De eeuwige wederkeer van

De banaliteit van de eeuwige wederkeer



klik om een oordeel te geven!
Het zou natuurlijk gek zijn om een blog ‘de eeuwige wederkeer van…’ te noemen, en niks te schrijven over de eeuwige wederkeer van het gelijke, dit merkwaardige gedachte-experiment van Friedrich Nietzsche; een experiment dat overigens nergens in zijn werk diepgaand wordt besproken, maar dat toch één van de belangrijkste ‘leren’ is van Nietzsche’s Zarathustra – de centrale figuur uit Also sprach Zarathustra. En overigens wordt de eeuwige wederkeer al aangekondigd in voorloper Die fröhliche Wissenschaft, waar Nietzsche je vraagt, in het aforisme met de omineuze naam Das Grösste Schwergewicht (KSA 3, S. 571), wat je zou doen, als een demon je nasluipt in je ´eenzaamste eenzaamheid´ en je de keuze voorlegt het leven dat je leidt tot in het oneindige opnieuw te leven, met alle pijn en alle vreugde, alle kleine en grootse momenten die je hebt meegemaakt. Ofwel, zoals Nietzsche het zo mooi uitdrukt: de zandloper des tijds zou steeds weer opnieuw worden omgedraaid en korreltje voor korreltje zou je alles steeds weer opnieuw beleven. Zou je het doen? Of zou je je ‘op de grond werpen, met de tanden knarsen en de demon vervloeken’?

De eeuwige wederkeer van het gelijke is door velen geïnterpreteerd, en over het algemeen luidt de verklaring dat hier gaat om een appèl. Ja zeggen tegen de demon, betekent het leven volledig omarmen in al zijn diepte- en hoogtepunten. Immers: je zou ieder moment – dus ook de slechte – tot in de eeuwigheid opnieuw willen beleven. Het is een radicale afwijzing van elk religieus geïnspireerde gedachte dat er ergens een ‘verlossing’ wacht, een lineair pad naar een einddoel. Tegenover deze rechte lijn vooruit (die we overigens niet alleen in de religie, maar ook in het humanisme of de Verlichting aantreffen), stelt Nietzsche de cirkel. De gedachte van een ‘lineaire tijd’ ontkent het belang van het moment hier en nu, het nu staat immers altijd in het licht van het ‘later’. Bij Nietzsche is later echter al nu, hij geeft het moment zijn waarde terug. Immers, je zal je moeten voorhouden dat de beslissing die je hier en nu neemt, gevolgen heeft tot in de eeuwigheid.

Toch denk ik dat hier nog wat bij hoort. Althans, als we in de geest van Nietzsche zouden willen denken en handelen, moeten we er voor waken in een soort van religie van het ‘nu’ te belanden. ‘Make every moment count’, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet in de reclame. Deze religie van het nu past perfect in deze tijd van artificiële kicks, waarin steeds weer opnieuw een spannend moment wordt ‘gecreëerd’; een nieuwe mode, tv-show of iets dergelijks die belooft nóg mooier of heftiger te zijn dan de vorige, maar in feite de zoveelste variatie is op hetzelfde thema. Nu is er niks mis met het creëren van spannende momenten, maar Nietzsche zou beslist meewarig kijken naar de voorspelbaarheid ervan; de eeuwige wederkeer van het gelijke is beslist geen pleidooi voor een volkomen voorspelbare toekomst.

In 1876 ervoer Nietzsche een groeiende misselijkheid, toen hij de eerste Bayreuther Festspiele bezocht, waar jeugdidool Richard Wagner zijn Germaanse totaaltheater opvoerde. Ik denk dat deze misselijkheid is te verklaren omdat de Festspiele juist een religie van het ‘nu’ is. Het publiek wordt door alles, de muziek, de theatrale setting, de locatie (op de beroemde Groene Heuvel), erop gewezen dat nu iets belangrijks gebeurt: niets minder dan de geboorte van een nieuwe religie, de samensmelting van Germaanse en christelijke goden, het Duitse volk dat in en door de kunst zijn lotsbestemming vindt. Het moment wordt zo overladen met betekenis, zo geritualiseerd, dat het voor de sensibele Nietzsche eerst misselijkmakend was, en later bespottelijk toescheen. De trucage is te overduidelijk, en het publiek te opgewonden; de ‘oude tovenaar’ – zoals Wagner in Also Sprach Zarathustra wordt opgevoerd – valt door de mand met zijn goocheltrucs en schijnwerelden.

Alleen al de idee dat volgend jaar wéér zo’n poppenkast wordt opgetuigd, en dat tot in lengte der jaren, moet voor Nietzsche de definitieve breuk met de megalomane Wagner hebben betekend. Hoewel de gedachte van de eeuwige wederkeer Nietzsche pas enkele jaren later overviel, in 1881, is het goed voorstelbaar – of in ieder geval een amusante gedachtespeling– dat die tijdens Bayreuth al ontstond. Misschien juist als Brünhilde zich met ring en al in het vuur laat vallen, en Nietzsche denkt  ‘welaan, dit niet nog een keer…’.

