Een tijd terug voerde ik een gesprek met managers van een landelijke organisatie die patiënten ondersteunt. De organisatie stond onder druk doordat subsidies waren weggevallen. Dat leidde tot allerlei problemen: bestuurders die alleen oog hadden voor hun eigen organisatie-onderdeel, gebrek aan innovatie en klanten die niet wilden betalen. Als het zo doorging, zou de organisatie in stukken uiteenvallen. In het gesprek kwamen verschillende visies op tafel, variërend van andere vormen van samenwerking tot het opgeven van de landelijke samenhang van de organisatie. Elke visie had zijn voor- en nadelen. Uiteindelijk formuleerden de managers als beste optie: ‘alle nadruk leggen op integraliteit’, dus een nadruk op wat bindt, niet op wat scheidt, en het zoeken van ‘optimale verbinding met alle partijen’.
Het klonk mij niet erg overtuigend in de oren. Een definitie van leiderschap is het vermogen om mensen te verbinden rond een idee. Dat vereist dat je in staat bent een situatie ‘met betekenis te bezetten’. Dat wil zeggen dat je er een heldere visie op kunt geven en mensen daaraan weet te verbinden. Daar heb je niet alleen een scherpe blik en goede argumenten voor nodig, maar ook een wenkend perspectief.
Je moet leven wat je zegt
In het gewone taalgebruik verwijst ‘betekenis’ naar de inhoud van wat je bedoelt. Maar in de praktijk krijgen woorden of ideeën nog geen betekenis als je de inhoud ervan kent. Daar zijn ook menselijke aspecten als gevoel en karakter voor nodig, persoonlijke betrokkenheid en morele integriteit. Betekenis wordt pas werkzaam als ze doorleefd en doorvoeld is, als ze deel is van wie je bent.
Mijn twijfels over het gesprek zaten op dat punt. Aan woorden hadden de deelnemers geen gebrek. Maar in hun woordenvloed waren ze niet verder gekomen dan rationele analyses: verstandige taal van verstandige mensen over verstandige zaken. Daarmee hadden ze vakkundig zichzelf, hun gevoel en hun karakter buiten beschouwing gelaten. Mensen verbinden rond een idee lukt alleen als je zelf de personificatie bent van dat idee. Dat gaat veel verder dan verstandige woorden. Het vergt dat je uitstraalt en leeft wat je zegt. Het vergt dat de bezieling van een idee zich toont in je taal.
Dat is misschien wel het moeilijkste aspect van leiderschap: aansprekende taal vinden. Je kunt het nagaan bij jezelf: wat zijn woorden of zinnen die je daadwerkelijk leeft? Vast niet ‘alle nadruk leggen op integraliteit’.
