Home Bezielde en trotse ambitie

Bezielde en trotse ambitie

Door Leon Heuts op 20 augustus 2008

07-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

Richt je niet op een betere baan, een hoger salaris of meer macht. Maar op wat je nu doet, op wat je kunt, op je talenten. Dan leef je niet vanuit een tekort, maar vanuit een overvloed.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Onze ambities zijn onverzadigbaar, omdat we ons voortdurend spiegelen aan anderen, die het nét wat verder hebben geschopt dan wij. Daardoor dreigt frustratie. We hebben het gevoel in gebreke te blijven, of tekort te schieten, zegt de Britse filosoof Alain de Botton. Vooropgesteld: er is niets mis met ambitie. Maar als we voortdurend menen tekort te schieten, worden we niet gelukkig. Immers: als alles wat ik nu doe slechts waarde heeft om wat ik straks wil bereiken – bijvoorbeeld die toppositie plus bijpassend salaris –, dan is dat geluk eigenlijk een voortdurend uitgesteld geluk. Nu ben ik er nog niet, maar straks…
Zouden we ook vorm kunnen geven aan een ambitie die meer nadruk legt op het ‘nu’, en niet alleen op het ‘straks’? Zo’n ambitie is niet gestoeld op een tekort of uitstel (‘ik ben er nog niet’), maar op een ‘meer dan genoeg’: ook nu beschik je over meer dan genoeg talent of (financiële) mogelijkheden, waar je vanzelfsprekend iets mee wilt doen. Natuurlijk wil je daar iets mee bereiken, zij het niet om in de maatschappelijke rat race de ander de loef af te steken, maar omdat het ontwikkelen van je talenten op zichzelf al plezier en voldoening schenkt.

Hier en nu
Bij zo’n herwaardering van het nu helpt een gedachte van de Griekse filosoof Aristoteles. Hij kende twee vormen om iets te doen: poiesis en praxis. Poiesis betekent: ‘iets verrichten’ of ‘produceren’. Bij poiesis ligt het doel van de handeling buiten de handeling. Het doel van het timmeren van een kast is niet het timmeren zelf, maar die kast die er straks is. Hier gaat het dus om een doel in de toekomst.
Maar volgens Aristoteles is er ook praxis, oftewel ‘doen’. De voldoening van de handeling ligt in dat geval in de handeling zelf, dus in het ‘nu’. Denk aan sport: natuurlijk wil je winnen als je met vrienden gaat voetballen of tennissen, maar het spelen op zichzelf schenkt al veel plezier en voldoening. Of lezen: het doel van een roman lezen is niet per se het boek uit zien te krijgen. Het lezen zelf geeft al veel plezier.
Als je in je carrière nu louter een poietische instelling hebt, dan gaat het je om het resultaat, om wat je straks bereikt. Meer aanzien, bijvoorbeeld. Daar is niets mis mee, maar juist dit streven is onverzadigbaar en leidt tot een voortdurend uitgesteld geluk. Daarom is het – vanuit het oogpunt van geluk – goed om ook werk te doen dat zelf al veel voldoening geeft.

Juist als je daarvoor kiest, kun je je optimaal ontwikkelen, al wil dat niet zeggen dat je een topcarrière najaagt. Natuurlijk, je moet ambitieus zijn en proberen het beste uit jezelf te halen. Mensen zijn niet ‘af’; ze hebben aanleg of talenten die nog tot ontplooiing moeten komen. Maar tegelijkertijd weet een verstandig mens ook wat hij wel en niet kan, en wat zijn sterke en zwakke kanten zijn. Hij kent zijn natuurlijke aanleg, zijn karakter en temperament, en hij weet daarom op welke plek hij zich kan ontwikkelen. Het klinkt bescheiden (‘hij kent zijn plaats’), maar het tegendeel is waar. Denk aan een leraar die niet kiest voor een managementfunctie en genoegen neemt met minder salaris, omdat hij zich voor de klas, werkend met kinderen, optimaal kan ontwikkelen. Dat is geen gebrek aan ambitie, maar getuigt juist van een zeer ambitieuze houding: hij wil de beste leraar zijn die hij maar kan zijn, en hij weet op welke plek hij dat kan bereiken. Natuurlijk is er een ‘straks’; hij wil immers een betere leraar worden. Maar er is ook een ‘nu’: zijn werk geeft ‘nu al’ voldoening omdat het in lijn is met zijn talenten en voorkeuren. Dat geldt overigens ook voor iemand die wél de stap naar het management zet, maar dat doet omdat hij die talenten heeft, en niet louter vanwege het salaris en de status.

Leren om trots te zijn
Wie kiest voor deze houding, zal trots kunnen zijn op wat hij doet. Iemand die alleen maar het resultaat nastreeft en nooit genoeg heeft, reduceert zich volgens de Duitse filosoof Sloterdijk tot een permanente bedelaar die ‘zijn eigen tekort creëert door altijd te veel te willen’. Hij is niet trots, maar voelt zich voortdurend geborneerd en tekortgedaan.
Tegenover die geborneerde persoon stelt Sloterdijk de mens die is bezield door thymos, een oud Grieks begrip dat ‘trots’, ‘eer’, ‘bezieling’ en ‘ambitie’ kan betekenen. De waarlijk ambitieuze mens gaat niet uit van een gebrek, waarmee hij hoe dan ook ergens in de toekomst wil afrekenen, als hij eenmaal ‘de top’ heeft bereikt. Hij redeneert vanuit een ‘meer dan genoeg’, niet straks, maar juist nu: genoeg talent en financiële mogelijkheden om te delen met anderen. Sloterdijk wijst in een interview op sparen. Welk doel dient eigenlijk het oppotten van geld? Is het doel nog meer geld? Maar wie wordt daar gelukkig van, behalve de belastingdienst? Moeten we dan meer dure spullen kopen? Of geld afstaan aan charitatieve doelen? Beide zijn soms leuk en goed, maar eveneens weinig ambitieus. Er zijn slimmere manieren om geld te gebruiken; geld is immers een mogelijkheid tot, en niet een doel op zich.
Thymos keert mensen naar buiten, aldus Sloterdijk. In plaats van uitsluitend bezig te zijn met zelfverrijking en oppotten, richten we ons met trots naar de wereld en zeggen: ‘Kijk eens wat ik allemaal kan.’ Het is nog steeds competitief, want je wilt wel degelijk iets bereiken en je sporen nalaten in de wereld. En er hoort ook poiesis bij: er moeten resultaten worden behaald, want anders kom je nergens. Echter niet alleen om straks beter af te zijn, maar ook omdat je nu iets te vertellen hebt, een verhaal waarvan je vindt dat het moet worden gehoord. Het oprichten van een nieuw tijdschrift dat of een nieuwe website die wezenlijk bijdraagt aan openbare meningsvorming, een systeem voor microkrediet waardoor veel mensen iets kunnen ondernemen waar ze trots op kunnen zijn, een kunstinstelling waar een buurt of stad van profiteert – nog steeds moet je daarbij anderen overwinnen, maar ze zijn niet langer slechts concurrenten op de apenrots. Je moet ze zien te winnen voor je verhaal, het is een strijd om hearts and minds, en niet om positie of geld. De term ‘bezielde ambitie’ is hier op zijn plaats. ‘Bezieling’ is dan ook een van de betekenissen van thymos. Zo beschouwd is de ambitieuze mens die uitsluitend de top wil halen ‘om de top’ niet alleen eerloos, maar vooral ook zielloos.