klik om een oordeel te geven!
Mijn kleren liggen kriskras door de kamer. Panty’s wurgen zomerjurkjes, ondergoed versiert de vloer. Deze chaos is niet het gevolg van een inbraak, maar van een verhuizing op korte termijn. Ik vertrek naar New York en wat neem je mee naar een stad die meer biedt dan een mens behoeftes heeft?

Maar ik moet ook wat kleren mee, zeker wanneer ik de wijsheid van zangeres Do in acht neem. In de mode- en consumentgerichte bijlage van het NRC, zeer passend Lux getiteld, filosofeert zij over de grote schoonmaak van haar kledingkast: 'Dat zijn nou de echte problemen van de vrouw! Er is gewoon te veel keuze. Ik heb de helft eruit gegooid en dwing mezelf nu met de rest combinaties te maken. Het voelt bevrijdend.’

Hoewel de zangeres het bestaanswezen van de vrouw hiermee degradeert tot haar kledingkast, heeft ze deels gelijk: het voelt inderdaad bevrijdend om met zo min mogelijk op pad te gaan. Die twee koffers van 23 kilo voor vijf maanden studie aan de New School universiteit, krijg ik niet vol.

In New York bepaalt niet dat wat je draagt, maar wat je eet wie je bent: ‘Eating in a different place every night, you’d need over sixty years to try all New York’s restaurants.’, vertelt de Lonely Planet. Als het aloude gezegde, ‘Man ist, was man isst’ opgaat, dan is iedere New Yorker een versplinterd subject. De ene dag Chinees, de andere Italiaans, Marrokaans, Ethiopisch of wereldburger (McDonalds). Zelfs met het combinatietalent en de klerenkast van zangeres Do, lukt het niet om zulk een variabiliteit in de kleren te krijgen. Eten kan daarentegen minimaal drie keer op een dag en altijd ergens anders.

Ervan uitgaande dat het lichaam er wel degelijk toe doet, dat ons lichaam het beginpunt van de ervaring is, zoals de fenomenologische filosofie van de Franse Maurice Merleau-Ponty pleit, is zowel kleding als eten van belang. Wie hakken draagt of stoere boots, loopt met opgeheven hoofd. Wie te veel eet voelt zich loom en wie te weinig eveneens. Wie in New York tussen de torens loopt voelt zich klein en wie daar dagelijks iets anders eet is vast gefragmenteerd?

Het voordeel van eten is dat het niet sekse-gerelateerd is. Mijn desinteresse voor kleding, en de uitspraak van Do doen mij bijna twijfelen aan mijn vrouw-zijn. Twijfelen aan mijn mens-zijn doe ik echter niet, zelfs wanneer ik het niet eens zou zijn met het gezegde: ‘je bent wat je eet.’ Daarom besta ik liever uit een sliert pasta, een rolletje sushi, roti en hotdog, dan uit een draadje H&M, een glinster Dolce & Gabbana en een maatje Marlies Dekkers.

Natuurlijk is eten niet waardevrij. De opmars van Ik-kies-bewust-keurmerken onder yuppen en de obesitas-cijfers onder armen zijn daarvan bewijs. Maar ooit in een restaurant gegegeten waar je een vrouwenmaal en een mannenmaal bestellen kan? Ik ken alleen het Happy Meal en dat is er voor iedereen.

Een Gelukkige Maaltijd is voor schrijver en gedragsbioloog Maarten ’t Hart onmogelijk. Tijdens een spraakmakend interview met Elsbeth Etty schrokt ’t Hart een Indonesische rijsttafel naar binnen, terwijl hij de meest vreemde dieetadviezen predikt: ‘Genieten van eten is flauwekul. […] Genieten is oppervlakkig. Genieten is leeg. Genieten betekent alleen maar dat je na het genot weer iets anders zoekt om van te genieten.’

’t Hart heeft ongelijk. Horatius wist al dat het aangename met het nuttige (‘Eten moet voedzaam zijn’) kan worden verenigd. Ik bevrijd mij dus van een lading niet noodzakelijke kleren – en laat mijn ‘echte problemen’ achter. Het advies van ’t Hart sla ik in de wind. Ik ga na het ene genot wel degelijk op zoek naar het volgende, want ik ben steevast van plan om minimaal 1/120e deel van de New Yorkse restaurants te proberen. De leegte die tijdens deze genotszoektocht ontstaan zal, vul ik wel op met mijn college-uren existentiële filosofie.



* Interview met Maarten ‘t Hart, door Elsbeth Etty “Genieten van eten? Daar doen we niet aan” in Het moet pijnlijk blijven. De mooiste schrijversinterviews. Samenstelling Frénk van der Linden en Freddy van Thijn. Uitgeverij Contact, 227.

Reacties