Home Uitgelezen: De vreemde vrijheid

Uitgelezen: De vreemde vrijheid

Door Martijn Boven op 29 september 2016

Cover van 03-2016
03-2016 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Vrijheid is een term die een filosoof niet lichtzinnig in de mond kan nemen. Traditioneel gezien wordt er een onderscheid gemaakt tussen negatieve vrijheid (vrij van externe obstakels die je zelfverwerkelijking inperken) en positieve vrijheid (vrij om je eigen vermogens in te zetten). In het essay De vreemde vrijheid. Nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid en humanisme in de 21ste eeuw pleit filosoof en theoloog Laurens ten Kate voor een vrijheid die voorbijgaat aan dit traditionele onderscheid. Het betreft een scheppende vrijheid die niet langer is gebonden aan zelfverwerkelijking, maar zich juist manifesteert op het moment dat het zelf op het spel komt te staan.

Het circa zeventig pagina’s tellende essay is verschenen bij Uitgeverij Sjibbolet, een kleine, onafhankelijke uitgeverij die het accent legt op hermeneutiek en vooral bekendheid geniet door de publicatie van enkele vertalingen van het werk van Giorgio Agamben. Naast deze vertalingen publiceert Sjibbolet ook oorspronkelijk Nederlandstalige filosofie die een plaats in deze rubriek verdient. De naam Sjibbolet is afgeleid uit het werk van Jacques Derrida en duidt op de grens tussen het eigene en het andere. Zoals de titel De vreemde vrijheid al doet vermoeden, speelt ook dit essay zich af rondom deze grens. Het betreft een uitgebreide versie van Ten Kates inaugurele rede, uitgesproken bij het aanvaarden van de leerstoel Vrijzinnige religiositeit en humanisme. Twee nauw verweven thema’s staan centraal: de vrijzinnige conditie en de vreemde vrijheid.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In ‘vrijzinnigheid’ klinkt het stamwoord ‘vrijheid’ al door, vergezeld door het stamwoord ‘zin’. In het eerste deel van zijn essay richt Ten Kate zich vooral op zin in relatie tot wat hij de vrijzinnige conditie noemt. ‘Vrijzinnigheid is niet in de eerste plaats een keuze voor een bepaalde levensbeschouwing, maar een situatie waaraan iedereen tot op zekere hoogte deel heeft en waartoe men zich moet verhouden (…).’ Het betreft hier volgens Ten Kate de situatie waarin de zin van het menselijke leven niet langer gegeven is noch van bovenaf ontvangen wordt, maar moet worden uitgevonden.

Dit is volgens hem geen recent fenomeen, maar terug te voeren op wat in recent onderzoek de axiale wending wordt genoemd: de zich langzaam voltrekkende breuk met een wereldbeeld dat uitgaat van een vanzelfsprekende natuurlijke wereldorde waarin de mens een gegevenheid is. Ten Kate schetst vervolgens de rol van de religie en de politiek na deze axiale wending, waarbij hij zich vooral baseert op het denken van Hannah Arendt. Ten Kates eigen bijdrage is dat hij dit nadrukkelijk verbindt met de notie vrijzinnigheid, waarbij hij deze thematiek van de axiale wending herneemt in de context van het humanisme en de theologie.

In de notie vrijzinnigheid ligt een bepaalde opvatting over vrijheid besloten. Ten Kate definieert dit als een vreemde vrijheid. Zijn argumentatie wordt ontwikkeld in drie stappen. Allereerst ontleend hij aan Charles Taylor de notie ‘social imaginaries’: tijdelijke, gedeelde beeldruimtes die tijdelijk een zinvol kader scheppen waarbinnen mensen zin kunnen geven aan hun leven. Ten Kate presenteert de social imaginaries als het hedendaagse alternatief voor de ideologieën. Ze hebben volgens hem een paradoxale structuur omdat wij ze zelf creëren, maar tegelijkertijd ook door hen gevormd worden. In een tweede stap worden deze social imaginairies verbonden met het onderscheid tussen de serviele vrijheid van de zelfverwerkelijking en de soevereine vrijheid van het spel. Ten Kate baseert zich hierbij op Georges Bataille, over wie hij eerder een proefschrift schreef. In een derde stap, opnieuw geïnspireerd door Bataille, zet Ten Kate het zinloze van de soevereine vrijheid in spanning met de voorgegeven zin van de serviele vrijheid.

Zodoende situeert hij de vreemde vrijheid – als het scheppen van nieuwe zin – tussen de serviele en de soevereine vrijheid. ‘De vreemde vrijheid laat ons in het midden: we weten niet wat ze is, dat is haar vreemdheid. Maar we weten dat we noch serviel, noch soeverein kunnen leven en dat we beide tegelijk zijn.’ De social imaginaries die wij creëren en waardoor we tegelijkertijd bepaald worden, kunnen zowel een serviele als een soevereine oorsprong hebben. Ten Kate ziet het als onze taak om, vanuit de door hem geanalyseerde vreemde vrijheid, deze social imaginaries leef baar te maken in de spanning tussen het serviele en het soevereine.

Ten Kate noemt twee voorbeelden van onleefbare social imaginaries die behoren tot de vrijzinnige condities: de neoliberale retoriek van de vrije markt, die stilaan steeds meer domeinen van het leven beheerst, en de plaats Dabiq in Noord-Syrië, die door IS is uitgeroepen als heilige plek waar de apocalyptische strijd tegen het Westen plaats zal vinden. De vraag hoe deze social imaginaries leefbaar gemaakt kunnen worden, wordt door hem niet echt beantwoord. Twee dingen kunnen echter uit zijn betoog geconcludeerd worden. Het is zinvol om de notie ideologie te vervangen door social imaginary als cruciaal onderdeel van de vrijzinnig conditie en Batailles perspectief van de vreemde vrijheid maakt het mogelijk om een kritisch perspectief op deze social imaginaries te ontwikkelen. Hoe dit kritische perspectief concreet kan worden ingezet, blijft nog enigszins onduidelijk, maar dat mag in een verkennend essay.