De eeuwige wederkeer van

De testikels van Evert W.

equality egality

klik om een oordeel te geven!
Voor Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, hield ik tijdens Museumnacht onderstaand betoog over mannelijkheid. 

Om verschillende redenen moet ik de laatste tijd vaak terugdenken aan mijn oud-klasgenoot Evert W. Evert had een zachtaardige inborst en ielig lichaam, maar buitenproportioneel grote testikels. Of beter gezegd: hij had een hangzak. Bij het douchen tijdens de gym, sowieso al een moment waarop bij uitstek alle frustraties en onzekerheden over het veranderde puberlichaam een sadistische ontlading vonden, was hij vaak het mikpunt van vreselijke grappen. Toen hij een gevaarlijke oefening niet durfde uitvoeren, schreeuwde de gymleraar hem toe: je hebt toch van die grote ballen? Tot zijn grote schaamte.

Ik leerde die jaren hoe naar het is om te worden vastgepind op een fysieke verschijning of eigenschap. Want daar wil ik het in dit verhaal over hebben: hoe vertrouwd en eigen mijn mannelijkheid ook aanvoelt, in wezen is en blijft het iets waar ik nooit helemaal grip op heb. Of mannelijkheid nu een kwestie van nature is, of van nurture –  of ik nu een product ben van biologie of van cultuur en verhalen, is wat dit betreft om het even. Ik ben mijn biologische lichaam, en ik herken mij in vele verhalen over mannelijkheid. Maar tegelijkertijd blijft er ook een afstand, die zich soms laat voelen. Dat is het tragische lot van mens-zijn. Wij kunnen worden overvallen door vragen naar zin en betekenis. En die vragen hoeven niet eens expliciet te zijn, of alleen te spelen bij grote kwesties. Ze kunnen ook meer onderhuids zijn, en alledaags. Een blik in de spiegel kan soms al vragen oproepen. Ben ik dat? Onmiskenbaar. Maar wat betekent het, dat ik dan ben? Wij kunnen buiten onszelf vallen, een object zijn van eigen priemende blik. Zoals mij in Amsterdam opeens opvalt hoe vreemd een zachte g kan zijn, ook voor mezelf. Wie wij zijn is tegelijkertijd vertrouwd, en soms ook vreemd. Je est un autre, dichtte Rimbaud. Ik ben tegelijkertijd een ander. En ik moet iets met dat andere aanvangen. Ik ben een man, maar omdat ik een man ben, heb ik ook een man te zijn. Maar wat zegt dat?

Het tragische lot van Evert schoot mij regelmatig te binnen, toen ik onlangs enkele opinieartikelen in de Volkskrant las van jonge vrouwen. Samenvattend: zij wilden weer een echte man. Het gelijkheidsdiscours was te ver doorgeschoten, mannen waren te vrouwelijk geworden. Paulien Derwort wilde een man die intelligent en welbespraakt is.  Iemand die een vrouw behandelt met respect. Hij is zachtmoedig waar het hoort, en dominant waar het kan. Tessa de Vet wilde zelfs een renaissanceman. Een, en ik citeer ‘sterke, gespierde en handige man, die ons verwent, charmant is en de deur voor je openhoudt. Ofwel een krijgsman, een minnaar en een charmeur in één.’ Zo wil ik eigenlijk ook wel een vrouw die tegelijkertijd seksgodin, sterrenkok en gastvrouw is. Eentje die bovendien weet wanneer ze haar mond dicht moet houden – namelijk als ik het woord neem.

Maar serieus. Wat is dit? Een overdosis bouquetreeks? Hoe kan een man tegemoetkomen aan deze eisen? Het vereist een combinatie van Hugh Grant en Russel Crowe in Gladiator. Een man, inderdaad, die tegelijkertijd zachtaardig is én grote ballen heeft. Is dit het eindpunt van twee eeuwen emancipatie? Want als dat zo is, dan wil ik Nick Cave citeren: go tell the women we are leaving.

