Home Ten geleide: Wetenschapsfilosofie in actie

Ten geleide: Wetenschapsfilosofie in actie

Door Theo Kuipers op 28 september 2016

Cover van 03-2016
03-2016 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Wat is wetenschappelijk kennis en hoe komt die tot stand? In de (analytische) wetenschapsfilosofie worden deze vragen alleen in samenhang beantwoord. Kennis is alleen wetenschappelijke kennis als die op wetenschappelijk deugdelijke wijze tot stand is gekomen, of althans zo gereconstrueerd kan worden. Daarbij wordt dus een onderscheid gemaakt tussen het feitelijke sociale proces en de reconstructie daarvan aan de hand van maatstaven van deugdelijk experimenteren en redeneren. Wat deugdelijk is, is door schade en schande geleerd door onderzoekers en wordt door wetenschapsfilosofen gearticuleerd. Aldus verworven inzichten kunnen worden toegepast bij nieuw onderzoek in dezelfde of andere disciplines, maar ook bij het beoordelen van maatschappelijke praktijken waarin wetenschappelijke maatstaven in het geding zijn of zouden moeten zijn.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wat de praktijken betreft, komen in dit nummer de rechtspraak en de politiek aan de orde, met in beide gevallen een hoofdrol voor confirmatievooroordelen of tunnelvisies (confirmation biases). De vraag wie de moord gepleegd heeft, vergt empirisch onderzoek en daar zijn juristen niet in opgeleid. Ton Derksen toetst in het eerste essay enkele veroordelingen aan in de wetenschapsfilosofie gearticuleerde maatstaven voor goed empirisch onderzoek. Het belangrijkste voorbeeld betreft Olaf H., over wie Derksen een boek heeft geschreven. Hij vat de zaak op de cover als volgt samen:
 
Olaf H. koopt een tweedehands BMW bij een handelaar in Sittard. Hij wil de ware prijs van de auto verborgen houden voor zijn ex-vrouw. De autoverkoper gaat akkoord met een lagere prijs op de factuur. Terwijl de papieren in orde worden gemaakt, gaat de nieuwe autobezitter even naar de wc in het naastgelegen woonhuis.
Dan klinken er schoten. Olaf H. duikt de keuken in en ziet hoe de vrouw van de auto­ handelaar wordt vermoord. Later ontdekt hij dat ook de autohandelaar zelf is doodgeschoten. Ook de kleindochter blijkt geraakt. Zij overleeft het schot.
Olaf is in shock. Hij rent het pand uit, maar wordt, in tegenstelling tot de schutter, op de plaats delict gezien. Hij wordt opgepakt en de rechter geeft hem levenslang. Want hoe aannemelijk is het verhaal van die mysterieuze schutter?
 
Ton Derksen laat in het boek overtuigend zien dat het verhaal van Olaf minder ongeloof­waardig is dan politie, officieren van justitie en rechters meenden. In het essay gaat hij dieper in op enkele van hun problematische redeneringen.

Politieke partijen verschillen van mening over allerlei feitelijke kwesties. Ze hebben allemaal een wetenschappelijk bureau achter zich om het partijprogramma op wetenschappelijkheid te toetsen. Hans Dooremalen en Herman de Regt laten in het tweede essay zien dat dit niet altijd naar behoren gebeurt. Zij richten zich in dit artikel vooral op politieke visies op genetisch gemanipuleerde organismen (GGO’s), maar ze hadden ook een ander onderwerp kunnen kiezen en concluderen dat wetenschappelijke onderbouwing van standpunten van politieke partijen te vaak afwezig is. Ze vermoeden dat de confirmation bias hier een belangrijke rol speelt. Milieupartijen als Groen Links en de Partij voor de Dieren zullen de nauwelijks te onderdrukken neiging hebben om GGO’s te zien als heel erg risicovol voor de volksgezondheid en als een bedreiging van de biodiversiteit, ondanks dat de wetenschap laat zien dat die risico’s heel klein zijn.
 
Speciale wetenschapsfilosofie, bijvoorbeeld filosofie van de biologie, bestudeert specifieke kwesties in een bepaald vakgebied, zoals de vraag ‘wat is een natuurlijke soort?’ Filosofische inzichten die ontwikkeld zijn over de ene discipline kunnen soms met vrucht worden toegepast op een andere discipline. Hanna van Loo en Jan-Willem Romeijn laten in het derde essay zien dat de psychiatrie van de natuurkunde kan leren dat conventies kennis beïnvloeden, maar dat die kennis daardoor allesbehalve arbitrair is. Psychiatrische patiënten hebben vaak twee of meer psychiatrische stoornissen tegelijkertijd: er is sprake van veel comorbiditeit. Zo komt depressie bijvoorbeeld vaak voor samen met angststoornissen en alcoholverslaving. Wat zegt de hoge mate van comorbiditeit over de classificatie van psychiatrische stoornissen volgens gestandaardiseerde conventies? In de natuurkunde blijken conventies een heel constructieve rol te spelen. Kan dat ook in de psychiatrie?
 
De algemene wetenschapsfilosofie richt zich op het reconstrueren van overeenkomsten en verschillen tussen wetenschapsgebieden aan de hand van vragen die overal spelen. Bijvoorbeeld: zit er systeem in de wijze waarop kennis over het functioneren van onderdelen kan bijdragen aan kennis over het functioneren van een groter geheel? En andersom: zit er systeem in de wijze waarop kennis over het grotere geheel kan bijdragen aan kennis over de onderdelen? Jelte van Andel toont in het laatste essay dat het fenomeen emergentie daarbij wezenlijk is. Verder maakt hij duidelijk dat het perspectief van reductionistische en holistische onderzoeksbenaderingen, of ze nu concurreren of samenwerken, zeer vruchtbaar is bij het in kaart brengen van de dynamiek van veel hedendaags natuur- en sociaalwetenschappelijk onderzoek. Dit geldt in het bijzonder voor onderzoek naar complexe systemen, zelforganisatie en chaos.
 
De vier artikelen behandelen voorbeelden van toepassingen van wetenschapsfilosofie binnen en buiten de wetenschap en vormen daarmee niet alleen illustraties van de relevantie van wetenschapsfilosofie, maar bij uitstek ook van wetenschapsfilosofie in actie.