Home ‘Aristoteles als mens, niet als filosoof’

‘Aristoteles als mens, niet als filosoof’

Door Marianne M. van Dijk op 07 december 2011

Cover van 10-2011
10-2011 Filosofie magazine Lees het magazine

Aristoteles die zijn baby vasthoudt, zijn neus snuit en chagrijnig is tegen zijn slaven. De Canadese filosoof Annabel Lyon maakt in haar roman een mens van de denkreus.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

 

‘O, daar zijn mijn kinderen vast dol op!’ roept ze bij het zien van de pepernoten, die eigenlijk voor haar zijn bedoeld. En terwijl ze zelf twaalf uur heeft gevlogen, is ze heel dankbaar dat een journalist de fiets heeft gepakt om haar te spreken. Annabel Lyon is een bescheiden vrouw. Toch verplaatst ze zich in haar nieuwe roman in de geest van een van de grootste filosofen, waarbij ze er niet voor terugdeinst in de ik-vorm over zijn privé-ervaringen te vertellen.
Hoe persoonlijk die ervaringen zijn, blijkt al uit de eerste zin van het boek: ‘De regen die in zwarte snaren neervalt geselt mijn dieren, mijn mannen en mijn vrouw Pythias, die afgelopen nacht met haar benen gespreid lag terwijl ik de monding van haar geslacht bestudeerde, en die, op deze tiende dag van onze reis, stille tranen van uitputting huilt.’ Lyon, lachend: ‘Ja, hij had ergens een tekening van het vrouwelijke geslacht die zo gedetailleerd was dat hij dat bij iemand bestudeerd moet hebben.’
Smeuïg zijn is echter niet het doel van de auteur. Ze wil vooral iets doen aan ‘het treurige feit’ dat je in de meeste landen kunt promoveren zonder ooit een letter van Aristoteles te lezen. ‘Hij stond aan de basis van elke vorm van wetenschap!
Hij was de eerste die empirisch onderzoek deed, op het idee kwam om dieren te ontleden en een indeling bedacht voor planten en dieren. Zijn Ethica Nicomachea is geniaal. Omdat zijn werk wel wat taai kan zijn, wilde ik dit boek in verhaalvorm schrijven, zodat meer mensen het lezen. Bovendien kon ik zo vanuit Aristoteles’ eigen ervaring schrijven, vanuit het idee dat hij naast een fantastisch brein een gewoon lichaam moet hebben gehad, dat at, ziek was en seks had. Dat was mijn uitgangspunt. “Nu wil ik wat van Aristoteles zelf lezen” is de beste reactie die ik op dit boek kan krijgen.’ 
    

Manisch-depressieve leraar

Lyon richt zich in haar roman (die in Canada werd genomineerd voor drie prijzen) op de periode waarin Aristoteles lesgaf aan Alexander de Grote. Tijdens de eerste les, waarin ze een kameleon ontleden, zijn de twee nog wat onwennig. ‘We gaan verder met de longen, de nieren, de gewrichtsbanden, de darmen, de prachtige poppenbotjes van de ruggengraat’, beschrijft ze vanuit Aristoteles. ‘Alexander werpt af en toe een steelse blik op me, en wanneer onze blikken elkaar kruisen kijken we allebei snel de andere kant uit. Per slot van rekening is wat wij hebben een soort huwelijk, gearrangeerd door zijn vader.’
De band tussen Aristoteles en Alexander groeit, maar heeft soms te lijden onder de ziekte van de filosoof. Die vertoont symptomen van wat we nu een bipolaire stoornis zouden noemen: nu eens is hij euforisch of zelfs opvliegend, dan weer zwaarmoedig. Maar over het algemeen blijkt Aristoteles een ruimhartige en inventieve docent, zo een die de humor van dertienjarigen ook nog wel te pruimen vindt: ‘Ik leg het fenomeen van aardbevingen uit als een zware wind die opgesloten zit onder de grond, en wanneer ik dat beeld toepasselijk doortrek naar de menselijke darmen word ik beloond met een middag van scheten latende jongens die “Aardbeving!” roepen.’

 

Kindsoldaat

Alexander komt in het verhaal van Lyon een stuk kwetsbaarder over dan de sterke, slimme held in de film Alexander van Oliver Stone. Lyon beschrijft dat hij in zekere zin een kindsoldaat was, van jongs af aan getraind om te vechten. ‘Uit zijn biografieën blijkt dat hij last krijgt van een oorlogstrauma, wat ze destijds een “soldatenhart” noemden. Dit komt dan ook terug in mijn boek.’
Lyon vindt niet dat je te ver kunt gaan in persoonlijke of beschamende details van een icoon. Aristoteles’ misogynie en het feit dat hij slaven dreef, wilde ze er per se in hebben, om te erkennen dat hij niet op alle gebieden zijn tijd vooruit was. Maar uiteindelijk zijn er ook wat scènes geschrapt. ‘Ik beschreef hoe Aristoteles na de dood van zijn vrouw een lijst maakt van hoe dieren seks hebben. Per slot van rekening was hij ook z’n paringsmaatje verloren. Hij was ook het type dat moeite heeft om woorden te vinden voor zijn emoties en vlucht in zijn werk. Maar mijn redacteur vond dat te creepy.’

De gulden middenweg
Annabel Lyon
(Ambo|Anthos)
256 blz. / € 18,95