Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

woensdag 23 februari 2011

‘Opstand Midden-Oosten is post-ideologisch’

Achille Mbembe
filosoof, historicus

‘De revolte in de Arabische wereld is postislamistisch en postliberaal. Anders dan vaak gezegd wordt hoeven we een eventuele regering van Moslimbroeders niet te vrezen.’ Dat stelt Michiel Leezenberg, filosoof verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van onder andere Islamitische filosofie.

Leezenberg verzet zich tegen het idee dat er een strenge ideologie aan de oproer ten grondslag ligt, of dat nu islamisme is – de verzamelnaam voor conservatieve politieke ideologieën gebaseerd op de Koran – of marxisme, of westerse liberale ideeën als vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Volgens Leezenberg moeten we de huidige ontwikkelingen in Egypte of Tunesië niet vergelijken met de Iraanse revolutie van 1979: ‘Die revolutie had een sterk ideologisch karakter. Zo voerde destijds een marxistisch-sjiitische ideologie met name gedragen door jongeren de boventoon. Het ging daarin naast het verjagen van de Sjah ook om een abstract doel, namelijk het tegengaan van het kapitalisme en de verwestering van Iran.’

Waar filosoof Michel Foucault (1926 – 1984) nog uit de monden van Iraniërs optekende dat ze een ‘islamitische regering’ wilden, is volgens Leezenberg in de huidige revolutie de inzet veel concreter. ‘Het gaat betogers niet om een groot verhaal, noch om het islamisme, noch om het liberalisme. Mensen willen simpelweg een einde aan de corruptie en de hoge prijzen. Je ziet ook veel speelse acties. Betogers lopen met rare hoofddeksels rond en verzinnen ludieke acties om tegen het regime te protesteren. Op die groenteboer uit Tunesië en enkele copycats na is er nu ook geen sprake van een martelaarscultus. En de islamisten die tijdens de protesten ‘Allahu akbar!’ riepen, werden overstemd door demonstranten die riepen dat Egypte van zowel moslims als christenen is.’

Ook de Moslimbroederschap, de belangrijkste georganiseerde oppositiebeweging in Egypte, heeft inmiddels zijn ideologische veren verruild voor concrete, alledaagse doelen. ‘De leden hebben bijvoorbeeld geprotesteerd tegen de lakse wijze waarop de regering van Mubarak met de vogelgriep omging. Een internationale agenda van verspreiding van de islam heeft plaats gemaakt voor een binnenlandse agenda, zoals de invoering van burgerrechten. Nationale identiteit is nu een belangrijkere kwestie. Voor veel Arabische islamisten is het model niet de Iraanse revolutie, maar de AK-partij die nu in Turkije aan de macht is.’

Volgens Leezenberg moeten we ons dan ook niet teveel zorgen maken over de rol van de Moslimbroederschap in het Egypte van na de opstand: ‘Iedereen staart zich blind op de vermeend gewelddadige leer van de broederschap. Maar daarmee zien we de diepgaande ideologische veranderingen in deze beweging over het hoofd. De Moslimbroederschap stond in haar begindagen voor sociale rechtvaardigheid. Zo pleitte ze voor een rechtvaardige verdeling van goederen.’

Door de toenemende repressie door Nassers seculiere regime radicaliseerden de Moslimbroeders: ‘In de jaren zestig van de vorige eeuw kregen de moslimbroeders onder invloed van de islamitische denker Sayyid Qutb een revolutionair karakter.’ Qutb (1906-1966) zette als prominent ideoloog van de moslimbroeders de islam neer als een concurrent van andere ideologieën als liberalisme en communisme. Hij beweerde dat geweld van het individu tegen de staat gelegitimeerd is als de staat niet-islamitisch is en de (religieuze) vrijheid van de bevolking beperkt. ‘Maar onder meer vanwege het islamistisch-geïnspireerde geweld van de jaren tachtig en negentig in Afghanistan en Algerije hebben de broeders het gebruik van geweld afgezworen voor politieke doeleinden.’

Maar hoe verklaart Leezenberg dan de gebeurtenissen van 11 september waarin de islam zich juist als gewelddadige politieke ideologie leek te manifesteren? ‘Bin Laden heeft in tegenstelling tot de eerdere politieke islam geen concreet politiek doel. Hij voert meer een ethische strijd tegen het kwaad, namelijk het Westen. Het afwijzen van westerse waarden op grond van een conservatieve, ‘zuivere’ interpretatie van de Koran is een betrekkelijk nieuw verschijnsel. Tegelijkertijd is het streven naar culturele zuiverheid en authenticiteit, en het uitbannen van vreemde culturele invloeden, juist omdat ze van buiten komen, een Duits-romantisch idee. Islamisten zijn daarom eigenlijk romantici.’

Leezenberg sluit overigens niet uit dat politieke ideologieën weer op het toneel terugkeren. ‘Natuurlijk kan er nu, na de val van Mubarak, weer een discussie komen over hoe het in Egypte in grote lijnen verder moet; er wordt nu in de fabrieken gestaakt, uit naam van socialistische idealen. Het verloop zal ook afhangen van het leger, van hoeveel speelruimte de betogers gegund wordt. Maar voorlopig gaat het om concrete zaken. De politieke Islam heeft evenmin het eeuwige leven als andere ideologieën.’

Harrie ten Have