Home Representatie en contestatie: Jacques Rancière over democratie

Representatie en contestatie: Jacques Rancière over democratie

Door Matthias Lievens op 06 november 2014

Cover van 04-2011
04-2011 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

Jacques Rancière is een erfgenaam van een (grotendeels linkse) traditie van kritiek van het representatiebegrip. Zo bekritiseerde Marx representatie als ‘een heel specifiek product van de moderne bourgeois maatschappij’, die gebaseerd is op de scheiding tussen staat en maatschappij. Auteurs als Antonio Negri, de jonge Claude Lefort en Cornelis Castoriadis, tijdgenoten van Rancière, trachtten vormen van  (zelf-)emancipatie  te denken zonder een beroep te doen op representatie. Die voert immers altijd weer een onderscheid in tussen zij die denken en zij die uitvoeren; een machtsverhouding die echte emancipatie in de weg staat. Rancières vroege werk baadt in dezelfde sfeer. Hij brak met zijn leermeester Althusser onder meer omwille van de rol die deze toekende aan de intellectuelen in het leiden van het proletariaat (1974). Hij flirtte kort met het maoïsme, maar verwierp ook hier de claim van maoïstische  arbeiders-studenten  dat zij de ‘ware’ identiteit van het proletariaat zouden vertegenwoordigen. Ook de zogenoemde Nouveaux Philosophes, die pretendeerden te spreken in naam van het volk dat gebukt ging onder het totalitarisme, bleken voor Rancière uiteindelijk in hetzelfde bedje ziek te zijn (1989: xx).

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.