Gelukkige minuten

Het schakend brein: de automatische piloot

Move First, Think Later, Willy Hendriks, A.D. de Groot

klik om een oordeel te geven!
Ons brein is een krachtige machine die enkele nuttige en een stroom nutteloze gedachten voortbrengt, maar toch vooral uitblinkt in het scheppen van de illusie dat er naast de machine ook nog een arbeider staat die haar gebruikt. Die illusoire arbeider aan de machine beleven wij als een ‘ik’. Deze illusie is een gratis bij de machine geleverde functie en kan niet worden uitgeschakeld, tenzij door de hele machine uit te zetten. Aangezien niemand kan denken zonder de sterke ervaring van een ‘ik’ dat denkt,  kun je wat mij betreft zeggen dat de illusie in dit geval gelijk staat aan de werkelijkheid. Maar het hoeft niet. Dat ‘ik’ is een spook dat op geen enkele gevoelige plaat is vast te leggen, en de scepticus mag dus zeggen dat het ‘eigenlijk’ niet bestaat. Als hij dan maar toegeeft dat het spook ook hem de stuipen op het lijf jaagt.

Het algemene beeld van de arbeider aan de machine, als we daaraan vasthouden, is mettertijd wel veranderd. Wat filosofen, psychologen en schrijvers al vermoedden op basis van introspectie, wordt door modern hersenonderzoek bevestigd: de beheersing van de arbeider over zijn machine is niet erg groot. Meestal gaat de machine gewoon haar eigen gang en kijkt hij alleen maar toe. De complexiteit van het mechaniek doet hem duizelen. Maar als de machine dreigt vast te lopen, is híj er om het ding liefkozend te smeren, en als het echt misgaat, verkoopt híj het woedend een trap. En uit de kunstgrepen die hij toepast om de machine optimaal te laten functioneren, blijkt een jarenlange ervaring. Niettemin: we moeten zijn sturende rol niet overschatten.

Wat hebben we aan zulke bespiegelingen? Ter zake: hoe leiden die bespiegelingen ertoe dat we beter gaan schaken?

In zijn boek Move First, Think Later stelt schaker en filosoof Willy Hendriks zich de vraag: ‘Does the recent attention on unconscious decision-making processes have some value for chess thinking?’

In de meeste schaakboeken wordt het denken van de schaker zó voorgesteld dat hij de kenmerken van een gegeven stelling tot zich laat doordringen, op basis daarvan een plan maakt en vervolgens de zetten vindt om het uit te voeren. Volgens Hendriks, een Internationaal Meester met een rating van 2424, is daarvan in werkelijkheid echter geen sprake. ‘We don’t first judge the position and then look at the moves. It all happens at the same time. The explanation for this is the following: you cannot have a meaningful characteristic of a position if it isn’t connected with a (more or less) effective move.’ 

‘Looking carefully at the characteristics, making a general plan, searching for a “realisation” at move level: this is not the way we play chess, nor the way we learn to play chess. This order can be reversed just as easily: effective moves steer us towards the essence of the position.’

De misvatting dat het beoordelen van een stelling voorafgaat aan het vinden van de juiste zet, hangt volgens Hendriks samen met de misvatting dat schaakadvies in taal valt uit te drukken. ‘Chess is not about the application of general principles that can well be expressed in words, on a slightly more subtle level. It takes place in another domain, where words are hopelessly inadequate.’ Iedere geoefende schaker kent gouden regels zoals: de beste reactie op een vleugelaanval is een aanval in het centrum. Hendriks neemt de moeite te bekijken of deze regel in een groot aantal concrete partijen ook werkelijk opgaat. Heel vaak, constateert hij. En heel vaak ook niet. Er bestaan in het schaakspel geen bruikbare generalisaties; alles hangt af van de situatie. ‘Chess proverbs resemble “real life” proverbs: they may provide a nice comment on a situation, give some food for thought, express some general wisdom, but they rarely give advice that has practical value.’ […] This is sad news for those who open a chess book hoping to have the “rules”, “secrets” or “fundamentals” explained to them and be supplied with a clear protocol to handle every position.’

Een sterke schaker onderscheidt zich niet van een zwakke doordat hij een dieper inzicht in een stelling heeft of zijn zetten sneller berekent. Wat het verschil maakt is de enorme hoeveelheid stellingen die in zijn geheugen ligt opgeslagen én zijn vermogen patronen te zien die de stelling onder zijn neus gemeen heeft met de stellingen in zijn geheugen. ‘It is the knowledge that the grandmaster brings along with him, that enables him to see (recognize) at high speed what it’s about. He sees what he already knows. If you don’t see it, looking better or in a different way is of no help.’

Je kunt je afvragen of een schaker wel echt nadenkt over een stelling en bewust voor een bepaalde zet kiest. Zeker in een snelschaakpartij is daar nauwelijks tijd voor; toch kunnen ervaren spelers uitstekende snelschaakpartijen spelen, waarin ze de winnende zetten simpelweg ‘zien’. De hand van een schaker voert een zet uit, en pas achteraf zal hij daar desgevraagd een rationele verklaring bij bedenken.

‘The comparison with using language can be enlightening. It has often been noted that we talk almost automatically. There is not (or only very rare) some decision process before we say something. “It” talks from inside. We are conscious of our talking, but we do not control the process consciously.’ Hendriks heeft een van zijn hoofdstukken dan ook de titel ‘It plays chess in me’ meegegeven.

Wat betekent dat concreet voor wie beter wil leren schaken? ‘If improving in chess does not depend on implementing a few smart thinking methods, but mainly on building up a large amount of chess knowledge, then our main concern should be to take in chess knowledge of the highest quality. Good moves, that is!’ […] Studying tactics, most often in the form of solving tactical puzzles, seems to be fundamental in all training methods.’ Heel veel schaakproblemen oplossen dus, en Move First, Think Later staat daar vol mee. 

Je mag veronderstellen dat het denken van een schaker ons iets leert over menselijk denken in het algemeen. Hoewel schaken een complex spel is, beperkt het zich tot vaste, welomschreven elementen: 64 velden, 32 stukken en tamelijk eenvoudige spelregels. Het verloop van een partij laat zich in objectieve data – de zetten – weergeven. Om deze redenen leent het hoofd van een schaker zich goed voor een onderzoek naar menselijk denken. De beroemde psycholoog A.D. de Groot (1914-2006) deed dat door schakers van uiteenlopende sterkte te vragen hardop te denken aan het bord. Hendriks heeft zich door De Groots Het denken van den schaker (1946) laten inspireren. Hoewel Move First, Think Later is opgezet als schaakinstructieboek, is het in de eerste plaats een helder geschreven, vermakelijk boek over het schakend brein. ‘In this book, I have followed a line of thinking in which our consciousness is not a decision-making unit, but more something of a running commentary, a way of handling information-processing that takes place on an unconscious level.’

‘To put this in a chess context: we are not consciously reasoning ourselves towards a move, but while the moves, lines, evaluations and decisions pass by in our consciousness, we “add” some reasoning to them. What the function of this type of consciousness is, is food for speculation. It might play a role in how and what we will communicate to the outside world.’ 

Willy Hendriks, Move First, Think Later. Sense and Nonsense in Improving Your Chess. New In Chess. 249 blz., euro 19,99

Reacties