Home Ten geleide: De Groote Oorlog

Ten geleide: De Groote Oorlog

Door Eddy Strauven en Agnès Van Emelen op 24 november 2014

Cover van 04-2014
04-2014 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

De oercatastrofe van de twintigste eeuw. Het is een even gekende als wrange omschrijving van wat gemeenzaam de Groote Oorlog wordt genoemd. De vier jaren van de Eerste Wereldoorlog hadden inderdaad een rampzalige impact op het leven van miljoenen mensen. In eerste instantie op hen die met een persoonlijk verlies werden geconfronteerd. Uiteindelijk nog veel ruimer, op het onderbewustzijn van verschillende generaties.

Honderd jaar na het begin van de Groote Oorlog blijft deze vuurberg hete lava spuwen, maar ook rijke materialen voor goudzoekers. Minstens nog tot het einde van 2018 zullen in Europa en daarbuiten festiviteiten worden georganiseerd waarin zowel ideologische als mercantiele doelstellingen verborgen zitten, leidend tot een overvolle evenementenkalender en een stroom aan publicaties. Zo verwordt de herinnering aan de grote schok tot een fenomeen dat sommigen de Groote Verhalenmachine zijn gaan noemen.
Merkwaardig hoe juist deze oorlog een bron werd voor schrijvers en denkers. Vaak worden hiervoor dezelfde redenen aangehaald: de Groote Oorlog was niet alleen uiterst bloedig, hij luidde ook het tijdperk in van machinale oorlogsvoering en men beleefde abrupt het einde van oude mythen, humane droomgedachten en sociale utopieën. Bovenal zorgden de cijfers voor consternatie. Op de slagvelden stierven dubbel zoveel Britten, driemaal zoveel Belgen en viermaal zoveel Fransen als tijdens de Tweede Wereldoorlog. Karakteristiek aan deze tragedie was de massale vernietiging van het moderne individu, dat op vurige wijze aan een strijd begon die in enkele maanden tot de overwinning moest leiden, maar uiteindelijk een hel werd.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Uit de modder en de kou van de loopgraven stegen niet alleen strijdgezangen op, maar ook helse pijnkreten, gevolgd door een eindeloze stroom aan verhalen, gedichten, essays. Door de rouw om de circa negen miljoen doden voltrok zich een ommekeer in de hoofden van de Ten geleide Jaargang 54 / nummer 4 5 overlevenden. In de literatuur, in de filosofie en in nieuwe politieke stromingen ontstond een hunkering naar het mystieke, het heilige, het profetische of universeel betekenisvolle. Het zou jaren duren voor het schrikwekkende gebeuren met klare zinnen kon worden verteld. Zoals bijvoorbeeld in Duitsland, in de thriller Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque, zoals in Engeland in Good-bye to All That van Robert Graves, beide werken uit 1929, dus meer dan tien jaar na de wapenstilstand.

In deze editie van Wijsgerig Perspectief hebben we het over De Groote Oorlog in ons hoofd, namelijk over de impact van de militaire waanzin op het denken. Volgens de Oostenrijker Fritz Mauthner kon de oorlog weinig leren van de filosofie, maar de denker wellicht veel van de oorlog. Zijn landgenoot Ludwig Wittgenstein kwam uit de loopgraven met beduimelde schriftjes waarin het logische-empirische denken tot op het bot werd uitgelicht. En toch trokken ‘de velen’ daaruit weinig lering. Bij Peter Sloterdijk leidt die blijvende blindheid tot een fundamentele vraagstelling: ‘Hoeveel rampen heeft de mens nodig?’

Tal van filosofen markeren 1914 als het jaar van de definitieve ommekeer. Het breekpunt waarop het Westerse denken en de ‘gefundeerde orde’ van het Avondland imploderen. Een vraag die nog altijd een helder antwoord behoeft: kunnen we vandaag handelen en denken alsof de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog nooit plaatsvonden? In de loop van 2014 stond en staat deze kwestie centraal in een tiendelige lezingencyclus in filosofiehuis Het zoekend hert in Antwerpen. Op de volgende bladzijden brengen vier van de deelnemers hun uiteenzetting samen op papier.

Paul van Tongeren laat zien hoe Friedrich Nietzsche, Bertrand Russell en Ludwig Wittgenstein zich in hun leven en in hun teksten tot elkaar en tot de oorlog verhielden. Vincent Blok focust op Ernst Jünger en Louis-Ferdinand Céline, die beiden in de Eerste Wereldoorlog als frontsoldaat actief waren, maar in hun werk aan het oorlogsgebeuren een totaal verschillende interpretatie gaven. Jeroen Vanheste toont aan hoe literaire topauteurs prachtige pleidooien hielden voor een verheven humanisme, maar zich voor en na de Groote Oorlog moeilijk konden onttrekken aan nationalistische en autoritaire stromingen. Matthijs de Ridder verhaalt over de ideologische en filosofische worsteling in het artistieke denken tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, verwijzend naar de evolutie van pacifistische en gemeenschapskunst.

Graag bevelen wij u aan deze editie in stilte te lezen en met volle aandacht. Een diepzinnige her-denking van het eertijdse oorlogsleed heeft immers baat bij een lezing die in evenwichtige omstandigheden gebeurt. Zeker nu we dagelijks worden bestookt met onheilstijdingen uit nabije gebieden en we collectief bang worden gemaakt voor nieuwe oercatastrofes.