klik om een oordeel te geven!
De afgelopen week duikt de vallende man weer op in New York. ‘9/11’ is tien jaar geleden en de nieuws- en sensatiebladen staan er vol mee. De beruchte foto van The Falling Man, de beangstigend esthetische foto van Richard Drew van een van de jumpers met op de achtergrond een strakstalen toren, doemt weer op. Hoewel de publicatie van deze foto destijds veel kritiek opriep, werd deze specifieke springer ook ingezet als verbeelding van ware wanhoop. De slachtoffers die van de torens sprongen hadden geen keuze, springen was een ‘no choice’ kwestie, zoals de inval in Irak dat ook was voor Bush.

De Falling Man is echter niet de enige vallende in New York. Een luide plof klinkt door de metro. Sommige forenzen worden wakker uit hun tienminuten-subway-dutje. Op de grond zit een vrouw, haar houding verraadt dat ze zojuist nog comfortabel op een stoeltje zat, haar benen opgetrokken en haar tas op schoot. Het slingerende spoor heeft haar van haar zitplaats gelanceerd. Iedereen kijkt even op, maar slaapt, leest of staart direct weer verder. Omdat niemand reageert, lacht de vrouw om zichzelf. Niet omdat het genant is, dat vallen, wel omdat het beschamend is dat niemand zich om haar bekommert. Ook ik laat de gevallen vrouw voor wat ze is (Oh schuldgevoel!), ik moet eruit, we zijn al bij het Guggenheim museum.

In het Guggenheim is alles wit en kunst, alles katharsis en ik ben al gauw gereinigd van mijn schuldgevoel. Om bij de lift naar de filmzaal te komen, moet ik door een kamer met een behang van dollarbiljetten (Precies, ja. Schuldig zijn de kapitalisten en bankieren, niet de student in de metro!). In de filmzaal speelt een documentaire van de Britse filosoof Simon Critchley, die ook les geeft aan mijn universiteit, de New School. Critchley, zelf aanwezig in de zaal, laat verscheidene denkers reflecteren op de afgelopen ‘tien jaar van terreur’. Noam Chomsky vertelt over de irrationele inval van Amerika en Groot Brittanië in Iraq en Zygmunt Bauman maakt zich zorgen over het gat tussen politiek en daar waar de werkelijke macht ligt (nergens eigenlijk, concludeert hij: niemand heeft nog overwicht).

Wanneer de film al begonnen is, komt er een oudere heer binnen. Hij schuifelt naar een stoel, maar zijn benen zijn stram en het lukt hem niet om te gaan zitten. Seconden gaan voorbij, ik houd mijn adem in, slik een ‘aah’ en ‘ooh’ in, want iedereen blijft stil. Hij belandt naast zijn stoel, bij een vreemde op schoot. Die vangt hem keurig op, maar nog steeds reageert niemand. De man zit uiteindelijk, ietwat beduusd in het donker, de film gaat verder, filosofen vertellen. De stilte die volgt op de afloop van de film, wordt gauw doorbroken met applaus.

Critchley is beschikbaar voor vragen, maar niet voor advies. ‘Over de toekomst weten we niets, we kunnen hoogstens van het verleden leren.’ Toch hebben we maar weinig geleerd, concludeert Critchley: ‘Er is geen sprake van een werkelijke verschuiving in ons streven, taalgebruik of vertoog.’ De vraag rest of we per se iets moesten leren van de aanslagen op 9/11. We moeten volgens Critchley namelijk niet denken dat de aanslagen een gebeurtenis an sich waren, ze vormen geen afbakening of begin. ‘Het ondenkbare is niet gebeurd,’ benadrukt Critchley. 9/11 is slechts een gebeurtenis binnen een reeks van gebeurtenissen. Zoals de val van de Falling Man nog niet ten einde is: mensen vallen nog dagelijks in New York; in de metro, in een filmzaal. Zij blijven echter anoniem. Hun val is niet esthetisch of significant. Hun val blijft onopgemerkt, wordt zelfs nadrukkelijk genegeerd. Dat wij deze kleinere, lokale schakels niet willen zien, zorgt ervoor dat we verrast worden door dat wat we als ‘het kwaad’ en ‘het ondenkbare’ bestempelen. Maar wanneer we voor het grote ‘ondenkbare’ gebeurt, niet bereid zijn om te denken, is de schok die volgt op de verrassing, logisch.

De keuze is niet zozeer aan hen die vallen: de vrouw in de metro die haar stoel wordt uitgeslingerd, de oude man wiens benen stram zijn. De keuze om te denken en te doen ligt bij de omstanders. Wanneer we niet bereid zijn om de dagelijks vallende vrouwen en mannen te zien, staan we onwetend tegenover onze eigen geschiedenis, die dagelijks en voortdurend in de maak is.

Wanneer ik de filmzaal verlaat en weer langs het behang van dollarbiljetten loop denk ik toch gemakkelijk: ‘De financiële crisis is mijn schuld niet, het zijn de grote, onzichtbare bazen die kwaad doen.’ Maar zowel de foto van Richard Drew als het kunstwerk in het Guggenheim zijn niet gericht op een lach of applaus. Het zijn tragedies zonder katharsis. Ik wacht nu al een week op een vallende man of vrouw. Vastbesloten om het ondenkbare denkbaar te maken en het lokale niet in het globale te laten verzuipen.





'Ten Years of Terror' – een documentaire van Simon Critchley en Brad Evans. Ook per interview te zien.

- Simon Critchley schreef o.a How to Stop Living and Start Worrying (2010) en The Book of Dead Philosophers (2008).

- Brad Evans is hoogleraar 'Political Violence' aan de universiteit van Leeds en oprichter van het multi-mediale forum Histories of Violence.


Reacties