Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

vrijdag 10 juli 2020

Weekendlijstje: Filosofische denkplekken

Emma Krone

Filosofen hebben op de meest unieke locaties hun denkwerk verricht. Sommigen zonderden zich af in bossen, anderen dwaalden door de gangen van een kasteel. In dit weekendlijstje: vijf filosofische denkplekken.

De bhodiboom van Boeddha

In zijn jeugd bracht Siddartha Gautama (ca. 460 v.Chr. – ca. 370 v.Chr.) al zijn tijd door binnen de veilige muren van het koninklijk paleis. Zijn vader, koning Suddhodhana, wilde hem behoeden voor de gruwelen van buitenaf. 29 jaar ging voorbij tot zijn nieuwsgierigheid het van de paleismuren won. Samen met een bediende trok hij de nacht in. Daar werd hij geconfronteerd met een oude man, een zieke man en een dode man. Gautama was in shock en wist niet hoe hij met dit lijden om moest gaan. Later zag hij een ascetische monnik langslopen. In tegenstelling tot de eerdere mannen, zag hij er wel gelukkig uit. Dit was het begin van zijn spirituele zoektocht.

Siddartha Gautama trachtte een balans te vinden tussen sensueel plezier en lijden. Om hier een antwoord op te vinden ging hij mediteren onder een bodhiboom. Hij zou niet stoppen tot hij de staat van verlichting (bodhi) had bereikt. Of hij zou sterven. Na 49 dagen vond hij in zijn rust en focus de bodhiverlichting, wat hem tot Boeddha maakte. In plaats van de wereld te verlaten en nirvana te bereiken, blijft hij op de wereld om zijn kennis te delen. In zijn eerste les zet hij vier edele waarheden uiteen. De eerste edele waarheid stelt dat er leed aanwezig is in de wereld. De tweede waarheid vertelt over de oorzaak van het leed, namelijk onze honger naar zintuigelijke ervaringen. De derde stelt vervolgens dat het lijden opgeheven kan worden en de vierde schrijft voor hoe: door het volgen van het achtvoudige pad van het Boeddhisme.

Lees hier waarom filosoof Douglas Berger denkt dat de verlichting eigenlijk al in iedereen aanwezig is.

Het Lesbos van Aristoteles

Op Raphaels fresco De school van Athene wijst Plato, links in het midden, naar boven. Zijn leerling Aristoteles (385 v.C. – 323 v.C.), rechts, duidt met zijn hand naar de grond. De handgebaren staan symbool voor centrale aspecten binnen hun filosofie. Plato’s vinger naar boven verwijst naar zijn abstracte, rationele Vormenleer, terwijl Aristoteles’ gebaar naar de aarde zijn nadruk op empirische kennis over de fysieke wereld representeert. Aristoteles keek namelijk naar de wereld als wetenschapper en beschreef als eerste filosoof de eigenschappen van de veranderlijke natuur.

Lesbos, Griekenland

Dit deed hij onder andere op het eiland Lesbos, waar flora en fauna gedijden. Vooral de Baai van Kalloní trok Aristoteles’ aandacht. De denker ging op zoek naar de ziel van al het leven aanwezig. Volgens hem is het leven namelijk bezielde materie. Dit is waarom hij tijdens zijn tweejarige bezoek aan Lesbos inktvissen ontleedt: hij sneed zijn weg door de materie, in de hoop de ziel op te sporen. Tot op de dag van vandaag is de grote binnenzee rijk aan talloze schelpen, vogels en vissoorten. Het is niet gek dat door de ontmoeting tussen al die natuur en de eerste natuurfilosoof, de beginselen van de biologie ontstonden.

Lees hier meer over Aristoteles’ ontdekkingen op het Griekse eiland Lesbos.

