De eeuwige wederkeer van

Wilders en de poffertjespan

Kant, Hume, Arendt, Wilders

klik om een oordeel te geven!
Ton Derksen, emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie aan de Radboud Universiteit en de Universiteit van Tilburg, gebruikt in zijn colleges over de Duitse achttiende-eeuwse filosoof Immanuel Kant altijd de metafoor van de poffertjespan.

In het kort komt het hierop neer: Kant had, sinds hij kennis had genomen van het werk van de Schotse filosoof David Hume, een netelige kwestie op te lossen. De scepticus Hume stelde brutaal dat onze ideeën en uitspraken over de werkelijkheid helemaal niet met die werkelijkheid overeen hoeven te komen. Neem nu zoiets als oorzakelijkheid – is het altijd noodzakelijk dat als ik een witte biljartbal richting een rode stoot, dat deze hem raakt? We zeggen uiteraard ‘ ja’, vertrouwd als we zijn met oorzaak en gevolg. Maar is dat nu echt zo? Kunnen we met zekerheid de claim maken dat de volgende biljartbal weer die rode zou raken, of – voor mijn part – dat morgen weer de zon op gaat omdat hij gisteren immers ook opging? Volgens Hume is die garantie er niet; dat we er niettemin van zijn overtuigd, komt omdat ons verstand het vermogen heeft om eenvoudige zintuiglijke indrukken (‘biljartbal’, ‘ stoot’ , ‘biljartballen raken elkaar’) samen te smeden tot een complex idee als oorzakelijkheid. Dat we alles zien ‘in oorzaak en gevolg’, zegt dus meer over hoe het verstand zintuiglijke informatie structureert, dan over de wereld om ons heen. Het is onze perceptie, en met de tijd raken we eraan gewend (we vormen een habit ), maar strikt gesproken geven resultaten uit het verleden geen enkele garantie over de toekomst.

In het canonieke werk Kritik der reinen Vernunft probeert Kant – dermate getroffen door Hume dat hij verklaarde uit zijn ‘ dogmatische sluimer’ te zijn gewekt – een antwoord te geven op dit scepticisme. Enerzijds neemt Kant van Hume over dat onze ideeën over de werkelijkheid inderdaad bemiddeld zijn; een door het verstand ‘ gevormde’ input van zintuiglijke indrukken. Anderzijds kunnen we nog wel degelijk harde claims maken (of: meer kantiaans, ‘a priori’ uitspraken) – namelijk over de manier waarop het verstand die zintuiglijke indrukken ordent tot een voor ons begrijpelijke samenhang. Onderzoek is dus vooral zelfonderzoek. Niet: hoe zit de wereld in elkaar. Maar: hoe werkt het kenvermogen. Het verstand is dus de poffertjespan, die ‘ vorm’ geeft aan het beslag – de zintuiglijke indrukken. Zonder vorm is het beslag onkenbaar, voor ons betekenisloos. Of, zoals Kant zegt: `Gedachten zonder inhoud zijn leeg, aanschouwingen zonder begrippen zijn blind’.

Nu ben ik er zeer voor om Kants kentheoretisch inzicht van deze ‘bemiddeling’, in te zetten op andere terreinen, zoals ethiek of politiek. Wat ik mooi vind aan de metafoor van de poffertjespan, is dat ze ruimtelijk is. Je ziet meteen zo’n vormpje voor je, waar het beslag kan worden ingegoten. Ook politiek heeft een dergelijke ruimte nodig, opdat we maar kunnen spreken van politiek. De Tweede Kamer is in feite niets anders dan een vormpje in een poffertjespan – de ruimte en de manier waarop deze is ingericht ‘ maken’ politiek.
De politiek filosofe Hannah Arendt, die groot belang hecht aan de ‘ ruimtelijkheid’ van politiek, beschrijft bijvoorbeeld hoe een tafel een gesprek structureert, een discussie of onderhandeling daadwerkelijk mogelijk maakt (je legt zaken ‘op tafel’).
Een ruimte maakt het ook mogelijk om explosieve kwesties te bespreken, zonder dat de zaak uit de hand loopt. De ruimte stelt regels. Een vergadering in die ruimte heeft bijvoorbeeld noodgedwongen een einde, wat allerlei codes impliceert over wie aan het woord is, en hoe lang. Bovendien: doordat er een einde is, gaan politici na het debat uit elkaar. Er is een tijd van redetwisten, en een tijd van ophouden. Het conflict wordt als het ware in de ruimte ‘ achtergelaten’.

