Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

vrijdag 6 november 2020

Weekendlijstje: Godsdienst

Friso van der Meer

De herziening van de Nieuwe Bijbelvertaling is te mannelijk, zeggen diverse predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland. In de nieuwe vertaling blijft God een man en behoudt hij zijn hoofdletter. Onenigheid over God en godsdienst is niets nieuws. Een weekendlijstje met vijf filosofen over godsdienst en geloof.

Boëthius

De filosoof Anicius etcetera Boethius stond op de drempel tussen de Oudheid, met haar heidense filosofie, en de chirstelijke middeleeuwen. Hij vertaalde werken van Plato en Aristoteles naar het Latijn, maar becommentarieerde ze ook vanuit zijn christelijke perspectief. Boëthius eindigde vanwege vermeende samenzwering met het Byzantijnse Rijk in de gevangenis. Daar schrijft hij het boek Over de vetroosting der wijsbegeerte, waarin de filosofie aan hem verschijnt als vrouw. Zij leerde hem dat het geluk niet te bereiken is door aardse zaken, maar door het gebruik van de rede, die we hebben gekregen van God.

Meer lezen over Boëthius.

Hildegard van Bingen

Hildegard van Bingen (1098-1179) leefde in een tijd dat filosofische inzichten gezien werden als ingevingen van God. Ze beschrijft liefde en wijsheid als de belangrijkste deugden, beiden verpersoonlijkt in vrouwelijke vorm: Sapientia en Caritas. Sapientia staat daarbij voor de goddelijke wijsheid en Caritas voor de band tussen schepper en schepping. Die belangrijke rol voor het vrouwelijk is ook terug te zien in de rest van haar werken. Zo schreef Van Bingen als één van de eerste over het vrouwelijk orgasme.

Lees hier meer Hildegard van Bingen.

René Descartes

René Descartes (1596-1650) is vooral bekend door zijn methodische twijfel. Door aan alles te twijfelen bleef hij over met de gedachte: ik denk dus ik besta, een gedachte die zich niet liet wegtwijfelen. Na deze zekerheid constateert Descartes dat hij in zichzelf ook het idee van een volmaakt wezen aantrof. Dit idee kon hij als onvolmaakt wezen niet zelf voortbrengen, dus het idee ‘God’ moet wel van God zelf komen. Ze bewees Descartes in één klap zowel zijn eigen bestaan als het bestaan van God.

Lees hier meer over Descartes.

Baruch de Spinoza

Baruch de Spinoza (1632-1677) werd verketterd in zowel joodse als christelijke kringen, omdat hij met een radicaal ander godsbeeld kwam. Hij zag God niet, zoals in joden- en christendom, als een volmaakt wezen voor wie het scheppen van de wereld een vrije keuze was. Integendeel, in de Ethica (1677) stelde Spinoza dat ‘God’ en ‘Natuur’ hetzelfde zijn. En de natuur, vervolgde hij, volgt noodzakelijke wetmatigheden. Kennis van God is volgens Spinoza alleen mogelijk via de natuur, waar de mens zelf een onderdeel van is.

Lees hier meer over Nederlands grootste filosoof.

Friedrich Nietzsche

Friedrich Nietzsche (1844-1900) schreef dat God dood is, vermoord door de mens. De dood van God is een afscheid van de christelijke godsdienst en moraal. Dit biedt enerzijds bevrijding omdat er ruimte komt voor de mens om zelf nieuwe waarden te scheppen. Voor zogenaamde ‘vrije geesten’ breekt er een tijd aan waarin ieder waagstuk van de kennis weer is toegestaan, nadat wetenschap eeuwenlang aan de leiband van de theologie had gelopen. Anderzijds ontstaat er door de dood van God ook vertwijfeling, want zijn we wel in staat deze last op ons te nemen?

Lees hier meer over Nietzsche.