Second thoughts
Second thoughts

De nieuwe Spinoza komt niet uit Nederland

Daan Roovers, Spinoza, Descartes, Rudi Rotthier, De naakte perenboom

klik om een oordeel te geven!
In zijn pas verschenen boek De naakte perenboom reist Rudi Rotthier door Nederland op zoek naar de erfenis van Spinoza. Zijn gedachten dwalen af naar typisch Nederlandse fenomenen als De Dijk, Carice van Houten en Theo van Gogh. Dat zijn Nederlandse iconen, zondermeer. Ze staan voor eigengereidheid, eigenzinnigheid en misschien ook voor verdraagzaamheid. Dat sluit aan bij het beeld van Amsterdam als ‘nog altijd de meest vrijzinnige stad ter wereld’, dat Russell Shorto in zijn onlangs verschenen boek Amsterdam oproept. De stad waar ‘crazyness is a value’, aldus voormalig burgemeester Job Cohen.
 
Maar minstens zo belangrijk is Amsterdam als handelstad, al in de tijd van Descartes en Spinoza. ‘Iedereen is hier zo druk met de handel dat ik er mijn hele leven zou kunnen verblijven, zonder opgemerkt te worden’, schreef Descartes in 1629 tijdens zijn verblijf in Nederland. Op de vlucht voor religieuze conflicten in Frankrijk, was hij in Nederland terechtgekomen. In deze tijd stond de Republiek der Nederlanden al bekend om haar grote vrijheid en tolerantie. Voor Descartes als filosoof was weinig belangstelling. Iedereen was lekker bezig met zichzelf en met het maken van winst. Hoewel hij tijdens zijn leven al zeer beroemd was, kon Descartes er heerlijk ongestoord werken.
 
Spinoza, onze grootste denker van eigen bodem, leefde iets later dan Descartes in Amsterdam en ook hij roemde de vrijheid en de tolerantie die Nederland, en in het bijzonder Amsterdam, kenmerkten. Zijn grootouders – niet toevallig kooplieden - waren naar Nederland gevlucht vanwege de hier geldende godsdienstvrijheid. Spinoza publiceerde in 1670 zijn belangrijkste politieke werk, het Tractatus Theologico-Politicus, dat draait om het belang van vrijheid en tolerantie. Dit pleidooi voor vrijheid kan eigenlijk alleen in Nederland geschreven worden, zo stelt Spinoza in zijn voorwoord, want het is de enige plaats in Europa waar een klein stukje van die vrijheid gegarandeerd is. Overigens werd hijzelf vanwege zijn vermeende goddeloosheid in de ban gedaan; zo liberaal was Nederland toch nog niet.
 
Spinoza sluit het boek af met een prijzende beschouwing over de vrijheid die Amsterdam haar burgers biedt. Ik citeer: ‘De stad Amsterdam kan ons tot voorbeeld dienen, die tot haar eigen sterke groei, en tot bewondering van alle naties van deze vrijheid plukt. In deze bloeiende staat en voortreffelijke stad immers leven alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting met de grootste eendracht samen (...) geen enkel geloof is er zo gehaat dat zijn aanhangers niet onder de bescherming staan van het openbaar gezag.’
 
Hoe kwam Nederland aan dat vrije en tolerante klimaat? De drukke handel, dat is één reden. Maar naast deze levendige handel, was er nog een belangrijk kenmerk van Nederland: Nederland kende een decentraal gezag. De Republiek was opgedeeld in provincies en steden die elk hun eigen censuurbeleid voerden. Denkers die elders werden vervolgd, lieten er hun boeken drukken, omdat het decentrale gezag maakte dat boeken die in Leiden verboden waren wel in Deventer gedrukt konden worden en verkrijgbaar waren. Grote geesten als Descartes, Pierre Bayle en John Locke kwamen naar ons land.
 
Wat hebben grote denkers vandaag de dag in Nederland te zoeken? Hoe is het met ons denkklimaat gesteld? Er is volop aandacht voor de wijsbegeerte. Filosofie Magazine is het oudste, en op een na grootste publiekstijdschrift over filosofie ter wereld. Er is een Maand van de Filosofie, een Nacht, er is een Denker des Vaderlands. Er is een enorme groei aan filosofische cursusinstituten en in de media, op radio, tv, en kranten vind je tegenwoordig veel filosofen.
 
Maar de grote namen? Zijn ze er? Ik zou eerlijk gezegd niet weten wie de hele groten van eigen bodem zijn. Een nieuwe Spinoza? Aan de universiteit van Amsterdam? Onwaarschijnlijk, vrees ik. Dus laten we naar de internationale namen kijken.

Filosofie Magazine werkt met omroep Human aan een groots, internationaal project: de G8 van de filosofie. We willen in april 2014 de acht belangrijkste filosofen naar Nederland halen om over een aantal belangrijke nationale en internationale kwesties te spreken. Om te bepalen wie de belangrijkste denkers zijn hebben we een grote enquête opengesteld op internet, en na ruim 3000 stemmen, zijn de nummers 1, 2 en 3 respectievelijk Martha Nussbaum, Peter Sloterdijk en Jürgen Habermas.
 
Nummer 1, Martha Nussbaum, laat niet na bij elk bezoek in Nederland te benadrukken dat wij zo’n fantastische filosofische cultuur hebben. ‘En al deze mensen komen voor filosofie?’, zei ze onlangs weer toen ze voor een uitverkochte zaal stond. ‘Mijn land is toch vele malen groter, maar zoiets als dit kennen we niet. Wat publieksfilosofie betreft zijn jullie echt een rolmodel.’ Nussbaum trekt hier volle zalen, verkoopt veel boeken en is hier vaker op tv dan in eigen land.

Dat geldt ook voor Peter Sloterdijk en alle andere collega’s op de lijst. Van John Gray en Slavoj Žižek tot Nassim Taleb trekken ze uitverkochte zalen. Ze zijn dol op Nederland, maar om een andere reden dan Descartes, vrees ik.
 
De grote internationale namen van nu komen niet voor hun collega’s naar Nederland, maar vanwege een evenement of een boekvertaling. Zij komen niet om onopgemerkt te blijven, zoals Descartes, maar vanwege het podium dat ze krijgen. En dat zegt iets over de veranderde rol van de intellectueel. Vroeger gedijde deze in de verborgenheid, en zond af en toe een boek de wereld in. Tegenwoordig hebben intellectuelen een podium nodig. Als ze een boek schrijven, gaat dat gepaard met vele presentatie en publieke optredens. Geen denker zonder achterban. Geen filosoof zonder publiek.
 
Het is met de filosofie net als met het Nederlandse onderwijs. Wij blinken internationaal niet uit in de lijstjes van supertalenten en superstudenten. Wel hebben wij al lange tijd de hoogst opgeleide laagopgeleiden ter wereld. Excellentie, daar doen we niet aan, maar aan volksverheffing des te meer. Zo is het ook gesteld in de filosofie, vermoed ik. De nieuwe Spinoza komt niet uit Nederland, maar wij hebben wel het hoogste percentage amateurfilosofen per hoofd van de bevolking.
 
In de tijd van Descartes en Spinoza was het een kwestie van handel, tolerantie en verborgenheid. Nu blinkt Nederland uit in handel, tolerantie en zichtbaarheid. Want dat is wat de grote denkers van nu in Nederland te zoeken hebben: een podium, publiek. Anders gezegd: het draait om handel, tolerantie en nog eens handel.

Lees hier de voorpublicatie van De naakte perenboom.

Reacties