Home Ontvankelijkheid

Ontvankelijkheid

Door Johan de Jong op 03 september 2021

Ontvankelijkheid
Cover van 03-2021
03-2021 Wijsgerig Perspectief Lees het magazine

In deze rubriek leest, wikt en weegt een vakgenoot recent verschenen Nederlandstalige boeken of belangrijke vertalingen in het brede wijsgerige veld.

Metafysica: van orde naar ontvankelijkheid is het resultaat van metafysicacursussen van prof. dr. Gert-Jan van der Heiden, hoogleraar Fundamentele Filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Het is echter veel meer dan een cursus- of overzichtsboek: naast een algemene inleiding in de problemen en geschiedenis van de Europese metafysica, ontvouwt Van der Heiden ook zijn visie op hoe een hedendaagse metafysica eruitziet.

‘Van orde naar ontvankelijkheid’ suggereert een lineaire ontwikkeling, maar Metafysica is thematisch van opzet. Tussen een korte proloog en een epiloog vinden we vier grote delen: een inleidend deel (‘Wat is metafysica?’) en drie thematische delen (‘Zijn en schijn’; ‘Taal en waarheid’ en ‘Zijn en grond’). In de epiloog maakt Van der Heiden het perspectief expliciet dat hij in de loop van het boek ontwikkelt.

Hij schetst de grote problemen aan de hand van grote namen, en verdeelt de geschiedenis in drie momenten: klassiek, modern, hedendaags. Het inleidende deel introduceert de termen en problemen van de klassieke (Aristoteles) en de moderne metafysica (Descartes en Kant). Na introductie van de verschillende betekenissen van zijn en van metafysica bij Aristoteles, wordt de klassieke metafysica geïnterpreteerd als een zoeken naar beginselen, oorzaken of gronden. Moderne metafysica werkt vanuit een andere ‘invalshoek’: verwondering maakt plaats voor ‘scepsis en twijfel’ en er vindt een ‘epistemologisering’ plaats van de klassieke zijnsleer die culmineert in Kants kritiek op de klassieke metafysica.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Voor Van der Heiden wordt metafysica pas écht modern wanneer het ‘einde van de metafysica’ wordt geproclameerd. Dat begint met Kants metafysicakritiek, maar sleutelfiguur in die geschiedenis is Nietzsche. Bij deze filosoof wordt het kernprobleem van alle metafysica volgens Van der Heiden voor het eerst expliciet gemaakt als het ‘spanningsveld’ tussen ‘orde en ontvankelijkheid’. Nietzsche is niet zomaar ontkenner van waarheid, maar belichaming van waarachtigheid: zijn ‘gerechtigheid van het denken’ bestaat in het ‘onmogelijke ideaal’ om in een maximale veelheid van perspectieven zowel ordenend als ontvankelijk recht te doen aan een chaotische, wordende werkelijkheid.

In terminologie en benadering is Heidegger nooit ver weg in dit boek. Vooral met de begrippen ‘restant’ en ‘getuigenis’ geeft Van der Heiden een originele invulling aan het heideggeriaanse perspectief. De moderne metafysica toont dat iedere orde een contingente, beperkte, menselijke orde is. De ‘eigenlijke’ ervaring ligt in de ontvankelijkheid van waaruit dergelijke ordes kunnen oprijzen uit de ‘chaos’ (Nietzsche), ‘verborgenheid’ (Heidegger) of ‘ruis’ (Leibniz) van het zijn. Zo is geen zijnsorde ooit zonder restant of overschot, en maakt het zijn als anders-kunnen-zijn ook steeds nieuwe interpretaties mogelijk.

Daarmee worden taal en interpretatie (deel drie) de centrale elementen van Van der Heidens metafysica. Een korte passage over Hegels dialectiek ligt ietwat ongemakkelijk in dit deel en lijkt vooral een opstap te vormen naar uitstekende besprekingen van Dilthey, Gadamer en Derrida. Als ‘getuigenis’ van anders-kunnen-zijn wordt de taal inderdaad een ‘supplement’ (Derrida) of ‘kopie zonder origineel’ (Deleuze): een ontvankelijk-ordenende interpretatieve taal die niet een vooraf voorhanden werkelijkheid representeert, maar die juist door beweeglijk te zijn getuigt van anders-kunnen-zijn door het zowel te ‘ontdekken’ als ‘bewaren’. Dit toont zich in de inter-pretatie van een gedicht of kunstwerk, maar ook in ‘aanspraak’ of ‘ontmoeting’.

In deel vier blijkt het eigenlijke obstakel voor de ontvankelijkheid te bestaan in het klassieke streven naar gronden, dat bij Leibniz uitgedrukt wordt als het ‘beginsel van voldoende grond’. Van der Heiden toont met Heidegger, Levinas en Agamben de beperkingen van dit beginsel, voor zover het ‘contingentie en gebeurtenissen in de sterke zin van het woord’ uitsluit.

Tekenend is dat Van der Heiden ook toont hoe Leibniz zelf al met zijn eigen beginsel breekt. Zo vinden we ook inhoudelijk geen simpele lineaire gang door de metafysicageschiedenis. Hedendaagse ontvankelijkheid vervangt niet zomaar orde, maar impliceert juist ‘een bepaalde herontdekking’ van Aristoteles’ theoria. En Van der Heidens voortdurende, vaak door Heidegger of Derrida geïnspireerde uiteenzettingen van Plato zijn een verrijking voor beginner en gevorderde. De prijs van deze hermeneutische benadering is dat bij sommige klassieke onderscheidingen (zoals tussen essentie en existentie of metafysica specialis en generalis) iets meer context welkom was. Maar de waarde is dat voor Van der Heiden de metafysica nooit primair ‘strijdtoneel’ (Kant) wordt, waardoor uiteenlopende metafysische gedachten elkaar wederzijds kunnen verrijken.

Nederlandse overzichtswerken over de metafysica zijn veelal schaars of verouderd. Metafysica is een bijzonder welkome, rijke, toegankelijke en stilistisch gave visie op de metafysica vanuit hedendaags perspectief, geschreven door één van ’s lands meest vooraanstaande experts.