Home Wat als?

Wat als?

Door Victor Gijsbers op 01 maart 2019

Cover van 01-2019
01-2019 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Wij leven in een wereld die heel goed anders had kunnen zijn. Als ik één bijdehante opmerking niet gemaakt had op een datingsite, had ik mijn vrouw nooit ontmoet. Als een paar honderd mensen in Florida anders gestemd hadden, had Gore gewonnen van Bush. Als een grote komeet een net iets andere baan had gehad, dan waren de dinosaurussen nooit of pas veel later uitgestorven. Wat dan? Hou zou de wereld eruit hebben gezien als een van deze andere afslagen was genomen?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Dat is het soort vragen dat Jeroen Hopster, die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar evolutionaire ethiek, in het boek De andere afslag in ere wil herstellen. Het doel van het boek is om de lezer ervan te overtuigen dat wat als-vragen niet slechts voer zijn voor zinloze speculatie, maar dat ze op een serieuze manier overdacht kunnen worden. Daarnaast wil Hopster aantonen dat het van belang is om dit te doen. Wie zich bewust is van alle afslagen die de wereld ook had kunnen nemen, maar niet nam, zal op een andere en diepere manier naar de werkelijkheid kijken.

Met deze doelen in het achterhoofd pakt Hopster in de drie – grotendeels onafhankelijke – delen van het boek drie verschillende gebieden aan waarop we wat als-vragen kunnen stellen: het individuele leven, de menselijke geschiedenis en de evolutionaire geschiedenis van het leven. Het eerste deel stelt wat teleur, maar gelukkig vallen de andere twee delen een stuk beter uit.

In het deel over het individuele leven bespreekt Hopster een aantal manieren om aan te kijken tegen onze levensloop en wat daarin wel en niet mogelijk was. Daarbij gaat hij helaas snel voorbij aan een aantal van de meest prangende kwesties. Hier is een vraag die Hopster opwerpt: was het mogelijk voor Hitler om de superioriteit van het Joodse ras te verkondigen? Als we vrijheid radicaal opvatten, is het antwoord bevestigend. Het lag immers zonder meer in zijn macht om woorden van die strekking te spreken. Maar we zouden ook kunnen denken dat het antwoord ontkennend is: het lag simpelweg niet in zijn aard om zoiets te doen. Kon hij het nu of kon hij het niet? Als we willen begrijpen wat in het leven wel en niet mogelijk is, moeten we duidelijk maken of onze vrijheid radicaal of beperkt is.

Hopster blijft hier frustrerend vaag over. Hij vertelt dat Hitler wel de handelingsmogelijkheid had om de superioriteit van het Joodse ras te prediken, maar dat deze mogelijkheid historisch niet realistisch was. Zijn er dan twee soorten mogelijkheden? Hoe verhouden die zich tot elkaar? We komen het niet te weten. Even later stelt Hopster dat er duidelijke determinanten van ons gedrag zijn, wat suggereert dat vrijheid beperkt is. Maar hij zegt er meteen achteraan dat de existentialisten – die juist de radicale vrijheid bepleitten – ook een goed punt hadden. Over hoe die twee visies met elkaar verenigd kunnen worden, blijft de lezer in het ongewisse. Zo zijn er meer thema’s in dit eerste deel van het boek waarbij ik snakte naar een diepere en meer consistente uitwerking.

Veel interessanter wordt het boek zodra we de overstap naar het tweede deel maken, over what if-geschiedenis. Hopster bespreekt de val-kuilen van deze vorm van geschiedenis schrijven, maar breekt ook een lans voor het nut en zelfs de noodzaak ervan. Uiterst behulpzaam is het onderscheid dat hij maakt tussen twee soorten what if-vragen: vragen waarbij we een bijna niet weg te denken gebeurtenis toch wegdenken om te kijken hoeveel causale impact deze gehad heeft (hadden de VS kunnen industrialiseren als er geen spoorwegen waren geweest?), en vragen waarbij we juist geïnteresseerd zijn in mogelijkheden die zich bijna hadden voltrokken (hoe was de Cubacrisis afgelopen als de Russische onderzeeërs tot de aanval waren overgegaan?). Overtuigend is ook het hierop aansluitende argument dat alle geschiedschrijving zich met what if-vragen moet bezighouden, omdat dat noodzakelijk is voor het leggen van causale verbanden. Hopster maakt duidelijk dat we niet kunnen volstaan met beschrijven “wie es eigentlich gewesen,” zoals historicus Leopold von Ranke ooit suggereerde.

In het derde deel van het boek wordt de tijdschaal nogmaals vergroot en wordt de evolutie van het leven besproken. Daarbij staat de spanning centraal tussen contingentie en convergentie. Aan de ene kant hangt de evolutionaire geschiedenis van het toeval aan elkaar (contingentie); aan de andere kant zien we dat langs verschillende wegen vaak min of meer hetzelfde eindresultaat wordt bereikt, zoals bij de onafhankelijke evolutie van het oog bij verschillende diergroepen (convergentie). Met een rijke hoeveelheid voorbeelden maakt Hopster deze ideeën niet alleen glashelder, maar betoogt hij ook overtuigend dat de waarheid ergens in het midden gezocht moet worden. Een mooi voorbeeld van hoe wetenschap gepopulariseerd kan worden zonder in simplisme te vervallen. 

De ongelijke kwaliteit van de delen maakt het ietwat lastig een samenvattend oordeel over De andere afslag te geven, maar de reflecties over what if-geschiedenis en over de contingentie van aardse levensvormen zijn het lezen zeker waard. Hopster schrijft consistent goed en verlevendigt zijn tekst met een wijde schakering aan voorbeelden en citaten. Elke lezer zal iets in het boek vinden dat hem of haar aan het denken zet.

Uiteindelijk wil Hopster ons ervan overtuigen dat wanneer we begrijpen dat ons leven er ook heel anders uit had kunnen zien, we de waarde van wat we hebben nog indringender kunnen ervaren. Ik vind dat moeilijk om na te voelen: het feit dat de verwekking van een kind een uiterst chaotisch kansproces is, lijkt me volkomen irrelevant voor hoe waardevol mijn kinderen voor mij zijn. Had ik minder dankbaar voor hen moeten zijn als hun bestaan sinds het begin der tijden was voorbestemd? Maar bewustzijn van de mogelijkheden die onze werkelijkheid omringen, dat is ontegenzeggelijk essentieel om te begrijpen wie wij zijn. Het is goed dat Hopster ons een stap richting die zelfkennis helpt.