De gedachte achter de eeuwige wederkeer, lijkt me, is om het hier en nu juist niet te overladen met betekenis. Dat lijkt op het eerste gezicht gek, want als dit moment tot in de eeuwigheid zal worden herhaald, tja… dat is me nogal wat. Hoe kan ik dan anders dan aan dit moment veel betekenis toekennen? Toch, volgens Nietzsche wordt dit moment daardoor niet zwaarder, maar juist banaal. Al het zware, al het grootse, verliest zijn gewicht door de gedachte dat niets eenmalig is; het kleine en het grote wordt inwisselbaar. 'Alles ist gleich, es lohnt sich nichts, Wissen würgt', zo luidt het in Also Sprach Zarathustra. (KSA 4, S. 270–277). Dat is geen gemakkelijke gedachte, overigens. De idee dat alles wat we doen op langere termijn en vergeleken met al het andere om het even is, is tamelijk deprimerend en nihilistisch. Het is dan ook logisch dat Wagners kunde om het 'moment' op te pimpen met een soort pseudoreligieus theater (zoals tijdens de jaarlijkse 'Festspiele'), uiterst verleidelijk is. Toch, is juist deze ´oplossing´ uiterst fragiel, ervoer Nietzsche. Het is eigenlijk een wegvluchten voor de onluisterende werkelijkheid van het nihilisme; een vlucht die overigens steeds nieuwe en sterkere prikkels verlangt om geloofwaardig te blijven – wat we overigens, op veel plattere manier dan Wagner uiteraard, op allerlei manieren zien in de twintigste en eenentwintigste eeuw; in de media, maar ook in (populistische) politiek.

Nietzsches idee om met dit nihilisme om te gaan, is paradoxaal. Het is de kunst van de ernstige vrolijkheid; het besef dat alles, met een blik op de eeuwigheid, om het even is, en dat juist daarom van alles mogelijk is. Het is als lachen met de rug tegen de muur; als alles is verloren blijkt opeens van alles mogelijk - mits je natuurlijk de grap ervan inziet dat alle dikdoenerij op een bepaalde manier um Sonst is.
Anders gezegd: het 'moment', ontdaan van alle zwaarte, naakt, banaal, krijgt ook zijn onschuld terug. Er is geen goddelijke verordening, geen hogere imperatief, geen vastgelegd ritueel, geen goed of kwaad; het moment is louter het moment, en indien dit moment wordt gekaapt door het te overladen met betekenis, dan is daar altijd nog de eeuwige wederkeer om de zwaarte weer op te heffen, of beter: om deze te ridiculiseren, op zijn plaats te zetten, te bespotten. Zo menen de dieren, die Zarathustra vergezellen, in het hoofdstuk Der Genesenden uit Also Sprach Zarathustra, heel precies te vertellen waar het met die eeuwige wederkeer om te doen is. Als in een mantra, een ritueel, zeggen ze ‘Alles gaat, alles komt terug; eeuwig draait het rad van het zijn. Alles sterft, alles bloeit weer op, eeuwig duurt het jaar van het zijn’ (…)
Waarop Zarathustra spottend antwoordt dat hij nog maar net heeft afgerekend met het inzicht dat het bestaan banaal is - ofwel in Nietzsches beeldende taal, ‘ik heb  het ondier dat me dreigde te wurgen de kop afgebeten en weg gespuwd' – en jullie dieren staan hier al voor me, en zingen een lied over mijn heldendaad, begeleid op de lier. Kortom: zelfs de act van het overwinnen van het nihilisme, het afbijten van de kop van dit afschuwelijke ondier, wordt zó weer een nieuwe religie. Een ritueel lied, klaar om tot in de eeuwigheid te worden gezongen, hoewel niemand de betekenis van de woorden wenst te doorvoelen.

De levenskunstenaar – en zeker de latere Nietzsche beschrijft een levenskunst – durft zowel de banaliteit van het bestaan in te zien, als ook de kans die dat biedt om er dus van alles van te maken. Het vraagt om een verleidingskunst, die meesleept en ontnuchtert, die zowel de zinloosheid omarmt alsook deze ontkent, die de ruimte benut om zelf zin en betekenis te scheppen  (een ‘mooie leugen’), maar diegenen bespot die er al te veel geloof aan hechten.  Niet voor niets was de oudere Nietzsche onder de indruk van de opera Carmen van Bizet. Ook Carmen verleidt, evenals Wagner. Maar waar Wagner zich graag laat vergoddelijken, daar zal Carmen iedere man die haar tot godin maakt, bespotten en verraden. Carmen is ontnuchterend en begeesterend tegelijkertijd, spottend en meeslepend. Ze is eerder lichaam dan geest, en in zoverre ze geest is, eerder de mediterrane esprit, dan de zware Duitse Geist. Maar vergis je niet – maar haar spel opent ze een diepe afgrond, vooral in de harten van haar minnaars.  Achter het spel schuilt altijd de ondergang, maar zonder ondergang is er ook geen spel.



