Home Tegen de uitputting

Tegen de uitputting

Door Redactie Wijsgerig Perspectief op 23 februari 2022

Tegen de uitputting
Cover van Wijsgerig Perspectief nr 1/2022
Wijsgerig Perspectief nr 1/2022 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

We koesteren tegenwoordig zeer hooggespannen verwachtingen ten aanzien van werk. We zien werk als meer dan iets wat voorziet in ons levensonderhoud. Het moet ons niet alleen een houvast in de wereld bieden, ook ontlenen we er veel van onze identiteit aan. Door te werken ontwikkel je jezelf en geef je zin en invulling aan je leven. In Duitsland wordt er vaak op de verwantschap tussen de woorden Beruf en Berufung gewezen: idealiter valt het werk dat je doet samen met je roeping.

In Werk is geen oplossing rekent de socioloog Marguerite van den Berg af met deze verwachtingen. Want wat als, zoals de titel al aangeeft, werk in het kapitalisme niet de oplossing is voor onze problemen, maar juist de oorzaak ervan? Waarom voelen we ons eigenlijk collectief uitgeput? En waarom verkeren we voortdurend in tijdnood? In haar boek gaat Van Den Berg in op deze vragen, door materiaal uit haar eerdere sociologische onderzoek te combineren met politieke theorie en voorbeelden uit de kunst en de actualiteit.

Het boek knoopt aan bij inzichten uit het marxisme en het feminisme. Net als Marx ziet van Den Berg in loonarbeid structurele uitbuiting: de arbeider produceert meerwaarde voor zijn baas maar heeft geen aandeel in het geproduceerde. Daarnaast sluit ze zich aan bij feministische denkers, waaronder Silvia Federici. Federici wees erop dat het marxisme zich teveel richtte op productie in de economische sfeer waardoor het te weinig aandacht besteedde aan zogenaamde reproductieve arbeid: het werk (zoals het koken, wassen, en zorgen) dat vereist is om het leven en daarmee de arbeidskracht zelf in stand te houden. Arbeid die vaak nog merendeels door vrouwen wordt verricht.

Van den Berg beschrijft op een herkenbare en treffende manier hoe onzekerheid onze hedendaagse relatie tot werk kenmerkt. Werk vinden is vaak moeilijk of onmogelijk, er zijn steeds minder vaste contracten, en de staat biedt een steeds minder sterk vangnet. Van den Berg schrijft: ‘In een onzekere economie ben je niet werkloos, maar een zzp’er.’ Maar ook in het werk zelf is er veel dat een permanente staat van onzekerheid creëert: we moeten ons identificeren met wat we doen, plooibaar zijn en altijd op stand-by staan. Met andere woorden: de grens tussen werken en niet-werken vervaagt.

Niet iedereen ondervindt deze onzekerheid op dezelfde manier. De armen hebben bijvoorbeeld met directere en nijpendere vormen van onzekerheid te maken dan de rijken. In navolging van de Duitse filosoof Isabell Lorey maakt Van den Berg onderscheid tussen precair, precariteit en precarisering. Waar precair de gedeelde menselijke conditie van kwetsbaarheid aanduidt, wijst precariteit op de ongelijke verdeling van kwetsbaarheid in hiërarchische verhoudingen. Daarnaast is er in algemene zin precarisering aan de gang: een politiek die draait op onzekerheid. Precarisering verwijst naar vormen van ‘bestuur’ (zoals Lorey in navolging van Foucault stelt), die aansturen op deze kwetsbaarheid en die door ons gereproduceerd worden. Van den Berg koppelt deze precarisering aan het kapitalisme, maar laat het beslissende aandeel van het politieke neoliberalisme in de opkomst van de onzekerheid helaas buiten beeld. Treffend is hoe Van den Berg onzekerheid met een eiland vergelijkt: een beperkte ruimte waarop iedereen een plekje probeert te bemachtigen. Maar uiteindelijk treft de onzekerheid iedereen, want wie eenmaal op het eiland zit, wordt gedreven door de angst eraf te vallen.
Het is dus niet vreemd dat iedereen uitgeput is. Geen toeval dat velen een burn-out krijgen. Tijd voor activiteiten die niet in dienst staan van het werk verdwijnen naar de achtergrond. Dit heeft grote gevolgen. Zoals Van den Berg schrijft: ‘In een samenleving waarin iedereen moe is en niemand tijd heeft, wordt iedereen kwetsbaar.’ In werk zelf ligt geen oplossing. De eis om voorbij het werk te kijken, voert tot een scherpe kritiek van het mainstream feminisme, in het bijzonder van het idee dat betaald werk zou emanciperen. Dat vrouwen de werkvloer betreden, of hoge posities innemen, leidt niet vanzelfsprekend tot de afschaffing van het patriarchaat. In plaats daarvan worden vrouwen nu ook uitgebuit, in het ergste geval zelfs dubbel, wanneer ze thuis het merendeel van de reproductieve arbeid blijven verrichten.

Is er een alternatief? In het laatste deel van het boek roept Van den Berg op tot verzet. Voor haar hebben de vakbonden hun kritische rol verloren. Werkenden moeten zelf collectief in actie komen door te staken. Tegelijk onderkent ze dat de precariteit en de veeleisendheid van veel werk het vormen van een collectief lastiger maken. De nadruk ligt daarom op kleine daden van verzet: het af en toe ‘nee’ zeggen tegen de baas, of het benutten van werktijd voor de eigen activiteiten. Ook ziet ze potentie in commoning: het creëren van gemeenschappelijke ruimten waarin mensen voor iets of voor elkaar zorg dragen. Alleen op deze manier komen we voorbij onze collectieve uitputting. Zo is Werk is geen oplossing een helder en krachtig pleidooi om niet langer toe te staan door je werk geleefd te worden.

Werk is geen oplossing
Marguerite van den Berg | Amsterdam University Press |  144 p. | € 17,50

Uitgelezen
In deze rubriek leest, wikt en weegt een vakgenoot recent verschenen Nederlandstalige boeken of
belangrijke vertalingen in het brede wijsgerige veld.