Home Bijna net als wij; de wortels van vreemdelingenhaat

Bijna net als wij; de wortels van vreemdelingenhaat

Door Leon Heuts op 21 augustus 2006

07-2006 Filosofie magazine Lees het magazine

Naarmate vreemdelingen meer op ons gaan lijken, gaan we ze meer wantrouwen. Over de wortels van vreemdelingenhaat, en waarom assimilatie geen goede oplossing is.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


In een recent onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction noemt 10 procent van de ondervraagden zichzelf racistisch. Er is al veel geschreven over de stemmingmakerij van dit onderzoek, maar de hype was een feit. Politici spraken hun verontrusting uit, we moesten allemaal ons best doen om tolerant te blijven.

Moeten wij ons best doen om tolerant te blijven? Natuurlijk. Maar een reflexmatige oproep tot tolerantie kan ons er van weerhouden na te denken over oorzaken van racisme. Misschien moeten we daarentegen de antropologische wortels van de intolerantie bestuderen. Waarom wantrouwen we eigenlijk de ander? En wat leert ons dat over de mogelijkheid om dit wantrouwen niet te laten escaleren tot haat? 

Volgens de Frans-Amerikaanse denker René Girard vormen wedijver, uitsluiting en zelfs vervolging en moord het fundament van iedere cultuur. We lezen het in het scheppingsverhaal Genesis, de moord van Kaïn op Abel, of in de mythe die de stichting van Rome beschrijft, de moord van Romus op Remulus. Dit zijn niet zo maar verhalen, maar daadwerkelijke verwijzingen naar een oermoord, een daad die nog steeds sluimert onder de oppervlakte van iedere cultuur. Doorgaans hebben we dit niet door, mede juist doordat we mythen zien als louter verhalen. Maar in crisistijd dreigt deze oorspronkelijke toestand boven te komen. Een samenleving in crisis, aldus Girard, kenmerkt zich door het verdwijnen van verschillen. Als instituties die een samenleving dragen ineenstorten, verdwijnt het verschil tussen goed en kwaad, tussen nobel en onbeschoft, tussen wet en onwettig. Het gevolg is éénvormigheid, in de in de ogen van Girard een nachtmerrie. Want volgens Girard kan de mens zijns gelijke niet verdragen. Die zit hem te dicht op de huid.

Wat doen mensen die elkaar te dicht op de huid zitten? Beledigen, slaan, vechten. Klagen over moreel verval en het verdwijnen van waarden en normen, maar zonder zelf enige verantwoording te nemen. Mensen geven immers liever de schuld aan de samenleving in zijn geheel, wat henzelf tot niks verplicht, of aan andere mensen. Daar begint de uitsluiting. Het idee van Girard is, dat juist in een samenleving waar de verschillen dreigen te verdwijnen, juist de minieme verschillen – die er altijd wel overblijven – sterk worden uitvergroot, een psychisch mechanisme dat Sigmund Freud typeert als 'het narcisme van het kleine verschil'. Het klassieke voorbeeld is het conflict tussen twee zonen van Oedipus, Eteocles en Polyneices, uit Euripides' Phoenicische vrouwen. Als de strijd escaleert, beginnen de twee broers steeds meer op elkaar te lijken, totdat ze voor anderen nauwelijks meer zijn te onderscheiden. Zelf benadrukken ze daarentegen de minieme verschillen die er nog zijn. Uiteindelijk komen beiden om het leven, door in elkaars zwaard te vallen. 

De narcistische uitvergroting van het verschil met anderen is een teken van een samenleving in verval. Een signaal dat de gemeenschap verwordt tot massa, eenvormig, zonder verschillen. Die massa eist stante pede vergelding voor de sociale en morele verelendung. Girard schrijft hoe een zondebok kan worden uitgekozen die de schuld van het verval op zich krijgt. In het uiterste geval wordt de zondebok verdreven, een offer moet worden gemaakt, opdat de opgelopen spanningen in de samenleving zich kunnen ontladen en men weer een tijdje verder kan.

