Log in




Wachtwoord vergeten
Log in | Word lid | Service

Filosofie.nl

Filosofie Abonnement
FM nr. 3/2006

Goede leugens, slechte leugens

Met deze knop kunt u, als u lid bent, artikelen toevoegen aan een leeslijst op uw persoonlijke pagina. Klik hier voor uw abonnement op maat.

Stine Jensen
filosoof, programmamaker

olgens Immanuel Kant mogen we nooit liegen, maar niet alle leugens zijn schadelijk – sommige zijn zelfs uiterst nuttig of op zijn minst heel aangenaam. Een genealogie van de leugen, van de humoristische leugen tot de bedwelmende liefdesleugen.

Hoezeer de leugen regeert of, vriendelijker gezegd, men het betere verhaal prefereert, besefte ik toen ik voor het eerst George Michael ontmoette, twee jaar geleden. In het schemerdonker fietste ik langs het Amstel Hotel, toen ik daar een clubje mensen zag blauwbekken met wat camera’s. Ik vroeg aan een wat oudere man met een gigantische telelens op zijn buik wat er aan de hand was. ‘We wachten op George Michael’, fluisterde hij op samenzweerderige toon. ‘Hij krijgt volgende week een Edison Oeuvre Award, maar hij is nu al in Amsterdam.’

Alle fotografen grepen plotseling naar hun toestel. Klik, klik, klik! De koffers van George Michael! Het kon niet lang meer duren, of een wereldster kwam naar buiten!

‘Waar zijn de fans?’, vroeg ik hem. ‘Geen idee, jij bent de enige. Het zou wel leuk zijn voor de pers als jij straks als fan een handtekening haalt.’ Als fan? Ik heb als tiener geslowd op Careless Whisper en gehuild toen mijn verkering uitging bij Last Christmas, maar de laatste vijftien jaar was ik George toch uit het oog verloren. Zijn carrière zat inmiddels een beetje in een dip, had ik ergens gelezen.

‘Tuurlijk! Ik doe mee!’, hoorde ik mezelf zeggen. Ik weet niet meer goed waarom, maar ik graaide in mijn tas naar mijn mooiste Parker-pen, met mijn naam erin gegraveerd. ‘Wacht even,’ zei de fotograaf, ‘dan pak ik ook wat uit mijn auto.’ Buiten adem kwam hij terug met het cd-boekje van Patience.

Toen gebeurde het. Binnen enkele seconden reden twee zwarte limousines voor en zwaaide de deur van het Amstel Hotel open. wham! bam! ‘George, George,’ hoorde ik mezelf roepen, ‘can I get your autograph, please!’ Ik rende naar voren en gaf hem mijn pen en het cd-boekje. ‘Just one’, glimlachte hij. Hij krabbelde wat en stapte zijn limo in. Weg was-ie. Wat zag hij er goed uit! Zwart leren jack. Zwarte zijden blouse. Sexy oorbelletje. Stoppelbaard. i am! a man!

Plots was ik omringd door camera’s en fotografen. Iemand duwde een microfoon voor mijn mond: Wat ging er door je heen? Is dit de mooiste dag in je leven? ‘Ja, mijn geluk kan niet op’, hoorde ik mezelf zeggen. Die avond zag ik mezelf springend in beeld, bij sbs6 Shownieuws: ‘Te midden van de fans had dit meisje de dag van haar leven.’ ‘Thank you, George, thank you!’, hoorde ik mezelf roepen. ‘Mooie man hoor!’, voegde ik er nog aan toe. De camera zoomde in op het cd-boekje. ‘Hij heeft mijn pen meegenomen, maar hij mag hem houden’, zei ik met een gelukzalige glimlach.

Ik speelde mijn rol als fan met oprechte verve. Ook de journalisten hadden gekozen voor het betere verhaal; met een gevoel voor showbizzromantiek hadden ze mij de hoofdrol laten spelen.
 
Mag De Telegraaf de werkelijkheid op zijn minst een beetje mooi inkleuren, om zo het betere verhaal te krijgen? Welke leugens kunnen wel, en welke leugens kunnen niet?

