Halloween: de Kadhafi in ons komt naar buiten

Halloween, John Rawls, A Theory of Justice, Sluier van onwetendheid, Jean-Jacques Rousseau

klik om een oordeel te geven!
Mijn buurman, Egyptisch van origine, liep met Halloween als Kadhafi verkleed mee in de grootse optocht in de East Village. Met zijn simpele bruine gewaad en zonnebril was hij de misschien wel de meest politiek geëngageerde feestvierder van de gehele parade.

Toch heeft Halloween wel degelijk een politieke betekenis. De maskers en make-up waar men zijn dagelijkse zelf achter verstopt, doen denken aan de ‘sluier van onwetendheid’ uit A Theory of Justice van de Amerikaanse filosoof John Rawls (1921-2002). Dit verband is minder vergezocht dan het lijkt: vanachter de sluier tracht Rawls een stabiele, rechtvaardige samenleving op te bouwen. Feestdagen als Halloween lijken net zo bij te dragen aan een evenwichtige samenleving.

In Rawls veelomvattende betoog dient de sluier van onwetendheid als een mechaniek om de basisprincipes van een rechtvaardige samenleving vast te stellen. Doordat we in deze ‘originele positie’ onwetend en dus bevrijd zijn van al die aspecten die onze maatschappelijke positie bepalen – man/vrouw, arm/rijk, getalenteerd of gebrekkig – weten we niet wie we zullen zijn in de werkelijke samenleving en bedenken daarom voor elke denkbare positie een zo rechtvaardig mogelijke situatie.

Verkleed als vampier, weerwolf of Kadhafi zijn we allemaal gelijkwaardig. Onderlinge verschillen zijn natuurlijk alsnog gemakkelijk uit te drukken. Een duur kostuum verraadt financiële status zoals een Prada-handtas de scholier in uniform onderscheidt. Maar op een feestdag als Halloween wil niemand zich onderscheiden. We verkleden ons juist omdat we hetzelfde willen zijn, zoals in Nederland met Koninginnedag. Een enkele feestverpester (‘Party Pooper’) daargelaten, vindt er een radicale egalisering plaats: iedereen is even één. De volgende dag ontwaken we allemaal weer als onze individuele ik. Met de eenvormige verkleedpartij die we jaarlijks uitvoeren – broederlijk bier te drinken en een liedje lallen – vieren we de individuele ik die we op normale dagen mogen zijn.

Een feestdag is dus een ontsnapping aan het alledaagse. Met Halloween – of Koninginnedag – zijn we vrij van rationele grenzen. Liever zijn we slaaf van onze passies; dansen en zuipen zullen we. Waar Rawls het rationele subject verkiest, wordt de ongeremde vervoering gevierd door meer romantisch aangelegde filosofen als Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), die de maatschappij als een belemmering beschouwt. Politieke en sociale instellingen ketenen ons; het is de samenleving die onze goede en empathische aard corrumpeert. Toch lijken uitzinnige feestvieringen als Halloween maar weinig op een eredienst aan onze goede inborst. In tegendeel: de meest beschaafde personen maken zich plots schuldig aan een schunnig vergrijp of vandalisme. De Kadhafi komt zogezegd in ons naar buiten.

Wanneer we Rousseau ongenuanceerd wegzetten als een romantische idealist en ons tot de rationele visie van Rawls keren, dan kan het niet anders dan dat ook deze irrationaliteit een duidelijke functie heeft binnen de rationele maatschappij. Al was het maar omdat onze uitzinnigheid als spiegel fungeert. Een vervormende, uitvergrotende spiegel doet de werkelijkheid meevallen en tempert daarom onze onvrede over de realiteit. In het overbelichte pashokje van een warenhuis zijn de spiegels ‘dik makend’, waardoor we, eenmaal thuis, plots blij zijn met die paar kilo’s meer die in het pashokje veel erger leken.

Net als in het pashokje, moet het volksfeest aan den lijve ervaren worden. Gekte op TV biedt misschien een ontsnapping aan dagelijkse gedachten; de katharsis die volgt op het werkelijk onderdeel uitmaken van een lichamelijke aanwezigheid, een gedeelde ervaring, die blijft uit. In een warm weerwolfpak paraderen met wit-geschminkte vampiers of in oranje rond marcheren door dichtgeslibde Amsterdamse steegjes: dat is een ervaring.

De persoonlijke reiniging is van belang, maar er staat ook een politieke noodzakelijkheid op het spel. Daarvoor wend ik me toch weer tot Rousseau. Een internationale vijand maakt nationale vrede mogelijk, stelt Rousseau. Om deze destructieve noodzakelijkheid van een vijand te verhelpen, betoogt Rousseau dat ieder individu een innerlijke vijand met zich meedraagt waardoor er zonder een externe vijand, toch nationale eenheid kan ontstaan. Die innerlijke vijand betreft de eigen wil en verlangens, die veelal verschillen met de algemene wil (alle willetjes van iedereen bij elkaar opgeteld).

Met Halloween verbeelden we wie we wel en niet willen zijn: natuurlijk willen we bloeddorstige monsters zijn, maar we willen niet het risico lopen dat anderen dat ook zijn – en dat we misschien wel door hen worden opgegeten. Daarom sluiten we een sociaal contract: door een afspraak met anderen te maken ben ik zelf beter af. Een Halloween verkleedfeest behoort ook tot die afspraak: het is een jaarlijkse kennismaking met dat wat we niet kunnen zijn. We willen geen volledig geëgaliseerde samenleving zonder verschillen, noch een maatschappij bestaande uit egoïstische barbaren. Net als Rawls’ sluier van onwetendheid, bieden vampiertanden, weerwolf-klauwen of een Kadhafi gewaad een bescherming tegen groter kwaad. Een betere samenleving begint bij wie je niet zijn kunt.


Reacties

Zij die niet mee doen aan het volksfestijn willen soeverein zijn?

Simone van Saarloos op 16-12-2011 om 16:29

heerlijk om te lezen ,maar wat als je niks met carnaval hebt noch met halloween , wat dan ??

jan-paul op 14-12-2011 om 10:16