Reacties

Maar in het geval van het spel, de verleiding met de vrouw ben ik een leek behalve in mijn voorstelling erover. Dan maar liefde met een dosis banaliteit. Ik ben ook wat dat betreft een gewone man. Grappig je zet me wel aan het denken.

thejobe op 26-06-2015 om 07:34

Achter het spel schuilt altijd de ondergang, maar zonder ondergang is er ook geen spel.

Dit vind ik een echt oordeel. De mogelijkheid van de ondergang is daar om jezelf.te kunnen overwinnen denk ik..

the jobe op 26-06-2015 om 07:19

"Het echte oordeel ipv een corrupt oordeel zorgt ervoor dat je iets zeggen en leren kunt"
Friedrich Nietzsche alias The Jobe

the jobe op 26-06-2015 om 06:44

Leon die banaliteit was toch geen waarde oordeel, ik dacht in jouw tekst te lezen dat banaliteit een tegenhanger was van eventuele betekenis, waardoor het leven inhoud krijgt. Dus verval in je commentaar over ground hog day dan niet in een oordeel, Nietzsche is voorbij goed en kwaad. Eeuwige herhaling bestaat niet en is geen eeuwige wederkeer , alles verandert per defenitie , of snap ik het niet meer?

Job op 26-06-2015 om 06:14

Bill Murray does not exist, he waits

Fredison Mendez op 26-06-2015 om 06:01

Dank U, goed geschreven.

job lammers op 26-06-2015 om 05:42

Ik ben nu eigenlijk ook wel benieuwd wie er de Waarheid spreekt. Misschien gaan beide visies echter wel samen, aangezien bepaalde figuren uit het vierde boek op meerdere wijzen overtuigend te interpreteren zijn. De schaduw van Zarathoestra kan je bijvoorbeeld volgens mij zowel als een afspiegeling van Nietzsche zelf opvatten, maar ook als God. Zo zou Nietzsche met de oude tovenaar zowel Wagner als Paulus bedoeld kunnen hebben. Zelf wil ik echter zeker niet pretenderen de waarheid te spreken, aangezien Aldus Sprak Zarathoestra echt een erg lastig boek is om te interpreteren. Zelf heb ik ook maar bepaalde visies op internet gelezen. Toch leuk verder, dat ik als 16-jarige hobbyist zo het debat met een afgestudeerd wijsgeer kan aangaan, zonder filosofie als vak op school te hebben gekozen!

David op 01-01-2011 om 02:44

Hm...interessant David. Dat Nietzsche met de oude tovenaar doelt op Wagner, is mij ooit tijdens een college verteld door een hoogleraar, die toch als een autoriteit op dit gebied geldt. Wat natuurlijk nog geen garantie is. Ik ga hierover de literatuur raadplegen!

Leon Heuts op 25-12-2010 om 08:25

Vreemd, ik was toch van mening dat Nietzsche met ''de oude tovenaar'' eerder op de apostel Paulus, met al zijn schijnbewijzen en dergelijke, dan op Wagner doelde. Maar goed, ''Aldus sprak Zarathoestra'' is natuurlijk geen al te makkelijk boek om te interpreteren, gezien Nietzsches afkeer voor duidelijkheid in dat werk. Vandaar ook de ondertitel ''een boek voor iedereen een niemand''. Toch lijkt het mij het meest logisch dat Nietzsche met de oude tovenaar Paulus bedoelt, aangezien je elke figuur uit het vierde en laatste boek als een bijbels personage kan opvatten. Zo komen onder andere Judas, Pilatus en Jezus er in voor. Al maakt Nietzsche niet met zoveel woorden duidelijk dat het laatste boek een soort ''bijbelse allegorie'' is, dit kan duidelijk worden opgevat uit de context van het verhaal en de houdingen van de verschillende figuren. Voor de rest was het trouwens een voortreffelijk stuk.

David op 15-12-2010 om 15:30

Interessant!

Christa (filosoof -specialisatie < F.W. Nietzsche)

Christa op 22-08-2010 om 15:29

Inderdaad! Perfecte film, die in ieder geval de banaliteit van de eeuwige herhaling, prachtig uitgebeeld door de cynische Murray, laat zien.

Leon Heuts op 07-08-2010 om 11:04

In het kader van de eeuwige wederkerigheid, is de film ground hog day met Bill Murray een aardigheid om naar te kijken. De hoofdpersoon in de film beleeft dezelfde dag iedere dag weer opnieuw . Hoe het vrij cynische hoofdpersonage deze dagen beleeft is een aardigheid om te zien. Het komt er op neer dat er in een ieders leven repeterende handelingen zijn, alleen hoe je ze aanpakt maakt het verschil.

Henny filosofeert op 07-08-2010 om 10:39