Een dergelijke structurering of vormgeving van politiek is dus essentieel – en dat is een harde claim, of kantiaans: een a priori uitspraak. Zonder vorm verliest politiek zijn consistentie; en vormloze conflicten zijn levensgevaarlijk. Escalatie en zelfs geweld ligt op de loer, zonder de ‘ dempende’ en ‘ vormende’ werking. Nu is de Kamer overigens niet de enige vorm, ook media kan aan politiek een vorm bieden. Media is eveneens een manier om een conflict te lokaliseren (door opinie, bijvoorbeeld), te structureren (bijvoorbeeld door hoor- en wederhoor), en de tijdelijkheid van media biedt ook een soort van relativering of zelfs genade. Vandaag hebben we gestreden op de pagina’ s, maar morgen is er weer een nieuwe krant. Daarom dat media een prima verlengde van het politieke spel kan zijn.

Maar hoe zit het met een film als Fitna, of een toespraak bij Ground Zero? Is een film in te voegen in een politieke orde?
Misschien zien we hier het verschil tussen politiek en propaganda. Politiek gaat over oordelen, en het debat biedt ruimte (of: ‘ vorm’) om die oordelen te betwisten en bij te stellen. Propaganda verspreidt vooroordelen, die – zoals we weten – er juist baat bij hebben in te roesten, en niet te worden betwist. En uit het verleden weten we dat stijlmiddelen die worden gebruikt in de kunst bij uitstek de mogelijkheid bieden een boodschap er effectief in te rammen, en verzet onmogelijk te maken. Tegen beelden is het moeilijker strijden dan tegen woorden. 
Bovendien: is het Kamerlid Wilders dezelfde als de filmmaker Wilders? Wie adresseren we? Datzelfde probleem speelt nu ook weer bij zijn toespraak bij Ground Zero. Staat daar een Kamerlid, zelfs iemand die de nieuwe regering vertegenwoordigd? Of staat daar gewoon Geert Wilders?
We kunnen er niet omheen dat hij met die toespraak, evenals met Fitna, een bedoeling heeft. Wilders is uit op beleidsverandering, maar hij trekt zich weinig aan van de traditionele, bemiddelende politieke vormen.
Wilders wil namelijk niet bemiddelen; populisme belichaamt immers de mythe direct te spreken namens het volk, en dan is iedere bemiddeling alleen maar een zwaktebod. Wilders morst welbewust met het beslag, en de dringende vraag luidt wie de troep opruimt.

Reacties

anno 2013 weten we dat Geert Wilders het beslag niet heeft opgeruimd maar is weg gelopen van de poffertjes pan en Mark Rutten nu nog aan het worstelen is met die poffertjes pan

jan-paul op 06-06-2013 om 13:22

Geachte heer,
Helaas, ik kan niet filosoferen.
Uw perceptie van Wilders is wel grappig.
Hij morst bewust, echter ook hij kan onmogelijk weten wat het resultaat zal zijn.
Wie die troep opruimt?
Zinloze vraag.
Eerst zal iemand het troep moeten vinden.
Het lijkt alsof een aantal mensen dat vinden.
Ik denk dat Wilders een Sun Tzu aanhanger is.
Politiek is Oorlog, geen Filosofie.

Sjonnie op 20-01-2012 om 13:22

Beste Liesbeth,
Leuk, alsnog een reactie op dit stuk! Zeker nu we recent zijn geconfronteerd met de gevolgen van politiek die zijn 'vorm verliest'.
De passage van Hannah Arendt kun je vinden in The Human Condition. University of Chicago press, 1958, pgn. 52-53.
Als je er écht in wilt duiken, raad ik je dit artikel aan van Rudi Visker. http://www.ethische-perspectieven.be/viewpic.php?LAN=N&TABLE=EP&ID=1133

Viskers boeken zijn niet eenvoudig, maar dit artikel is goed toegankelijk.
Vriendelijke groet,
Leon Heuts

Leon Heuts op 10-08-2011 om 13:22

Beste Leon Heuts,
Ik heb met plezier bovenstaand artikel gelezen en had een vraag,
waar kan de passage van Hannah Arendt over de tafel (die het gesprek structureert) vinden?
Alvast bedankt,
Vriendelijke groet,
Liesbeth Levy

liesbeth levy op 09-08-2011 om 13:22