Over de middenweg

middenweg, G8, vliegen, Žižek, Lisa Doeland

klik om een oordeel te geven!
Ik heb vliegen altijd fantastisch gevonden. Het kon me niet wild genoeg. Turbulentie? Graag! Bang, toen we al bijna op de landingsbaan van het vliegveld van Barcelona waren en het vliegtuig opeens weer naar boven optrok? Nee. Dat we aan een fataal ongeluk ontsnapten wist ik natuurlijk wel, maar het voelde voor mij toch vooral als een gratis extra rondje in het reuzenrad. Vliegen heeft voor mij altijd iets van een kermisattractie gehad. Tot gisteren. Terwijl het vliegtuig naar Lissabon optrok in de stromende Amsterdamse regen en ik me weer overgeleverd voelde aan dat geweld dat met het opstijgen van een vliegtuig gepaard gaat, voelde ik mij voor het eerst bang. Het ging te snel, we gingen te hoog. Dit kon niet goed gaan.

In het vliegtuig werd druk gekwebbeld. De stewards en stewardessen liepen glimlachend rond en deelden broodjes en koffie uit. Je moet maar denken dat dit voor hun de normaalste zaak van de wereld is, hield ik mezelf voor. Dit is ook maar werk, ook maar dagelijks gedoe. Maar hoe hard ik mijn best ook deed, ik kon dat zorgeloze gevoel van vroeger niet meer terughalen. Sinds ik veilig op Lisabonse aarde sta (wat trouwens niet lang meer duurt, ik vlieg zo door naar New York), vraag ik me af wat er veranderd is dat ik mijn onbevangenheid ben kwijtgeraakt. Hoe kan het dat vliegen bittere ernst geworden is? Aan een psychische verklaring ben ik nog niet toe. Wel heeft het me aan het denken gezet over hoe verdomd knap wij mensen zijn dat wij vliegtuigen de lucht in kunnen krijgen. En dat dat allemaal goed gaat. Maar steeds ook weer stijg ik in gedachten op en word ik overmand door de herinnering aan die sublieme ervaring. Het is prachtig dat dit kan: dat omhoog gaan, de wereld steeds kleiner zien worden, je verdomme boven de wolken bevinden en als je goed kijkt de bolling van de aarde zien. Maar het is ook verschrikkelijk, want wat doe je daar op 9 kilometer hoogte met een buitentemperatuur van –35 (zo is op het schermpje te lezen)? Ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat daar ook iets tegennatuurlijks gebeurt. Ik moet denken aan Stephen King die in zijn boek 11.22.63 steeds herhaalt dat het tijdreizen van zijn hoofdpersoon niet zonder consequenties is ‘because the past doesn’t want to be changed’.

Maar wat heeft dit nou allemaal met de G8 van de Filosofie te maken? In mijn vorige column had ik het over Slavoj Žižek, die stelt dat we 'afval' moeten gaan denken. Kijk om je heen, zegt hij, dit is de reële wereld waarin we leven. Laten we die niet idealiseren, niet mooier maken dan die is, en er het beste van maken. Toen ik vanuit het vliegtuig naar beneden keek zag ik die prachtige wereld van ons en dacht vervolgens: mijn blik vanuit de wolken daarop draagt eraan bij dat die wereld langzaam naar de klote gaat. Ik hoop dat er tijdens de G8 van de Filosofie ook gesproken gaat worden over hoe je dat doet: een midden vinden tussen je overgeven, gewoon leven, er het beste van maken, en een stap terug doen, nadenken en de vraag stellen waar we eigenlijk naartoe op weg zijn.

Reacties