'Eichmann was geen gehoorzame ambtenaar'

Debat Rozemond en Achterhuis over 'banaliteit van het kwaad'

maandag 20 augustus 2012'Eichmann was geen gehoorzame ambtenaar'
Het is ongelooflijk dat Hans Achterhuis, de Denker des Vaderlands, Eichmann nog steeds ziet als illustratief voor ‘de banaliteit van het kwaad’. Dat stelde filosoof en jurist Klaas Rozemond onlangs in Trouw. Het netvertaalde boek van de Duitse filosofe Bettina Stangneth toont volgens hem definitief aan dat Eichmann een overtuigde Nazi was en uit ideologische motieven meewerkte aan de Holocaust. Op 18 september gaan de twee heren hierover in discussie in Felix Meritis te Amsterdam. Hier geven ze een voorzet.

1. ‘Het beeld van Eichmann als gehoorzame ambtenaar wordt definitief onderuitgehaald door het boek Eichmann vor Jerusalem van de Duitse filosofe Bettina Stangneth’, schreef Klaas Rozemond in Trouw. Waarom is deze uitspraak waar of onwaar?
Rozemond: ‘Op de zitting in Jeruzalem in 1961 presenteerde Eichmann zichzelf als gezagsgetrouw ambtenaar zonder ideologische overtuiging die in een gewetenscrisis raakte toen hij aan de genocide op de Joden moest meewerken. In haar boek laat Stangneth zien dat Eichmann in Argentinië in 1957 nog steeds een overtuigd nazi was die oprecht spijt had dat hij niet in zijn missie was geslaagd om alle Joden te vernietigen. Hij handelde niet uit gehoorzaamheid, maar uit overtuiging, zo blijkt uit haar boek, en hij geloofde nog steeds in de ideologie van de nazi’s op het moment dat zijn meerderen zelfmoord hadden gepleegd of in Neurenberg waren opgehangen. Stangneth laat ook zien dat Eichmann vanaf 1938 geen anonieme bureaucraat was, maar bij zijn slachtoffers en de buitenlandse pers bekendstond als de organisator van de gedwongen emigratie van Joden uit Wenen, Praag en Berlijn, wat hij ook was.’

Achterhuis: ‘Sinds Hannah Arendt zo’n kleine vijftig jaar geleden haar reportages over het Eichmannproces schreef, is haar visie talloze malen “definitief onderuitgehaald”. Dat desondanks de discussie erover steeds opnieuw oplaait, laat zien dat haar opvatting over “de banaliteit van het kwaad”, zoals het laatste nummer van Filosofie Magazine met recht stelt, tot de twintig “beste ideeën van de filosofie” gerekend mag worden. De hedendaagse filosofe Susan Neimann onderstreept dat we hier met “de belangrijkste filosofische bijdrage uit de twintigste eeuw over het probleem van het kwaad” te maken hebben. De filosofische stellingname van Arendt heeft geleid tot een grote hoeveelheid psychologische, sociologische en historische studies over daders van extreem geweld. Of het portret dat Arendt van Eichmann schildert helemaal past bij de idee van de banaliteit van het kwaad, lijkt mij, zoals dat voor de meeste historisch-hermeneutisch vraagstukken geldt, onmogelijk eenduidig en definitief te beantwoorden. Voorlopig word ik door het materiaal van Stagneth nog nauwelijks overtuigd dat we de discussie definitief kunnen sluiten.’

2. Rozemond stelt ook dat Achterhuis de vergelijking van Eichmann met de proefpersonen in het experiment van Milgram zou moeten omkeren: ‘Eichmann was geen proefpersoon in het gruwelijke experiment van de nazi’s, hij was een van de bedenkers ervan.’ Waarom is dit (g)een goed idee?

Achterhuis: ‘Eén van de onderzoeken waar ik het bij mijn reactie op de eerste stelling over had, is dat van de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram. Niet ik, maar Milgram zelf, maakt de vergelijking tussen Eichmann en de proefpersonen uit zijn experiment. Juist de verklaringen die de proefpersonen achteraf gaven over de – gelukkig gefingeerde – martelingen die zij toedienden, laten fraai zien hoe moeilijk het is om alleen op directe persoonlijke verklaringen af  te gaan. Om de cognitieve dissonantie tussen hun wrede handelingen en hun zelfbeeld te verminderen, construeerden ze allerlei rechtvaardigingen voor hun gedrag, waarbij steevast de slachtoffers de schuld kregen. Kan Eichmann in zijn teksten uit Argentinië dit ook niet achteraf hebben gedaan? Of had Rozemond echt verwacht dat hij in een milieu van ex-nazi’s berouwvol schuld zou bekennen, waardoor zijn leven definitief één grote vergissing zou zijn geworden?’

Rozemond: ‘Eichmann slaagde er in met een kleine groep medewerkers de deportaties van Joden vanuit Europa naar de vernietigingskampen te organiseren. Een van zijn uitvindingen was het inzetten van Joodse raden. Hij wist niet alleen “gewone ambtenaren” in heel Europa te bewegen om aan de Holocaust mee te werken, maar ook de slachtoffers zelf. Eichmann wordt vaak voorgesteld als slachtoffer van psychologische manipulatietechnieken van de nazi's, maar veel belangrijker is hoe hij en zijn medewerkers dergelijke technieken gebruikten om de Holocaust te organiseren en tegenstanders te misleiden. In haar vonnis uit 1961 gebruikt de Rechtbank Jeruzalem de term “cunning” om deze technieken te karakteriseren, wat kan worden vertaald met “doortraptheid”. De rechtbank voegde daaraan toe dat Eichmann deze technieken ook op de zitting in Jeruzalem gebruikte om zijn rechters en het publiek te misleiden, waarin hij ook slaagde voor zover bepaalde personen geloofden dat hij niet meer was dan een gehoorzame ambtenaar die slechts deed wat hem werd opgedragen. De personen die dat nog steeds geloven, zijn de laatste slachtoffers van zijn misleidingstechnieken.’

Maarten Meester

Het debat vindt plaats op 18 september tijdens filosofisch café Felix en Sofie
Aanvang: 20.00 uur
Felix Meritis, Amsterdam.
www.felix-en-sofie.nl

Eichmann in Argentinië
door Bettina Stangneth
(Contact)
704 blz. / € 69,90


Lees een interview met Hans Achterhuis over Met alle geweld: 'Iedereen kan ernstig ontsporen'