Home Warm aanbevolen: Analytische filosofie

Warm aanbevolen: Analytische filosofie

Door Gert-Jan van der Heiden op 09 september 2015

Cover van 03-2015
03-2015 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

De taal waarmee wij over de wereld spreken creëert schijnproblemen in de filosofie. Het was daarom het therapeutische ideaal van Wittgenstein om filosofische problemen niet zozeer op te lossen als wel eenvoudigweg te laten verdwijnen door een nauwkeurige analyse van de taal. Dergelijke analyses van de logische en conceptuele middelen die ons ter beschikking staan om over de werkelijkheid te spreken en te denken, zijn in verschillende variaties de inspiratie geweest voor een eigen stroming in het landschap van de twintigste-eeuwse wijsbegeerte: de analytische filosofie. Onder redactie van Chris Buskes en Herman Simissen biedt een negental Nederlandstalige filosofen in Analytische filosofie een inleiding op deze tak van de wijsbegeerte en (sommige van) haar kernproblemen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

De redacteuren van deze bundel laten in hun inleiding zien dat de analytische filosofie en de verschillende auteurs en werken die onder die noemer worden verzameld niet zozeer gekenmerkt kunnen worden door een aantal gedeelde stellingen over de werkelijkheid, maar wel door een bepaalde gedeelde filosofische houding: ‘De term “analytische wijsbegeerte” verwijst dus eigenlijk meer naar een activiteit – een bepaalde wijze of methode van filosoferen –, dan naar een vastomlijnde doctrine of een verzameling leerstellingen.’ Deze houding bestaat in het volgen van strakke methodologische principes, vaak geënt op die van de natuurwetenschappen, strenge argumentaties en conceptuele analyse.
 
Deze wat algemene omschrijving wordt in dit boek aan de hand van een achttal onderwerpen toegelicht en ingevuld, namelijk logica, taalfilosofie, kenleer, wetenschapsfilosofie, philosophy of mind, ethiek, filosofie van de religie, en filosofie van de geschiedenis. De kracht van dit boek is dat al deze onderwerpen zeer adequaat, didactisch verantwoord en toegankelijk worden geïntroduceerd. Daarmee is dit boek zeer geschikt om te gebruiken in een inleidende cursus analytische wijsbegeerte: de lezer krijgt in elk hoofdstuk een duidelijk overzicht van het behandelde onderwerp en wordt op een prettige manier door de geschiedenis van dit onderwerp geleid. Aan het eind van elk hoofdstuk staan drie suggesties om verder te lezen: dat is een goede en belangrijke handreiking want na het lezen van het overzicht over de (soms vrij jonge) geschiedenis van het onderwerp zal menig lezer ook benieuwd zijn geworden naar de verdere ontwikkelingen in het veld.
 
Het eerste hoofdstuk, geschreven door Rob van der Sandt, is een prachtig en zeer goed geschreven overzichtsartikel over de geschiedenis van de logica. Logica mag dan bekend staan als een lastig onderwerp, gevoed door jarenlange onderwijservaring weet deze auteur verschillende problemen in de logica zeer helder en stapsgewijs uiteen te zetten. Uit dit hoofdstuk blijkt dat een afbakening van de analytische wijsbegeerte van andere stromingen en van de geschiedenis van de wijsbegeerte soms wat kunstmatig is: de vraag naar de logica is immers een vraag die door de geschiedenis van de wijsbegeerte gesteld wordt en die verschillende hoogtepunten kent. Zoals Van der Sandt uitlegt, is er in de geschiedenis van de logica een hoofdrol weggelegd voor Duits logicus en filosoof Gottlob Frege – en Frege wordt zeker niet altijd tot de analytische wijsbegeerte gerekend, zoals in dit boek betoogd wordt.
 
De hoofdstukken van Chris Buskes en Marc Slors over respectievelijk de wetenschapsgeschiedenis en de philosophy of mind bieden elk een helder overzicht van de ontwikkelingen in de afgelopen eeuw binnen deze twee vakgebieden. De lezer die niet bekend is met deze ontwikkelingen doet er goed aan deze materie rustig te verteren, want er wordt behoorlijk veel verteld, maar het grote voordeel daarvan is dat de hoofdstukken zeer geschikt zijn als naslagwerk waarin de belangrijkste stromingen, termen en auteurs langskomen en haarfijn worden uitgelegd.
 
De analytische filosofie wordt vaak geassocieerd met de natuurwetenschappen en de natuurwetenschappelijke methode. Ook de redacteuren leggen dit verband in hun inleiding tot de bundel. Juist in dit licht is het hoofdstuk van Jan Vorstenbosch over de ethiek (en dan met name van Peter Singer) en de sociale en politieke filosofie (van vooral John Rawls) een intrigerende aanvulling. Evenals het hoofdstuk van Herman Simissen over de geschiedfilosofie. Deze hoofdstukken laten zien dat de analytische denkhouding zich niet louter hoeft te concentreren op de natuurwetenschappen, maar ook uitermate productief kan worden ingezet in de maatschappij- en geesteswetenschappen.
 
Tegelijkertijd onderstrepen dergelijke hoofdstukken de verlegenheid die de redacteuren in de inleiding tentoonspreiden wanneer ze zichzelf confronteren met de vraag wat analytische wijsbegeerte nu precies is. In welke zin, zo is de vraag die deze twee hoofdstukken oproepen, noemt men dit analytische wijsbegeerte? Het is wellicht eerder zo, zoals de redacteuren in hun epiloog in meer algemene zin opperen, dat geconfronteerd met dergelijke onderwerpen het predicaat analytische wijsbegeerte niet zoveel gewicht meer in de schaal legt en het onderscheid met wat continentale filosofie wordt genoemd zich als vanzelf uitwist.
 
Van dit laatste uitwissen zijn meerdere voorbeelden te noemen, zoals het gebruik van de fenomenologie en de hermeneutiek in de philosophy of mind, dat ook het onderscheid tussen analytisch en continentaal slecht. Dergelijke voorbeelden worden verder in dit boek niet geëxploreerd – en dat hoeft ook niet omdat dit boek al meer dan genoeg aan de orde stelt en als studieboek een zeer geschikte inleiding geeft in een denkstroming. Zij laten echter wel zien dat dit boek naar meer smaakt: een verdere doordenking van de discussies die vandaag de dag spelen binnen de analytische wijsbegeerte en een verdere doordenking van de eigenheid van de analytische (en mutatis mutandis van de continentale) filosofie. Uiteindelijk zullen vertegenwoordigers van beide scholen toch in de eerste plaats over hun eigen activiteit denken als filosofie – zonder een nader specificerend bijvoeglijk naamwoord.
 
Chris Buskes & Herman Simissen (red.)
Analytische filosofie. Een inleiding
(Vantilt)
318 p. / € 29,50