op ons bewustzijn. We hebben het over Bildung, over de vorming en emancipatie van mensen. Die idealen zijn verregaand geslaagd door boek, geschrift en onderwijs. Zelf denken, noemde Immanuel Kant dat. Een goede manier om zelf te leren denken is door boeken te lezen. Het is nog maar de vraag hoe we kritisch en creatief kunnen blijven als het boek zoals we dat nu kennen verdwijnt. Nostalgisch gemopper is daarop in elk geval niet het goede antwoord.’
 

Vrijheid

Johan Braeckman, Hoogleraar wijsbegeerte en moraalwetenschap aan de Universiteit Gent

‘Cartoonisten en cabaretiers zijn als kanariepietjes in de mijnen. Als zij hun mond beginnen te houden en aan zelfcensuur gaan doen, zegt dat iets over de staat van de maatschappij. Behalve wat aanzet tot haat of geweld, moet in principe alles gezegd kunnen worden. Dat is een fundamentele voorwaarde voor een vrije en open samenleving. Vrije meningsuiting is een van de kernwaarden die je als een noodzakelijke voorwaarde voor allerlei andere waarden kunt beschouwen. Dat betekent overigens niet dat je niet moet nadenken over wat je met je woorden wilt bereiken.’

‘Censuur is van alle tijden, maar de manier waarop de radicale islam zich nu gewelddadig verzet tegen kritiek op de religie is nieuw voor onze liberale democratie in het Westen. Zeker sinds de jaren zestig zijn we eraan gewend geraakt dat we ongestraft geloofsovertuigingen en bijgeloof kunnen bekritiseren. Als Hugo Claus of Gerard Reve het christendom bespotte, dan kwam daar hoogstens een rechtszaak van. Dat was het meest dramatische wat in die periode gebeurde. Door de fatwa op Salman Rushdie, de toestand omtrent de Deense cartoons en recent natuurlijk door de aanslag op Charlie Hebdo, zijn we grondig wakker geschud. Bevriende cabaretiers en comedians vertellen me dat ze niet alles meer durven te zeggen. Dat begrijp ik goed, want niemand wil dood, maar het is natuurlijk een slecht teken.’

‘We moeten de islamitische wereld er veel meer op wijzen wat het gevolg is van de daden die een aantal mensen in de naam van de islam verricht. Zelfcensuur is ook bijzonder negatief voor moslims zelf.  De scheiding tussen politiek en geloof is niet alleen belangrijk voor vrijdenkers, maar voor iedereen. Sterker nog: gelovigen hebben er het grootste belang bij, want als je de evolutie van godsdiensten doortrekt, dan is de kans het grootst dat jouw religie, welke overtuiging je ook aanhangt, in de minderheid zal komen. En als je de macht van het getal niet hebt, dan is vrijheid van meningsuiting het beste wat jouw vrijheid kan garanderen. Je moet beseffen: als je zelf pleit voor een ernstige beknotting van vrije expressie, dan keert dat bijna altijd als een boemerang bij je terug.