Eén van de intrigerende aspecten van Girards werk is de manier waarop hij de verwijten aan het adres van de zondebok typeert. Het is nooit het 'verschillend-zijn' dat men de zondebok aanwrijft. Dat de zondebok 'andere gewoonten' heeft, of 'andere wetten' hanteert, is nooit de steen des aanstoots. Misschien is dat de reden waarom een vorm van cultuurrelativisme zelfs in extreemrechtse kringen gemeengoed is. Want ook daar worden verschillen tussen culturen geaccepteerd en zelfs gewaardeerd. Zo lang men maar 'zijn plaats' kent.

De zondebok wordt daarentegen verweten zijn plaats niet te kennen. Hij kent de juiste afstand niet, de grens tussen mijn en dijn. De zondebok bedreigt het verschil. En precies waar het verschil dreigt te verdwijnen, kan het bestaande verschil tot mythische proporties worden uitvergroot. Het verschil is klein; misschien doet de zondebok zelfs zijn best om op mij te lijken, maar juist daarom is hij ondraaglijk dichtbij. Als hij al zó dichtbij kan komen, en we laten dat allemaal maar toe, dan is het hek van de dam. Waar houdt het op? De opmerking van minister Verdonk, dat ze zich kan voorstellen dat mensen zich unheimisch voelen als er op straat een buitenlandse taal wordt gesproken, is in dit licht fascinerend. Wat bedreigend is, is niet zo zeer het feit dat de taal anders is, maar dat ze in 'ons' huis wordt gesproken. Door het 'hier' uit te spreken is het een belediging voor het Nederlands. We voelen ons er door ontheemd. Zou het schelen als alle 'nieuwkomers' Nederlands zouden spreken? Volgens de theorie van de zondebok zou zelfs het tegenovergestelde kunnen gebeuren: het kleinste verschil in accent kan al een reden zijn de ander te wantrouwen. 

Vooroordelen

Het kan verklaren waarom groepen die het relatief goed doen in de Nederlandse samenleving, zoals de Marokkaanse (volgens de 'integratiekaart' van de overheid, waarbij de factoren scholing en werk een groot gewicht krijgen), nu juist het meeste met vooroordelen te kampen hebben. Over gesloten gemeenschappen, zoals de Chinese en de Turkse, doen veel minder vooroordelen de ronde. Je zou kunnen zeggen: 'ze zijn minder tot last', maar misschien is wel beter: 'ze kennen hun plaats'.

Staat de Nederlandse, autochtone, bevolking daadwerkelijk achterdochtig ten opzichte van andere culturen, gebruiken en normen?  Of is er in aanzet eerder sprake van onverschilligheid? Konden conservatieve moslims in hun conservatieve gebedshuizen ons eigenlijk iets schelen, in de jaren tachtig en negentig? Je las er nauwelijks een letter over. Waarom nu opeens wel? Misschien omdat moslims erop staan dat ze dit land willen delen, met Nederlanders, áls Nederlanders. Het is opvallend dat moslims die op een ordentelijke manier, conform de geschreven en ongeschreven regels van de Nederlandse rechtsstaat protesteerden  tegen – bijvoorbeeld – de 'Deense' spotprenten, schamper worden bekeken. Doen ze het zoals het 'hoort', in plaats van – om maar wat te noemen – de Deense ambassade in brand te steken, en is het nog niet goed. Je mag wel anders zijn, als je maar op de juiste manier anders bent. 

De oorzaak van het wantrouwen is de vraag: wat heeft die bij mij te zoeken?. Het antisemitisme in Europa groeide naarmate joden meer succesvol werden, en de eeuwenoude sociale segregatie wisten te overwinnen. Antisemieten ergerden zich aan die sociale onzichtbaarheid, er werden merktekens geëist en 'jodendom'- iets waaruit door bekering aan kon worden ontkomen – werd 'Joodsheid': iets dat aan je kleeft als een kleur van de huid, en dat alleen door vernietiging kon worden bestreden.