De psychiater Charles V. Ford geeft in Lies! Lies! Lies! (1996) een verfijnde lijst van type leugens. Naast de love intoxication lie noemt hij ook allerlei andere vormen van liegen, met daarbij ook meteen het motief om te liegen. De motivatie om te liegen is over het algemeen tweeledig: men liegt óf om het eigen belang te dienen, óf om dat van een ander te dienen. De meest voorkomende leugen is de sociale, alledaagse leugen, die bedoeld is om sociale verhoudingen makkelijker te maken en die dus in feite beide partijen bedient. ‘Het eten was heerlijk!’ ‘Wat staat dat pak je goed!’ Mensen die niet in staat zijn om dit soort leugens te vertellen, functioneren doorgaans slecht in de samenleving.

De leden van mijn familie functioneerden over het algemeen uitstekend, als ik zo vrij mag zijn dit zo onbescheiden te zeggen. We waren behoorlijk bedreven in het sociale liegen, wat neerkomt op het hebben van goede manieren. Niet dat complimenten en liefdevolle volzinnen voortdurend over tafel rolden, integendeel: we spraken ons als politici in de ontkennende vorm uit over elkaars kwaliteiten (‘Dat is geen slechte prestatie’), waardoor positieve zinnen een zeer grote lading kregen (‘Ik hou van je’). We wisten de correcte formules op de juiste momenten toe te passen, en waren daar ook een beetje trots op, want niet iedereen heeft manieren.

De leugenachtigheid zat ’m bij ons vooral in het zwijgen. Vaak spraken we gevoelens en gedachten niet uit – meestal om de boel niet uit de hand te laten lopen. We logen met zoetigheid en fleurige anekdotes over gevoelens en compenseerden gevoelens met geld. Er waren er die dat oppervlakkig, verwend en problematisch vonden (‘Over gevoelens moet je praten!’ ‘Schuldgevoelens kun je niet afkopen!’), maar zo erg was het nu ook weer niet. Waarom ruim baan geven aan beerputten van genetische Scandinavische somberheid of dat zelfs cultiveren? Onzin! Erger waren mensen die een dag gingen vasten om mee te leven met de hongerlijders in de derde wereld, of die zich zelfs ‘heldhaftig’ opsloten in een glazen huis om zo geld in te zamelen voor arme mensen, zodat iedereen hen daar kon komen bewonderen, in plaats van direct geld over te maken naar een rekening van een hulporganisatie.
 
Ik ben grootgebracht met een benthamiaanse moraal, en deze impliceert een afwijzing van de strenge scheidslijn tussen waarheid en leugen. De benthamiaan – geïnspireerd door de utilitaristische filosofie van Jeremy Bentham – denkt aan de gevolgen van zijn handelen, probeert het geluk te verhogen en de schade zoveel mogelijk te beperken. Hij doet nooit het goede omwille van het goede, de plicht omwille van de plicht, en spreekt niet de waarheid omwille van de waarheid. ‘Waarheid’ en ‘het goede’ zijn woorden met weinig relevantie zonder context. Niet de vraag ‘Is dit het goede om te doen?’ telt als je twijfelt over een handeling, maar ‘Knappen jij en je omgeving ervan op als je zo handelt?’.

Tegenover de benthamianen staan de kantianen, kun je zeggen, die een rigide scheiding aanhangen tussen waarheid en leugen. Immanuel Kant stelde categorisch vast dat je nooit een handeling mocht doen als die niet tot algemene regel kon worden verheven. En aangezien we nooit zouden willen dat liegen een algemene regel is, mogen we dus ook nooit liegen.

Verder lezen?



Welkom op filosofie.nl!

Speciaal voor nieuwe bezoekers selecteerden wij negen inspirerende artikelen. Lees waarom onderzoek naar geluk niet deugt, zes soorten vervreemding op de werkvloer, hoe Socrates de opkomst van Trump al voorspelde, en meer...

Lees meer
Ik lees graag later

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, dan sturen wij het kennismakingsdossier naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.