Welcome to celebrity-obsessed New York

Paul Auster, Don Delillo, Barack Obama, Mark Rutte, 1%, Occupy Wall Street

klik om een oordeel te geven!
Dranghekken staan klaar, zwaailichten kleuren de straat als kerstverlichting. De taxi’s staan toeterend in de file. Eens in de zoveel tijd word je in de binnenstad met een Occupy-rel geconfronteerd. Dus blijf ik staan. “Wat is er aan de hand, officer?” vraag ik aan de meest vriendelijk ogende agent.
“The President is in town ma’am.” Beleefd maar kortaf.
“Welke president?” Hoor ik mezelf zeggen.
Domme vraag: “The President, ma’am.”
Niet Rutte natuurlijk – of Mark, zoals de Amerikaanse president onze minister-president mocht noemen tijdens zijn bezoek in Washington DC – maar Obama.
“Kunnen we hem zien?”
De agent lacht schamper, de vragen van dit blondje worden almaar dommer. “Sure, er zijn nog een paar plekken vrij. Als je tenminste bereid bent om tienduizend dollar te betalen.” Zijn collega verbetert hem: “Vijfendertigduizend zul je bedoelen, bud.” Voor deze mannen in uniform, die braaf dranghekken klaarzetten en de wacht houden, is Obama ‘The’ president: een onbereikbaar figuur die vijfendertigduizend dollar kost.

Omdat The President uit eten is in het noorden van Manhattan en ik mij in het universiteitsgebied downtown bevind, kan het nog uren duren voor hij langskomt. Ik kies dan ook voor de warme massa die zich binnen in de Barnes & Noble op Union Square verzamelt voor andersoortig hoog bezoek. Schrijvers Don Delillo en Paul Auster lezen voor uit eigen werk. Vier roltrappen omhoog staat een rij van lezers en fans. De beveiligers houden in de gaten dat niemand voordringt in de lezingzaal, ook wel ‘upstairs-at-the-square’ genoemd.
Welcome to celebrity-obsessed New York. Hope you’re wearing comfortable shoes.’ stuurt vriend S. nadat ik hem per sms vertel om op te schieten, ‘Het is druk!’

Ik hoor de slis van Paul Auster door de microfoon. De schrijvers zitten inmiddels dus op het podium. Vriend S. is er nog niet. Die weet wel beter: laat komen voorkomt pijnlijke voeten. Don Delillo zit er groots en sterk bij, terwijl zijn collega Auster enigszins stram voorleest. Nooit geweten dat de middelbare Don zo’n Don Juan is, met een woeste bos donkere krullen en brede schouders. Pas wanneer ik mijn bril opzet, besef ik mijn vergissing. Don Delillo is geen Don Juan maar een vijfenzeventigjarige met gebogen schouders en waterige, blauwe ogen die schuw het publiek in staren. De man die ik voor Don Delillo aanzag, is een Barnes & Noble beveiliger. Het lukt me niet om met eenzelfde verafgoding naar deze grijsaard te kijken – hoezeer ik zijn werk ook waardeer.

Om de revelatie van een beroemdheid mee te maken, moeten we blijkbaar de juiste bril op zetten. Wie een idool wil zien, moet hem als zodanig herkennen. Anders is Don Delillo gewoon een oude man en de beveiliger een beroemde schrijver.

De Occupy-beweging vecht tegen de zogenoemde 1%. Zij beschimpen die 1%, maar herkennen de 1% wel als hoedanig. Niet alleen omdat bedrijven en machthebbers worden weggezet als de 1%, ook omdat de zogenoemde 99% geïnvesteerd heeft in het bestaan ervan. De grootste aandeelhouders in de stad hebben veelal ook de meeste klanten. En zelfs wie weigert van hen te kopen of met hen samen te werken, herkent en benadert de 1% als ‘The’ 1%.

In mijn blog ‘De macht van geen idee’, haal ik Hannah Arendt aan om aan te tonen dat de onzekere doelen van de Occupy deels de kracht van de beweging vormen. De hoeveelheid vragen die de OWS oproept, en het gebrek aan antwoorden, kan volgens mij geen kwaad. Maar moeten we ons, wanneer we boos een gebalde vuist in de lucht steken naar het kwaad bovenin de wolkenkrabbers, niet afvragen: hoe komt het dat we de 1% de 1% hebben laten worden?
Welcome to celebrity obsessed-New York’ schrijft mijn vriend. Onze verafgoding van grootverdieners en genieën is gênant, maar reëel. Het is nooit verkeerd om een andere bril op te zetten, maar zolang we goden verkiezen boven gelijken, behouden we ‘The’ 1% – of het nu bankiers of schrijvers zijn. Misschien moeten we onszelf dit zwaktebod vergeven en voor comfortabele schoenen zorgen.

Buiten staan de taxi’s nog steeds in de file, wachtend op de auto van The President. Binnen in de boekwinkel sta ik in de rij. Op het podium zitten de twee schrijvers. Misschien dat ik uren moet wachten tussen de fans, maar ik ga niet weg alvorens ik een handtekening heb. Het zijn tenslotte wel The Don Delillo en The Paul Auster die daar zitten.

                                      


Reacties