Overigens zou hiermee eveneens de ontsporing van enkele jonge moslims van de tweede en derde generatie iets beter kunnen worden verklaard. Het besef dat je zo maar, vrijwel restloos, kunt opgaan in een cultuur, die nochtans op wezenlijke punten verschilt van die van je ouders en je jeugd, kan heel goed een onleefbaar gevoel van totale willekeur opleveren. De vlucht in een soort fantasie-islam, bijeengeknutseld op het internet, moet dan eerder worden gezien als een genezingspoging dan als het bewijs dat de islam uiteindelijk barbaars is. De grens tussen het verlies van alle geloof en fanatiek geloven zou wel eens flinterdun kunnen zijn. 

Als Girard gelijk heeft, dan moeten we voorzichtig zijn met de eis van verregaande integratie, of zelfs assimilatie. Staan we wel werkelijk open voor de ander, die we opdragen naderbij te komen? Of valt ons zijn ' andersheid' juist des te sterker op, naarmate hij ons nadert? Een zorgwekkend voorbeeld is de moeite die jonge moslims moeten doen om een stageplek te vinden. Een keurige sollicitatiebrief, de juiste referenties – het blijkt te vaak niet voldoende. Hoewel het enige, feitelijk aanwijsbare, verschil luidt dat deze jongens en meisjes geen Ivo of Mariska heten, maar Mohammed of Fatima. Het gevolg is een groeiende frustratie. Funest voor een multiculturele samenleving is de constatering 'zie je nou wel, nu doe je zo je best, en ze moeten je nog niet.'  

Toch, zonder twijfel, en met alle recht, eisen Nederlanders van allochtone afkomst hun plek onder de zon, zowel economisch, als sociaal, cultureel en politiek. Hoe leren we die nabijheid te verdragen? Een stelling is dat het seculiere, liberale Westen, geleerd van de fouten uit het verleden, heeft afgerekend met de noodzaak van een zondebok. Die stelling is allerminst onzinnig; de kracht van democratische instituties, de waardering van pluriformiteit en de emancipatie van bevolkingsgroepen zijn daarbij belangrijke voorwaarden gebleken. Maar de laatste jaren zijn deze voorwaarden stellige eisen geworden – men moet een universeel kosmopoliet zijn, Verlicht, vrij en blij, tolerant, verlost van eigenaardige, zo niet barbaarse, culturele gewoonten. Deze eis is niet alleen paradoxaal ('wees vrij en tolerant!'), maar ook destructief. Het stelt de samenleving, ja, de hele wereld voor als een toneel van een finale, dialectische strijd tussen de universele 'Verlichting', en het barbaarse tribalisme. De ander is niet zo maar een ander, maar de ultieme vijand, het grote kwaad.

We moeten de andere wel bestrijden omdat hij totaal verschilt van ons, en als volmaakte antipode bedreigt hij onze waarden. Maar moeten we hem bestrijden omdat hij wezenlijk van ons verschilt, of omdat hij al dichterbij staat dan ons lief is? De voorstelling van een moderne versus een 'tribale' samenleving is misschien vals. Een alternatieve lezing luidt dat de (internationale) spanningen tussen islam en het Westen niet zo zeer het gevolg is van een botsing tussen twee totaal verschillende werelden, maar juist het resultaat van mondialisering en het ontstaan van één internationale vrije markt. Ook hier geldt: het verdwijnen van het verschil veroorzaakt verwarring en onrust. Het is het inherent moderne probleem van culturen die door geldverkeer en handel steeds meer met elkaar vervlochten raken, die de uniforme tekenen daarvan terugzien in wereldwijde hamburgerketens en meubelgiganten, en die daardoor geneigd zijn het verschil en de eigen superioriteit te gaan benadrukken. 

