Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement

'Delen is de norm geworden, privacy de uitzondering'

Hoogleraar comparatieve mediastudies José van Dijck over de schaduwzijden van sociale media


De sociale media zijn helemaal niet zo sociaal, stelt UvA-hoogleraar comparatieve mediastudies José van Dijck in haar nieuwe boek The Culture of Connectivity. ‘Sharing betekent voor Facebook ook: jouw data delen met andere bedrijven en daaraan verdienen.’

Waar we dachten produsers te worden, hebben de afgelopen jaren ons tot frustomers gemaakt. Met andere woorden: waar Facebook, Twitter, YouTube beloofden ons actieve leden te maken van een netwerk dat we (producers/users) samen met anderen zouden vormgeven, muteerden ze ons tot iets tussen vrienden (friends) en klanten (customers) in. Vandaar dat José van Dijck liever van verbindende dan van sociale media spreekt. Die media verbinden wel, maar ze verbinden niet alleen mensen met elkaar. Wat ze ook doen is sociaal gedrag digitaal coderen zodat het manipuleerbaar wordt, vooral voor commerciële doeleinden (advertenties en data verkopen). In een interview met NRC Handelsblad stelde Van Dijck dat Facebook ‘een moderne Tupperware-party’ dreigt te worden, ‘waarbij je vrienden zich opdringen met producten’.

Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw voorspelden kritische intellectuelen uit de Frankfurter Schule al dat het monopoliekapitalisme en de cultuurindustrie de overmacht zouden krijgen en de massa’s zouden gelijkschakelen. In hoeverre zijn deze voorspellingen van onder anderen de filosofen Theodor Adorno en Max Horkheimer uitgekomen, nu een groot deel van de wereldbevolking zich elk dag voegt in de formats van slechts een handvol bedrijven – Microsoft, Google, Facebook, en Twitter?’
Van Dijck: ‘De kern van Adorno’s kritiek staat nog steeds overeind, met name wat hij schreef over de cultuurindustrie. Alleen is de maatschappij veel complexer geworden. In Adorno’s tijd stond tegenover de cultuurindustrie nog de overheid die haar eigen cultuurwaarden stimuleerde. Ook in het grootste deel van de twintigste eeuw vielen die twee nog te onderscheiden. Maar in de 21e eeuw voldoet het verhaal van de Frankfurters niet meer, omdat niet alleen de samenleving maar ook de technologie zo complex en mondiaal is geworden. Daarom heb ik een gelaagd model ontwikkeld waarmee ik probeer socialemediaplatforms te analyseren.

Bij de Frankfurters ging het vooral over eigenaarschap, en over de productie en consumptie van goederen. Sociale media geven een (gratis) service; gebruikers tekenen een overeenkomst (“‘terms of use”) voordat ze een site op kunnen. Je sluit weliswaar geen koopovereenkomst maar de verhouding is ook niet geheel vrijblijvend; in deze vorm van governance weten de meeste mensen niet waarvoor ze toestemming geven. Of neem de technologie, Adorno en Horkheimer kenden daar al een grote rol aan toe. Op socialemediaplatforms zitten verdienmodellen echter vaak verstopt in algoritmes, je kunt ze niet 'zien'. Denk aan de likes op Facebook. Als je die aanklikt, werk je mee aan het verdienmodel van Facebook, dat die data vermarkt.’

‘Wat beide voorbeelden aangeven, is de samenhang. Je kunt governance en technologie niet scheiden, en dat gaat op voor mijn hele model – alle elementen hangen samen. Zo kijk ik steeds met dezelfde analytische bril naar de vijf afzonderlijke platforms die ik in mijn boek bestudeer: YouTube, Wikipedia, Twitter, Facebook en Flickr. Samen vormen deze microsystemen, zoals ik ze noem, een compleet ecocysteem en juist dat ecosysteem probeer ik te ontleden. Op die manier schets ik een kritische geschiedenis van de recente grote ommekeer in de sociale media. Dan zie je wetmatigheden. De grote spelers zijn idealistisch begonnen. Ze hadden als doelstelling mensen met elkaar verbinden. Helaas zijn ze in korte tijd vercommercialiseerd. Het idealistische zie je nog wel in de propaganda. Neem de logo’s: ‘Do no evil’ (Google) en ‘Making the world connected and transparent’ (Facebook).

U stelt dat de nieuwe technologie activiteiten van mensen formeel, bewerkbaar en manipuleerbaar maakt. Dragen de verbindende media zo bij aan de volgens de filosoof Michel Foucault voor onze samenleving zo kenmerkende disciplinering?
‘Een belangrijke vraag. Ik zou in Foucaults lijn ook van normalisering spreken. Technologie zelf “doet” nog niet zoveel. Sociale media krijgen pas effect als ze natuurlijk deel gaan uitmaken van onze habitus, als een bepaald gebruik de norm wordt in het dagelijks leven van velen. Facebook is een goed voorbeeld. Veel mensen bekritiseren Facebook vanwege schending van privacy. Zoals juristen, die zich richten op privacywetgeving. Heel belangrijk, laat daar geen misverstand over bestaan. Maar ik concentreer me vooral op de norm die Facebook gebruikers oplegt: die gaat niet over privacy, maar over sharing, delen. Iedereen moet alles delen, daar kan niemand tegen zijn. In de laatste Facebook-versies staan de defaults op “open voor iedereen”. Wanneer je als gebruiker niet wilt delen, moet je de instellingen handmatig bewust op privé zetten. Dat is precies wat Foucault bedoelde met normalisering. Zo is sharing dus de norm geworden en privacy de uitzondering. Maar ondertussen betekent “delen” voor Facebook ook: jouw data delen met andere bedrijven en daaraan verdienen.’

