Slavoj Žižek "We werken niet langer met directe, maar met indirecte autoriteit die gevangen is in ironie en grappen."

"Mijn specialiteit is een idioot zijn, maar mijn grappen moeten wel serieus worden genomen. De ultieme ironie is niet afstand nemen van, maar juist serieus nemen wat op de hak wordt genomen."

Slavoj Žižek gebruikt de psychoanalyse van Jacques Lacan om politiek en cultuur uit te leggen en te bekritiseren. Gekte en chaos spelen volgens hem een belangrijke rol in het intellectuele leven. Rationaliteit en beschaving zijn alleen mogelijk als verzet tegen de gekte en chaos. Om die reden pleit hij voor een vergroten van chaos en conflicten. Het verzet tegen conflicten zal de samenleving sterker maken. Verzet betekent in dit geval niet dat de chaos bruut moet worden onderdrukt (zoals mensen als Hitler en Stalin probeerden), maar dat deze chaos doorleefd moet worden. Zoals een psychisch verwarde persoon zijn trauma moet doorleven om deze te verwerken, zo zou ook een samenleving het conflict moeten opzoeken om het uit de weg te ruimen. Žižek behandelt klassieke denkers als Descartes en Hume, maar combineert dat met observaties over nieuwe media en nieuwe culturele uitingen. Zo schrijft hij over het gebruik van fascistische tekens door de Sloveense band Laibach. Ook hier wijst hij weer op de rol van gekte en chaos. Ze moeten doorleefd worden, en dat kan niet alleen op een zuiver rationele manier: 'Het probleem met verschijnselen als nationalisme en racisme is dat je ze wel rationeel kunt analyseren en weerleggen, maar dat ze niettemin operationeel blijven.'

Opmerkelijk

Žižek was kandidaat voor het presidentschap van de Sloveense republiek bij de eerste vrije verkiezingen van 1990. In 1991 werd hij door de minister van Wetenschap benoemd tot cultureel ambassadeur.