Girard schrijft over de zondebok dat we hem niet haten omdat hij anders is, maar omdat hij abnormaal is. Omdat hij te dichtbij komt, respecteert hij het verschil niet. Dat is niet normaal, letterlijk zonder norm. Abnormaal is tevens de connotatie die iedereen heeft bij de kwalificatie, of eigenlijk: diskwalificatie, van een cultuur als 'barbaars tribalisme'. Het diskwalificeren van de ander is geenszins afrekenen met de noodzaak van een zondebok, maar juist bij uitstek het bewijs dat dit mechanisme nog springlevend is, ondanks de universele belofte van kosmopolitisme. De barbaar moet blijkbaar worden geslachtofferd op het altaar van de vrijheid en 'moderniteit'.

De Franse filosoof Michel Foucault laat zien hoe die 'moderniteit' niet alleen beschrijvend wordt gebruikt, maar ook normatief: de wil om te 'normaliseren', de ethische opdracht om alles dat abnormaal is van zijn ontregelende kracht te ontdoen. Het voorstel van de voormalig Rotterdamse wethouder Marianne van den Anker (Leefbaar Rotterdam), om in het uiterste geval zwangerschappen af te breken van (Antilliaanse) tienermoeders en andere 'onverantwoorde' ouders, geeft aan welk een geweld dat zou kunnen opleveren: een daadwerkelijke inbreuk in het meest intieme. Wat zou de behandelende, ongetwijfeld moderne, arts moeten zeggen? 'Het is zo beter voor je.'?

Een veel mildere variant is de ook in intellectuele kringen gangbare opvatting dat íedere moslim 'zijn verantwoordelijkheid' moet nemen door zich in expliciet tegen extremisme en terrorisme uit te spreken. Vooral liberale moslims, die dachten toch aardig geïntegreerd te zijn, zullen de ervaring kennen: collega's en kennissen spreken je er 'natuurlijk' niet op aan, maar ondertussen wordt er wél een loyaliteitsverklaring verwacht – je moet toch even laten weten dat je tégen terrorisme bent. Welke vooronderstelling ligt daaraan ten grondslag? Het kan er maar één zijn: jij bent dan wel zo liberaal, maar als je nu niet deze aanslag veroordeelt ben jij ergens zoals zij. Het tragische is natuurlijk dat als je hem wél veroordeeld, je al evengoed dichter bij 'hen' wordt geplaatst dan je lief is. Want waarom moet uitgerekend jij expliciet iets veroordelen dat evident barbaars is?  Het enige dat rest is te zwijgen. Hoewel dat ook verdacht is. 

Maar het geweld richt zich niet alleen op de ander. Strikte Verlichtingsdenkers zien over het hoofd dat de massa graag aanneemt dat de ander barbaars is. De vraag is alleen of ze dit uit naam van diezelfde Verlichting doen. De weinig subtiele wrevel tegenover alles en iedereen die de orde bedreigen, kan zich net zo goed richten op de intellectuele elite. Het aanvankelijk ontnemen van het paspoort van Ayaan Hirsi Ali, dat werd gesteund door een meerderheid van de Nederlanders, is daarvan een voorbeeld. De 'vrienden van Ayaan', die Verdonk nu een Befehl ist Befehl- mentaliteit verwijten, zouden zich moeten afvragen of ze niet in hun eigen mes zijn gelopen. De jarenlange roep dat Nederland wordt bedreigd door tribalisme, dat hoe dan ook het populisme deed aanwakkeren, moest wel leiden tot een steeds defensievere rechtsopvatting, waarbij zelfs een verkeerde naam al kan leiden tot verlies van het paspoort.