Ondanks het bovenstaande stelde u in NRC Handelsblad niet pessimistisch te zijn. Waarom?
‘Ik vind het niet zo opportuun in de termen optimistisch/pessimistisch te denken. Ik wil kritisch zijn en mensen kritisch maken. Dat heeft twee kanten. Ten eerste wil ik door te analyseren mensen inzicht geven in grotere ontwikkelingen, want dan pas kunnen ze alternatieven bedenken. Die platformen zijn toch allemaal gratis, zeggen velen. Dat is niet zo. Vraag je eens af in welke valuta je betaalt. Ja, je betaalt in data en op langere termijn betekent dat veel voor de inrichting van onze samenleving en ons sociale verkeer.’

‘Samenhangend daarmee wil ik benadrukken dat gebruikers weerstand kunnen bieden, niet automatisch mee hoeven te gaan met technologische ontwikkelingen. Hierin volg ik de filosoof Bruno Latour. De gebruiker is tot op zekere hoogte ingeschreven in de technologie, zegt hij. De technologie bevat al een script van wat de gebruiker moet doen. Alleen hoeft de gebruiker zich daar niet precies aan te houden. Zo zijn er bij elk platform dat ik heb bestudeerd resisting users. Flickr, een platform om foto’s uit te wisselen, was voor 2009 een van de meest gebruikte sites. Daarna is die gaan duikelen. Het ging slechter met Flickr en de site raakte veel gebruikers kwijt, maar de gebruikers die bleven eisten meer invloed op “hun”site. Flickr, dat inmiddels eigendom was van Yahoo, heeft zich deels aangepast aan hun eisen.’

‘Ook Facebook-gebruikers hebben uit onvrede met het beleid van de site opgeroepen tot “weiger Facebook-dagen” en mede-gebruikers gevraagd een petitie te ondertekenen. Zonder succes. Met 1 miljard gebruikers hoeft een site zich niets aan te trekken van een handtekeningenactie van honderdduizend gebruikers. Maar als zijn populariteit afneemt, zal het wel moeten luisteren. En dat het snel kan gaan, heeft Hyves recent bewezen.’

Televisie had twintig jaar nodig om een vaste plaats te verwerven in onze huiskamers. Google, Facebook, Apple en Amazon hadden aan een paar jaar genoeg. ‘We moeten nu in korte tijd wennen aan een wereld waarin alles door anderen gezien kan worden’, zei u in NRC Handelsblad. Maar krijgen we de tijd wel om te wennen of om weerstand te bieden aan dat waaraan we niet willen wennen? Wennen we als deze acceleratie doorzet niet aan iets wat weer sneller achterhaald zal zijn? Oftewel: zullen we binnenkort niet weer aan andere technologische ontwikkelingen moeten wennen of nieuwe manieren moeten vinden om weerstand te bieden?
‘Dat is zeer zeker het geval. Snelheid is een ideologie aan het worden. Het nieuwste is het beste. Mensen krijgen bijna een orgasme van zo’n Google Glass. En als er steeds iets nieuws is, hebben mensen per definitie geen tijd om stil te staan bij de effecten van ontwikkelingen die op langere termijn plaatsvinden. Die ontwikkeling bedreigt ook genres die grote culturele waarde hebben doordat ze ons wel helpen reflecteren maar niet meer passen in een wereld met grote omloopsnelheid van producten, zoals het boek.’

‘Een ander belangrijk punt, dat ik overigens niet noem in mijn boek, is dat die ideologie ook antiduurzaam is. Servers verbruiken enorm veel energie, die veelal niet duurzaam wordt opgewekt. Veel hardware is binnen een jaar achterhaald en apparaten worden ingeruild voor nieuwe gadgets. Grondstoffen voor die hardware komen vaak uit politiek kwetsbare gebieden. Naast die grondstoffenpolitieke kwestie zie je dat digitale bedrijven in een globaliserende arbeidsmarkt liefst produceren in gebieden met goedkope en volgzame arbeidskrachten.’ 

U pleit ook voor meer publieke ruimte op internet. Hoe die te realiseren?
‘Dat onderzoek ik in mijn volgende boek – ik kan daar nu nog alleen over zeggen dat de connectieve media de begrippen “ publiek” en “privaat” zelf problematisch hebben gemaakt. Sociaal verkeer dat eerder informeel was en tot het privédomein behoorde – op het schoolplein, in de kroeg, op straat – zie je nu in geformaliseerde vorm terug in de connectieve media. Je ziet dus een dubbele omslag: van het informele naar het formele, van het private naar het publieke. De traditionele instituties worstelen met die omslag. Zo wisten bestuurders zich geen raad met de oproep op Facebook en Twitter om massaal naar Haren te komen. En zo schreef NRC Handelsblad recent over “een heftige discussie op Facebook over mishandeling van homo’s”. Maar van de krantenkop “heftige discussie in de kroeg over mishandeling van homo’s” zouden de meesten raar hebben opgekeken. Iedereen probeert sociale interactie in deze nieuwe “publieke” ruimte op waarde te schatten.’ 

Maarten Meester

The Culture of Connectivity. A Critical History of Social Media is verschenen bij Oxford University Press.

Op de hoogte blijven van filosofie? Neem nu een half jaar abonnement op Filosofie Magazine voor slechts € 25 en kies een mooi geschenk.



Reacties

Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.