Het eerste wat niet klopt, is de stelling dat de gelijkheid 'te ver is doorgeschoten'. Dat is zoiets als zeggen dat een cirkel te rond is om nog een cirkel te kunnen worden genoemd. Gelijkheid kan nooit te ver doorschieten. Wat we niet moeten vergeten, is dat het hier gaat om wat je in het Engels zou vertalen met equality, als in God created all men equal , en niet met egality. Het is in beginsel een puur politieke eis, dat mannen en vrouwen – als burger – dezelfde rechten hebben, en de dezelfde mogelijkheden moeten krijgen om hun wensen en talenten te vervullen. Ieder zijn eigen pursuit of happiness. Natuurlijk levert die politieke stelling ook allerlei discussies op over identiteit. Als vrouwen willen gaan werken, moeten mannen zorgtaken overnemen. Maar omdat het in de praktijk lastig is, moet je nog niet het principe overboord gooien.  Wie het Pakistaanse meisje Malala hoort spreken over de noodzaak van equality, weet dat dit soort van stellingen niets anders zijn dan decadente kitsch. 

Maar bovenal: waarom mannen vastpinnen op enkele clichés? Voor mij zelf is mannelijkheid soms al vreemd, en ik ben nota bene een ervaringsdeskundige. Toch passen de opiniestukken in een trend. De behoefte aan eenvoudig afgebakende identiteiten, blijkt in het geval van mannen opvallend groot. Het door de geschiedenis aangereikte narratief van potent, actief, gespierd, charmeur, vrouwenversierder, wordt door media en consumentenindustrie uitvergroot en geëxploiteerd. Iedere man in welke film dan ook, heeft tegenwoordig een steroïdelijf. Een oudere man die denkt op zijn lauweren te kunnen rusten, moet seksueel actief blijven met Viagra. De eeuwige erectie – tegenwoordig is seks geen keuze meer, maar een plicht. U zult actief zijn – een man hoort te presteren.

Het is de uitvergroting van een verhaal over mannen, dat al eeuwen geldt. Actief, sterk, een leidersfiguur. En ik zal niet ontkennen dat mij dat niet onverschillig laat. Maar ik ken ook het tegendeel: voor elke succesvolle man staan er honderden die falen. Ook voor hen geldt nog steeds de eis om actief en sterk te zijn – maar omdat zij de top nooit halen, wordt dat vertaald als opofferingsgezind. Sterven op het slagveld voor Volk en Vaderland, in de fabrieken en de mijnen, of een leven lang als kantoorslaaf. De man is de winnaar van de geschiedenis, daarover bestaat geen misverstand. Maar het verlangen een winnaar te zijn, is ook eeuwen misbruikt door disciplinerende technieken, met als doel over lichamen te kunnen beschikken om land en economie te laten floreren. In ruil voor een medaille of een lintje. De vrouw is misbruikt als seksspeeltje en broedmachine, de man als knecht en kanonnenvlees. Tegenover één Sinterklaas, staan talloze Zwarte Pieten. En hun geloof ooit Meester te kunnen zijn, maakt juist dat ze nog ijverig zijn óók.    

Daartegenover plaats ik een verhaal dat gespleten is, over hoe wij nooit helemaal met ons zelf samenvallen. De seksuele differentie begint niet tussen man en vrouw, maar al in ons zelf. Mijn ervaring dat ik man ben, met dito lichaam en eigenschappen, is al onmiskenbaar seksueel. En ik moet daar iets mee. Maar wat? Ik bedoel: ik weet hoe alles werkt – maar wat heeft dat te betekenen? Ik heb mannelijke eigenschappen, maar ik krijg de betekenis ervan nooit helemaal helder. Ik ben een man niet zonder eigenschappen.

Dat betekent soms ook schroom en schaamte, zoals bij een nog jonge puber die wordt overvallen door een erectie juist als hij een spreekbeurt moet houden. Je kunt een roman schrijven over de angst van mannen voor een erectie op het verkeerde moment. Of precies omgekeerd. Een man, die zich ontkleedt voor zijn vrouw of minnares, maar nooit zeker weet of hij gaat presteren. Tegen de druk om actief en sterk te zijn, een 'echte man', wil ik ruimte voor deze schaamte en aarzeling. Ik denk overigens dat een goede omgang met schaamte, het begin kan zijn van echte intimiteit. Schaamte kan ruimte maken voor allerlei experimenten en rituelen om het lastige vorm te geven en hanteerbaar te maken. Ik zou de oprechte pogingen daartoe een vorm van liefde willen noemen, of dat nu in een lange relatie gebeurt, gedurende één nacht, virtueel of in welke vorm dan ook. Ik hoop dat Evert een vrouw heeft gevonden waar zijn schaamte alle ruimte heeft gekregen. En dat hij niet op zijn ballen is vastgepind.

Reacties