Overtuigd zijn van de eigen morele superioriteit creëert een blinde vlek voor slachtoffers. De ophef die sommige intellectuelen maakten over Hirsi Ali, én het borstgeroffel over 'westerse waarden', is des te schrijnender omdat ze zwijgen over het leed van de sans papiers, de vluchtelingen, en de illegalen. In hoeverre zijn de intellectuelen bevrijd van 'tribale' neigingen, nu ze wél opkwamen voor Hirsi Ali, omdat zij 'één van ons' is?    

Hoe kunnen we elkaars nabijheid verdragen? Misschien moet het antropologische feit worden aanvaard dat de nabijheid van de ander inderdaad onverdraaglijk kan zijn. Het is niet vreemd dat we tot op zekere hoogte intolerant zijn; het is een al te menselijk gegeven. De krampachtige eis van assimilatie is een poging om dat niet onder ogen te hoeven zien. Nu is de ander immers intolerant. Die moet maar veranderen, culturele gewoonten overboord gooien. Maar 'cultuur' is geen bezit dat kan worden weggeworpen, het is een netwerk van gedeelde jeugdherinneringen – van de geur van brood tot het plooien van een hoofddoek -, van gewoonten, riten, feesten, uitdrukkingen, wijsheden, stommigheden, waarden en, bovenal, waardigheid. Dit betekent niet dat men zonder meer is opgesloten 'in' de eigen cultuur; maar de bevrijding eisen, in naam van de Verlichting, leidt vaak tot het tegenovergestelde: terugtrekking en afkeer. Terwijl we juist nodig hebben dat mensen zich tónen, zich laten horen in de publieke ruimte, ook al zijn niet alle standpunten ons altijd welgevallig. Dit is geen cultuurrelativisme – integendeel: dit is een poging om wat onverdraaglijk is, zichtbaar te maken. Wat zichtbaar is, kan worden besproken en, zo nodig, bekritiseerd.

Leon Heuts 

Relevante berichten

Weekendlijstje Europa
Weekendlijstje Europa
Politiek

Weekendlijstje Europa

Vorige week stemden Europese regeringsleiders in met het kandidaat-lidmaatschap van Oekraïne en Moldavië. Onder druk van crises zoals de oorlog in Oekraïne, klimaatverandering of de Covid-pandemie kiest Europa vaak voor verdere Europese uitbreiding, samenwerking en integratie. Wat betekent dit voor de Europese identiteit en de rol van Europa in de wereld? In dit weekendlijstje vindt u vijf filosofische artikelen over Europa.

Lees meer
Weekendlijstje Spijt
Weekendlijstje Spijt

Weekendlijstje Spijt

Bij zijn bezoek aan Congo op 8 juni betuigde de Belgische koning Filip spijt voor de Belgische wandaden tijdens de koloniale overheersing. Hoewel officiële excuses ontbraken, werd deze spijtbetuiging geprezen als een stap in de goede richting. Maar kun je wel excuses maken voor iets wat je zelf niet gedaan hebt? Wat betekent spijt hebben eigenlijk en waar dient het voor? In dit weekendlijstje vindt u vijf artikelen over spijt.

Lees meer
Kunstmatige intelligentie
Kunstmatige intelligentie
Bewustzijn

Een zelfbewuste computer is onze favoriete nachtmerrie

Een softwareontwikkelaar van Google veroorzaakte een media-storm door te stellen dat zijn werkgever gebruikmaakt van een zelfbewuste chatbot. Maar is dat wel mogelijk? En wat betekent het dat we computers ontwikkelen die ons kunnen doen geloven dat ze bewust zijn?

Lees meer
Woede
Woede

Weekendlijstje: Woede

Een groep woedende boeren trok afgelopen week naar het huis van minister Van der Wal om hun onvrede te uiten over de nieuwe stikstofmaatregelen van het kabinet. Hoewel er in de maatschappij begrip lijkt te bestaan voor de boosheid bij boeren, klinkt er ook kritiek op de manier waarop zij deze boosheid uiten. Wat is woede, hoe gaan er mee om en kunnen we het positief inzetten? Daarover meer in dit weekendlijstje.  

Lees meer