Het kasteel van Montaigne

In een hoge toren, met uitzicht op de Dordogne grenzend aan de Bordeauxstreek, schreef filosoof en politicus Michel de Montaigne (1533-1592) zijn belangrijkste werken. Hij was een van de meest invloedrijke filosofen van de Franse Renaissance en wist het essay tot populair literair genre om te toveren. Schrijven deed hij namelijk graag én veel. Dit is te zien in zijn werk Essais: 107 hoofdstukken van verschillende volumes. Hij begint zijn werk met de woorden ‘Dit boek, lezer, is er een te goeder trouw.’ Zijn doel? Zichzelf beschrijven vanuit alle eerlijkheid (‘bonne foi’) om dichter bij de menselijke natuur te komen. En dat alles vanuit zijn toren.

De toren van Montaigne.

Het oorspronkelijke familiehuis bestaat niet meer. Maar de toren waarin hij al zijn werken schreef staat nog overeind. Daar beschikte hij over een bibliotheek met meer dan 1500 werken. Na zich daar tien jaar lang te hebben geïsoleerd, schreef hij op de kroon van de boekenplanken: ‘Als het lot het toelaat, zal ik dit verblijf voltooien, deze zoete voorouderlijke retraite, en heb ik het gewijd aan mijn vrijheid, rust en vrije tijd.’

Lees hier meer over de levenslessen van Montaigne.

Het Sils-Maria van Nietzsche

De filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) had een zwakke gezondheid. Hij werd geplaagd door migraines en later ook blindheid. Door zijn slechte weerstand reisde hij veel, op zoek naar klare luchten. ’s Winters trok hij naar de Mediterraanse kust, ’s zomers vertoefde hij tussen de Alpen, in het rustige Sils-Maria, waar de dagen altijd ‘sonnenhell’ waren. ‘Es tut gut,’ aldus Nietzsche.

Sils Maria, Switzerland.

Diep in gedachten verzonken vormde hij hier de hoofdlijnen voor Also sprach Zarathustra. Zo zou hij op een van de stenen aan de oevers van Meer Silvaplana zijn idee van de eeuwige wederkeer hebben bekokstoofd. Hij bedacht een gedachte-experiment. Stel je een demoon voor, die jou vertelt dat je het leven zoals je het tot nu toe hebt geleefd tot in de eeuwigheid opnieuw moet herbeleven. Nietzsche vraagt ons: vervloek je hem, of verwelkom je hem als een goddelijk geschenk? De laatste reactie noemt hij amor fati: liefde voor het lot. Bij deze levenshouding hoort een acceptatie van het leven – inclusief het lijden dat er soms bij hoort.

Lees hier waarom Nietzsche aan het eind van zijn leven krankzinnig werd.

De hut van Heidegger

Wie vandaag naar Todtnauberg in het Zwarte Woud afreist, in het zuidwesten van Duitsland, vindt daar tussen de bomen Martin Heideggers (1889 – 1976) hut verstopt. In dit huisje van zes bij zeven – zonder stroom en waterleiding – voelde de filosoof zich thuis. Dat kwam namelijk door het prachtige uitzicht. In het Zwarte Woud vond Heidegger de stilte die hij nodig had om na te denken. ‘Een plek voor inkeer ten bate van het werk en een plek nabij de natuur voor het gezin,’ zoals hij zelf zei.

Heideggers hut.

De filosoof claimde dat hij een intellectuele en emotionele band had met het gebouw en de omgeving. Het landschap toonde zichzelf op en bijna autonome wijze, door zijn ogen. Door dit eigen ritme, tussen de natuur, de hut en Heidegger zelf, kon hij zichzelf volledig overgeven aan zijn werk. Het is hier dat de filosoof onder andere zijn magnum opus Sein und Zeit schreef. Krapjes was het soms wel. Zeker als zijn zoons te veel lawaai maakten. Op zulke momenten klopte hij aan bij de dichtstbijzijnde boerderij om daar in een kamertje verder te werken.

Lees hier meer over de soms ongrijpbare filosofie van Heidegger.