Wilt u eigenlijk wel zo doorleven?

ziel, brein, hersenen

klik om een oordeel te geven!
Bewusteloosheid na een ernstig ongeval of hartstilstand eindigt in de dood, of men klautert er na enkele weken uit en dan ontstaat wat we noemen de vegetatieve toestand.
Het paradoxale van de vegetatieve toestand is dat de slachtoffers niet zomaar wat liggen te vegeteren – nee, ze hebben hun ogen open, maken soms zelfs volgbewegingen of reageren op geluiden. Maar ze kijken niet gericht. Als de ogen het venster zijn van de ziel, dan is niets zo ondraaglijk als de ‘blik’ in deze ogen.
Deze mensen ademen wel en verteren hun voedsel prima, maar de zogenoemde ‘hogere’ functies zijn stuk. Dat is althans de indruk. Recent onderzoek ondergraaft deze indruk echter, met zeer ongemakkelijk stemmend resultaat.
Wetenschappers in Cambridge en Luik legden 54 vegetatieve patiënten in een MRI-scanner. Ze ontdekten dat vijf patiënten in deze groep een bewuste verandering in hun hersenactiviteit konden veroorzaken. Het ging om jonge mensen van rond de dertig jaar.
Liggend in de scanner kregen ze twee opdrachten. De eerste was: stel u voor u staat stil op een tennisbaan en u beweegt uw arm om de bal terug te slaan naar een imaginaire tennisleraar.
De tweede vraag was: loop in gedachten door uw huis van kamer tot kamer, of door een stad die u kent, en maak u een voorstelling van wat u ziet.
In vijf gevallen ontstond er activiteit in de relevante hersendelen.
Toen bleek dat deze vijf de baas waren over een stukje hersenactiviteit, ondanks hun soms reeds jaren bestaande vegetatieve toestand, besloot men tot ja-neecommunicatie. Men sprak bijvoorbeeld af: tennissen is JA, wandelen is NEE. Op deze manier lukte het om deze mensen biografische vragen voor te leggen, bijvoorbeeld: ‘Heet uw vader Alexander?’
De meest voor de hand liggende vraag – ‘Wilt u eigenlijk wel zo doorleven?’ – werd kennelijk niet gesteld. Het is ook maar de vraag wat je met een ‘NEE!’ zou moeten.
Wittgenstein zei: ‘Een “innerlijk” proces heeft een uiterlijk criterium nodig.’ Als je deze voorwaarde voor het toeschrijven van geestelijk leven niet stelt, kan de keukenstoel aan het denken zijn over Dante. Je kunt immers nooit weten.
De vraag is of je deze fMRI’s moet beschouwen als een uiterlijk criterium in Wittgensteins zin van dat woord. Wat voor innerlijk proces moeten we daaruit destilleren? Wat voor geestelijk leven valt er te vermoeden achter de kennis dat je vader Alexander heet?
Deze fMRI’s van zogenoemd vegetatieven brengen ons diep in de problemen. Welke vragen zou je moeten stellen om via ja-neecommunicatie dieper in deze zielen te geraken om daar te kijken of er sprake is van een ordelijk innerlijk huishouden of om te ontdekken dat het pand geheel verlaten is en er nog slechts een fotoalbum in de hal ligt waar de wind in bladert?

Reacties

Een aanvulling: de patiënten in het onderzoek waren gedragsmatig in vegetatieve toestand. Maar dat afwezigheid van bewijs niet hetzelfde is als bewijs van afwezigheid, bleek tijdens het experiment: bij sommige patiënten kon met fMRI alsnog een teken van bewustzijn worden gevonden. Dat betekent niet dat vegetatieve patiënten toch een beetje bewustzijn hebben. Het experiment toont wel aan, dat sommige ogenschijnlijk vegetatieve patiënten feitelijk bewust zijn. Overigens doet deze nuance niets af aan de implicaties van het onderzoek, die in het artikel van Bert Keizer worden beschreven.

Willemijn van Erp op 13-01-2012 om 14:53