Gebarentaal

zien, kennen, gebaren

klik om een oordeel te geven!
In Filosofie Magazine van september zei Annemarie Mol: In theorieën over kennen is de dominante metafoor die van het zien. Ze zei het enigszins terloops want ze wilde het niet zozeer over zien hebben, maar over de mate waarin empirische voorstellingen verstopt zitten in abstracte theorieën. Als je het zo zegt dan stijgt er een hele zwerm steekmuggen op uit de formulering, want wat is een abstracte theorie en wat is een empirische voorstelling?

Een hypotheek is abstract en het huis is eh concreet? Maar het begrip ‘hypotheek’ is geheel doortrokken van de notie ‘huis’. Die notie ‘huis’ is trouwens ook abstract. Het huis zèlf, dat is pas concreet, empirischer dan die stenen kun je ’t niet krijgen. Maar die stenen zijn geen empirische voorstelling natuurlijk, die stenen die zijn... zullen we hier over ophouden? Jemig, nog geen tien zinnen en ik zit alweer vast.

Terug naar kennen en zien. Mol wijst er terecht op dat ons favoriete zintuig de dienst uitmaakt als het er om gaat beelden (sic) te vinden waarmee we kennis aanduiden. We hebben zelfs een hele eeuw de tijd van de Verlichting genoemd, om aan te duiden dat men toen de dingen veel beter zag dan in de tijden daarvoor. Dit betere zien had niks te maken met empirisch ‘zien’. De suggestie is niet dat men toen sneller ging wegspringen voor op hol geslagen paarden, omdat men die dieren beter zag, nee het idee is dat mensen in de achttiende eeuw beter zagen wat er aan de hand is op aarde. Een ander zien dan ‘paarden zien’.

Verreweg het mooiste voorbeeld van licht als kennis treffen we bij Plato die Zien en Kennen op onvergetelijke wijze aan elkaar spiegelt met als glorieus slotakkoord de vergelijking van de waarneming van het Goede met het zien van de Zon.

Terug op planeet aarde stuitte ik vorige week op een illustratie van hoezeer ‘zien’ de baas speelt. Een collega verzuchtte dat gebarentaal tenminste eenduidig is. Dat gebaren signalen zijn die je niet of nauwelijks verkeerd kunt begrijpen. ‘Koffie’ kan immers op rijst slaan als je dat afspreekt, maar een pijl of een wijzende vinger kàn maar één ding betekenen: die kant op!

Bij een gebaar ligt de betekenis er bovenop, zou je willen zeggen, je ziet ‘m zo, terwijl hij ‘in’ of ‘achter’ een woord zit. Maar als dit zo was dan zou gebarentaal de enige internationale taal zijn, wat het niet is. De Engelse gebarentaal is onbegrijpelijk voor een Nederlandse gebarenspreker. Zoals de Nederlandse gebarentaal onbegrijpelijk is voor een Nederlandse tongspreker. Er bestaan zelfs dialecten in gebarentaal. Een gebaar zien is iets heel anders dan een gebaar begrijpen. Ziet u wat ik bedoel?

Op de hoogte blijven van filosofie? Neem nu 3 nummers Filosofie Magazine voor maar € 15,95 en ontvang gratis de Filosofie Scheurkalender 2013 (toezending stopt automatisch)

Reacties

Is het dan ook zo makkelijk om van de gesproken talen 1 universele taal te maken? Gebarentaal is een volledige eigen taal, maar wordt vaak als hulpmiddel gezien of iets wat bedacht is zoals braille en morsecode. Een taal ontstaat, gesproken taal maar dus ook gebarentaal. Je kan er dus niet zomaar een taal van maken, Frans.
Vaak krijg je dan de reactie; maar dat zou toch veel handiger zijn? ja misschien wel. Maar het zou toch net zo goed handig zijn voor de gesproken taal?

ilse op 14-11-2012 om 18:53

Weer iets bijgeleerd. De gebarentaal is dus niet universeel! Je zou toch denken van wel.Ik denk dat het zeer eenvoudig is om daar een universeel taal van te maken, hoewel het unieke van de mens dan toch ook achteruit zal gaan. Ik kan me voorstellen dat een Japanner veel meer zwaait dan een Eskimo.

Frans op 18-10-2012 om 18:53