De eeuwige wederkeer van

This is what democracy looks like

occupy Arendt Kant

klik om een oordeel te geven!
Wat kunnen we opsteken van de Occupy-beweging? Een lastige vraag, aangezien de wensen en doelen van de beweging vooralsnog sterk uiteenlopen. Toch zou ik er twee interessante zaken willen uitpikken. Ten eerste: de naam. Occupy laat iets wezenlijks zien over hoe politiek werkt. Politiek begint met bezetting: een toe-eigening van een ruimte. Politieke invloed is ondenkbaar zonder ruimte. Idealen zonder ruimte waar ze worden gehoord zijn doofstom. Dat is een constante vanaf de Atheense agora – de ontmoetings- en vergaderplaats in het hart van de polis – via de Speakers’ Corner in het Hyde Park in Londen, tot aan de meer virtuele en abstracte ruimtes die internet en media kunnen bieden aan stemverheffing. Het is dan ook geen toeval dat Hannah Arendt, de bekendste politiek filosoof van de twintigste eeuw, vaak ruimtelijke metaforen hanteert.

Occupy eist op de eerste plaats dus ruimte. In dit geval: ruimte voor een ander geluid, dat – zo claimt de beweging – op een andere manier niet meer kan worden gehoord, omdat slechts één geluid de overhand heeft gekregen. Namelijk het geluid dat koste wat kost een systeem moet worden gered dat, aldus de critici, leidt tot zelfverrijking en morele onverschilligheid ten aanzien van de samenleving. Dat is ook de portee van de leuze die actievoerders op Wall Street scanderen:  this is what democracy looks like. Democratie leeft per definitie van de ruimte aan een tegenstem. Sterker nog: alleen door een tegenstem ontstaat pas ruimte, ongeveer zoals een tennisveld ontstaat doordat er een vakje is getekend om twee tegenstanders heen.

Natuurlijk is alleen het bezetten van een ruimte niet voldoende. In het vorige nummer van Filosofie Magazine interviewde ik geschiedfilosoof Frank Ankersmit, die het schokkend vond dat Griekse burgers, die protesteren tegen wat zij zien als de uitverkoop van hun land, hun woede niet meer kunnen vertalen in een alternatief programma. Ze staan voor een fait accompli. Ze gaan wel de straat op, en ventileren hun ongenoegen. Maar wie luistert? Kan er sowieso nog een boodschap worden geformuleerd, of blijft het bij ongenoegen? Dezelfde problemen gaan ongetwijfeld spelen bij de Occupy-beweging. Maar dat doet niets af aan het feit dat het innemen van ruimte al een politieke daad is; niet voor niets zijn de overheidsreacties zo fel (er zijn op Wall Street, nog steeds een vreedzame demonstratie, immers al honderden mensen gearresteerd).

Het tweede interessante punt is precies het tegenovergestelde. Occupy Wall Street is een bron van inspiratie die de ruimte overstijgt. Het begint een nationaal, zelfs internationaal fenomeen te worden. En hoewel Occupy Wall Street een bezetting is, is iedereen – ongeacht afkomst, religie, et cetera – welkom. Het gaat immers niet om afkomst, maar om sociale rechtvaardigheid. Hier lopen de wegen van de Occupy beweging en, bijvoorbeeld, populisten, sterk uiteen. Ook populisten gebruiken graag ruimtelijke metaforen (‘Dit is ons land!’). Maar populisten doen dat louter op een exclusieve manier: die hoort er wel bij, en die niet. Aan het land wordt een soort mystieke, determinerende kracht toegekend aan iedereen die er op is geboren.

De Occupy-beweging sluit óók uit, daarover geen misverstand. De woede richt zich op bankiers, de lobbyisten, de gevestigde politici. Er wordt niet alleen ruimte voor een tegenstem geëist, maar ook dat aan hun handel en wandel een einde komt. Het is een strijd, en bij strijd hoort antagonisme. Maar tegelijkertijd sluit de beweging juist in. Afkomst doet er niet toe, het gaat om een hoger doel: rechtvaardigheid. Een doel dat per definitie iedereen aan gaat, of ieder weldenkend en moreel mens aan zou moeten gaan. Bij deze ruimte overstijgende, immer roepende en dwingende kracht van rechtvaardigheid, passen óók grote denkers, de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant voorop.

Het fascinerende aan Occupy is hoe een specifieke plaats wordt verbonden met een universele politieke eis van rechtvaardigheid. Als het alleen om plaats zou gaan, dan krijg je het occultisme van populisten. Als het alleen om rechtvaardigheid zou gaan, dan dreigt bloedeloze en tot niks verplichtende abstractie. Terwijl het er tenslotte op aan komt de wereld niet alleen te interpreteren, maar om haar te veranderen.

Reacties

Als geld nog steeds zou werken zoals Aristoteles het beoogde, geld is steriel, dan zou deze vorm van democratie wellicht nooit zijn ontstaan...

whaha op 14-04-2012 om 06:09

@Toon: daar ben ik het mee eens. Ik denk dat je tegenwoordig geen enkel politiek of maatschappelijk fenomeen kunt beschrijven zonder een analyse van de rol van media.

Leon Heuts op 15-12-2011 om 06:09

Vlgs mij is de cruciale vraag of de media onderdeel is van het democratisch-systeem of van hetkapitalistisch systeem. De percepties van mensen is cruciaal.

toon op 03-12-2011 om 06:09